(door Judith) Het is je vast niet ontgaan, op maandag 13 november lanceerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen met de Inspectie van het Onderwijs de brochure ‘Ruimte in Regels’. Het doel van deze brochure is een overzicht te geven van de belangrijkste regels rondom administratie en verantwoording voor leerkrachten in het primair onderwijs. 

Over de brochure

De brochure is, mijns inziens, een beter leesbare en minimalistische versie van het ‘Onderzoekskader 2017‘ van de Inspectie van het Onderwijs. Binnen het vernieuwde inspectietoezicht zijn er twee verschillende niveaus. Alle scholen moeten voldoen aan een zogenoemde basiskwaliteit (de minimale eisen), daarnaast stellen het bestuur en de schol zelf ambities op die verder gaan dan de basiskwaliteit. Deze ambities beschrijven de school en het bestuur in de schoolgids.

Een eyeopener, tijdens een recente bijeenkomst waarop de Inspectie een uitleg gaf van het nieuwe onderwijskader, was voor mij dat de dingen die de Inspectie controleert wettelijk vastgelegd zijn. Het is dus niet: ‘het moet van de Inspectie’, maar ‘het moet van de wet’. Het ‘moet’ nog steeds, maar toch klinkt het voor mij anders. Misschien voor jou ook?

In de brochure wordt per thema, en aan de hand van vaak gestelde vragen, benadrukt wat er wettelijk ‘moet’.

Lees ook: ADMINISTRATIEVE ROMPSLOMP DOEN LEERKRACHTEN DE DAS OM

Onderwijsaanbod

In de wet- en regelgeving staan kerndoelen die in ieder geval aan bod moeten komen in het basisonderwijs. Daarnaast heeft de school de verantwoordelijkheid om leerlingen, naar eigen goeddunken, voor te bereiden op de maatschappij. In de wet is geen minimaal aantal uren per week vastgelegd die per week aan een vak besteed moeten worden. De enige uitzondering hierop is het vak bewegingsonderwijs. Vanaf 2017 is het verplicht om twee lesuren per week te besteden aan bewegingsonderwijs. Ook is er niet vastgelegd welke leerstof in welk leerjaar moet worden aangeboden, zolang het leerproces maar wel is gericht op een ononderbroken ontwikkelingsproces.

Leerlingen moeten in hun gehele basisschoolloopbaan 7520 uur onderwijstijd ontvangen. De school moet zelf inzichtelijk maken hoe deze uren worden bereikt.

Zicht op de ontwikkeling van de leerling

De school moet via een leerling- en onderwijsvolgsysteem systematisch informatie verzamelen over de kennis en vaardigheden van haar leerlingen. Op de gebieden taal en rekenen/wiskunde moet dit vanaf groep 3. De school is niet verplicht de ontwikkeling van leerlingen systematisch te volgen, te analyseren en te administreren met behulp van methodetoetsen. Ook hoeven methode ongebonden toetsen niet per vraag goed of fout ingevoerd te worden in het leerlingvolgsysteem.

Wanneer de leerlingen niet genoeg profiteren, analyseert de school waar de ontwikkeling stagneert en wat hier mogelijke verklaringen voor zijn. Ook bepaalt men wat er moet gebeuren om eventuele achterstanden weg te werken.

Het maken van groepsplannen is niet verplicht, de leerkracht moet echter wel kunnen laten zien dat hij/zij de vorderingen van de leerlingen goed in beeld heeft en hier ook naar handelt. Dit kan op basis van observaties, werk van leerlingen of toetsen.

Het didactisch handelen van de leraar

Leraren plannen en structureren hun handelen met behulp van informatie die zij over de leerlingen hebben. Ze zorgen ervoor dat het niveau van hun lessen past bij het beoogde eindniveau van leerlingen. De aangeboden leerstof is logisch opgebouwd. Als leerkracht hoef je niet te verantwoorden of je de methode goed volgt, wel moet je kunnen uitleggen waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt in het lesgeven. Ook ben je als leerkracht niet verplicht op lesvoorbereidingen op papier te maken voor iedere les en hoef je geen dagplanning op papier te hebben of het lesrooster niet exact te volgen.

Extra ondersteuning

Voor leerlingen die structureel een onderwijsaanbod nodig hebben op een ander niveau dan de leeftijdsgroep, biedt de school een passend onderwijsaanbod en ondersteuning/begeleiding gebaseerd op de mogelijkheden van desbetreffende leerling. Ook wordt periodiek geëvalueerd of het aanbod het gewenste effect heeft. Voor deze leerlingen legt de school in het ontwikkelingsperspectief vast hoe het onderwijs wordt afgestemd op de behoefte van de leerling.

De school heeft in het schoolondersteuningsprofiel vastgelegd wat zij onder extra ondersteuning verstaat en welke voorzieningen de school kan bieden in aanvulling op het door het samenwerkingsverband omschreven niveau van basisondersteuning.

Toetsing en afsluiting

Alle leerlingen (behalve wettelijke uitzonderingen) maken in leerjaar 8 een eindtoets. Tijdens de schoolperiode maken ze toetsen van het leerlingvolgsysteem, waarmee de kennis en vaardigheden op het terrein van Nederlandse taal en rekenen/wiskunde worden gemeten.

Ouders worden geïnformeerd over de vorderingen van hun kinderen. Alle leerlingen krijgen een advies voor het vervolgonderwijs. De school volgt hierbij een zorgvuldige procedure.

Onderwijsresultaten

De inspectie neemt alleen de resultaten van de eindtoets mee in het kwaliteitsoordeel van de school. Wel kan er tijdens het schoolbezoek gesproken worden over het zicht op de ontwikkeling van de leerlingen. Bij de eindtoets moeten de resultaten van de kernvakken Nederlandse taal en rekenen/wiskunde aan de gestelde norm voldoen.

Veiligheid en schoolklimaat

De school zorgt voor de sociale, fysieke en psychische veiligheid van de leerlingen in en om de school gedurende de schooldag. De school onderzoekt jaarlijks de beleving van veiligheid en welbevinden van de leerlingen.

De school heeft een veiligheidsbeleid (beschreven in schoolplan of een ander document) gericht op voorkomen, afhandelen, registreren en evalueren van incidenten. De school is niet verplicht om incidenten, zoals pestincidenten of kleine valpartijen, te registreren en te rapporteren aan ouders. Schoolleiding en leraren voorkomen pesten, agressie en geweld in elke vorm en treden zo nodig snel en adequaat op.

Kwaliteitszorg

De school is verplicht een schoolplan en een schoolgids bij te houden. Het schoolplan gaat over de kwaliteit van het onderwijs en bevat in elk geval het onderwijskundig beleid van de school, het personeelsbeleid en het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

Scholen moeten datgene registreren wat het bestuur nodig heeft om goed te kunnen besturen en te waarborgen dat de onderwijskwaliteit voldoende is om zich te kunnen verantwoorden.

Mijn conclusie

Sommige scholen zullen hierdoor mogelijk een verlichting van hun werk ervaren, bij andere scholen zullen een aantal dingen mogelijk aangescherpt moeten gaan worden. Ik denk echter dat iedere school en leerkracht zal uit de brochure punten kan halen waarover in een schoolteam een mooie discussie gevoerd kan worden. Daarnaast kan het schoolteam mogelijk ook gerichter gaan nadenken over ambities die verder gaan dan de basiskwaliteit.

Wil je de brochure zelf lezen, dan kun je hem hier vinden.

Uitgelichte foto: Shutterstock

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Lees vorig bericht:
Ik ben een loederjuf
Ik ben een loederjuf

Ken je de term loedermoeder? Een geuzennaam voor moeders die ook maar wat doen. Geen gestylde foto's, maar op een...

Sluiten