Het is vrijdag, we zitten met elkaar in de kring. Een van de leerlingen heeft net haar verjaardag gevierd. Een mooi moment voor een goed gesprek met de klas.

Ik zeg de leerlingen dat ik ze iets moet vertellen. Ik vraag ze of ze iets aan me zien. Of er iets is veranderd. Een aantal leerlingen zit voor het derde jaar bij me in de klas, nu ik van de onderbouw naar groep 3 ben gegaan. Ik krijg verschillende antwoorden te horen. Een van de jongens zegt dat ik mijn bril nu zo vaak op heb. Een meisje zegt dat mijn haar anders zit. Het is allebei waar, mijn bril heb ik bijna elke dag op en ik ben in de laatste week van de vakantie naar de kapper geweest. Maar het is niet wat ik bedoel.

Ik vraag aan ze of het ze niet opgevallen is dat ik wat dikker ben geworden. Ik vond het zelf al wel opvallen en vroeg me af of een van de ouders er misschien met hun zoon of dochter over hadden gepraat.
‘Ja juf, je buik is dikker!’ hoor ik nu van alle kanten. ‘Jaja’, denk ik, ‘nu natuurlijk wel’ ;). ‘Hoe zou dat komen?’, vraag ik aan de klas.

Ze denken even na. Een van de meiden is zo dapper om het te vragen. ‘Zit er misschien een baby in je buik juf?’ Ik knik. Het is even stil. Maar dan worden de vragen op me af gevuurd. ‘Wordt het een meisje of een jongen?’ ‘Hoe lang duurt dat dan, zwanger zijn?’ ‘Zit er echt een baby in je buik?’ Een slimmerd vraagt wie er dan in de klas komt als ik thuis ben met de baby. Het is weer stil. 22 paar vragende ogen kijken me aan. En of ik ook nog terug kom en wanneer dan zijn de volgende vragen. Als ik vertel dat ik zeker terug kom, maar nog niet weet wanneer, is het antwoord: ‘Maar dan kom je zeker terug als wij al in groep 4 zitten. En dan ga je natuurlijk niet meer met ons mee’.

Een zucht van verlichting klinkt er uit de monden als ik vertel dat ik voorlopig nog wel in de klas ben. De baby komt pas in maart. En dat duurt nog wel vijf maanden. Hoe lang dat is weten ze niet precies. Maar het klinkt gelukkig nog heel lang.