Door Edith. Bijna dagelijks houd ik me als Arbeid- en Organisatie-adviseur bezig met werkdruk vraagstukken. Werkdruk is een subjectief begrip. Werkdruk zegt iets over hoe mensen de daadwerkelijke werklast ervaren. 3 tips om zelf je werkplezier te beïnvloeden

Media aandacht

Er is momenteel veel aandacht in de media over de werkdruk in het onderwijs in combinatie met het relatief lage salaris: “Het is onredelijk zwaar werk en het wordt ook nog eens slecht betaald”. Dit moet veranderen want anders dreigt er een groot lerarentekort in de toekomst. Maar door hier actie voor te voeren wordt dat beeld, heel paradoxaal, juist ook weer versterkt. Je zou denken dat je op een feestje bijna niet meer durft te zeggen dat je in het onderwijs werkt (ik ken het gevoel, opgeleid als arbo-adviseur, arbo wordt ook niet bepaald sexy gevonden). Omdat ik ook twee meiden op de lagere school heb komt dit onderwerp voor mij heel dichtbij.

Want hoe kan het dan dat ik juist zo veel respect heb voor de leraren op de basisschool van mijn kinderen?  Ja, ook deze juffen en meesters doen gewoon mee met de staking. Groot gelijk hebben ze, want met zo’n verantwoordelijke baan mag je best wat meer verdienen. En ja, ze zullen ook werkdruk ervaren en ook hun werklast zal te hoog zijn. Maar dat zie ik niet, dat hoor ik niet, dat merk ik niet, als mama.

Afgelopen jaar met carnaval was er op school een pyjama-feestje en de slogan die ze bedacht hadden was: “Het onderwijs is net als carnaval: keileuk en vermoeiend maar wij doen het nog steeds op onze sloffen”.

En dat is wat ze uitstralen….. plezier!

Energiebronnen

Ervaren werkdruk heeft met veel zaken te maken. Zo gaat het naast werkdrukfactoren ook over energiebronnen. Werkdruk leidt tot stress, energiebronnen leiden tot werkplezier. Dus naast zaken als tijd, aandacht, hoeveelheid taken zijn ook energiebronnen van belang: sociale steun van collega’s, autonomie en zelfstandigheid, ontwikkelmogelijkheden. Ik heb de indruk dat op de school van mijn kinderen (los van wat er achter de schermen vast ook allemaal niet goed gaat) veel nadruk ligt op de energiebronnen.

Ik zeg wel eens: “wat kan er hier veel”.

Er wordt veel aandacht besteed aan de wereld rondom de school en de belevingswereld van de kinderen. Er zijn zoveel meer mogelijkheden om te leren dan alleen klassikaal uit een boekje, heb ik ondekt. De vier leerstijlen van Kolb worden al vanaf groep 1 aangeboden.

Een voorbeeld: wij nemen zelf ieder jaar voor Pasen een grote bak met kuikens mee naar school. Heerlijk voor de kids om te knuffelen en te kijken. Want welk kind ziet er nou nog kuikentjes van dichtbij? Ook komen de kinderen bij ons op bezoek als er lammetjes geboren zijn en dan scheren we meteen ook een schaap (want die mag ook zijn winterjasje uit als het lente wordt). Maar er mogen veel gekkere dingen mee naar school, van een slang tot een leguaan.

Daarnaast worden er veel nieuwe projecten opgestart en aangepakt. Je zou denken: waarom doe je dat als de werklast al zo hoog is? Ik vraag het wel eens en dan krijg ik als antwoord: “Het is zo leuk”.

Drie tips voor meer werkplezier

Graag geef ik dan ook drie tips om de ervaren werkdruk in het onderwijs wellicht wat te verlagen door middel van het aanpakken van energiebronnen. In een volgende blog wil ik nog wel eens stil staan bij de werkdruk factoren maar in deze tijden is het ook fijn om te focussen op positiviteit.

  1. Onderwijs is een moeilijk vak, dat weet iedereen. Dus durf ook kwetsbaar te zijn. Ik wil geen perfecte juf of meester voor mijn kinderen. Ik wil een oprechte juf of meester. Dat maakt menselijk en toegankelijk. En ik denk dan, als ik dat zo voel, dan voelen die kinderen dat toch ook? Het feit dat een juf tegen mij zei: “ik weet het ook nog niet precies hoe ik het ga doen, ik heb niet eerder deze combi gedaan”, gaf mij gek genoeg (paradoxaal?) meer vertrouwen dan een juf die uitstraalt dat ze het allemaal wel weet.
  2. Maak tijd voor leuke dingen en integreer ze in je lessen. Thema lente: maak een lentewandeling en ga schapen scheren. Thema kunst? Maak een wandeling en bekijk de kunst in je eigen wijk. Thema eten/en drinken? Ga winkelen en koken. Aristoteles ging vroeger wandelen met zijn leerlingen: “Als het lichaam in beweging is, is de geest ook in beweging”. Ook leuk trouwens voor collega’s onderling. In plaats van vergaderen in de teamkamer of in je klas. Zoek samenwerking met andere scholen. Voorbeeld uit de praktijk: de leerlingen van het voortgezet onderwijs hebben een project waarbij het onderdeel is dat ze voorlichting of een mini-les geven aan basisschool leerlingen. Win-win toch? Heerlijk voor alle kinderen: weer eens een andere manier om stof aangeboden te krijgen en te verwerken. En ja dit kost tijd, die je niet denkt te hebben, maar wat kun je schrappen de komende weken om dit op te zetten? Wedden dat het je energie op levert?
  3. Ontwikkeling is een belangrijke energiebron. Jaar in, jaar uit dezelfde klas met dezelfde lesstof kan als een boemerang bij je terug komen. Om dat te voorkomen heb je wel een soort plannetje nodig. Denk zelf eens na over wat je zou willen in de komende vijf tot tien jaar.  Welke klassen, onderwerpen, projecten, specialisaties, bijscholingen en dergelijke. En welke stappen moet je daar nu al voor in gang zetten? Hoe je life-planning er uit? Niet allemaal nu. Maar wel als doel voor de toekomst. Als jij het al niet weet, hoe moet de schoolleiding dan weten welke ontwikkelingsmogelijkheden jij nodig hebt?

Lieve juffen en meesters, dank dat jullie ook deze warme weken weer zo goed aan onze kinderen denken. Vergeet alleen niet ook af en toe aan jezelf te denken! Fijne dag

Afbeelding: Shutterstock

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren