Alaaaaaaaaaaf! Het is feest! Vier je carnaval op school en in de klas? Hier vind je lestips en activiteiten bij de leerlijnen voor de onderbouw van de basisschool, de kleuters bij het thema carnaval.

Thema-opening carnaval in de klas

Zet een verkleedkist in het midden van de kring met allerlei verkleedkleding, pruiken, gekke hoedjes, schoenen, snorren, brillen, etc. Vraag de kinderen wat er in de kist zit en wat je ermee kunt doen. Je kunt verschillende kleding met elkaar matchen en sorteren. Wat hoort bij elkaar en waarom?
Je kunt een spelletje doen met de verkleedspullen. Bijvoorbeeld zo snel mogelijk een outfit aan trekken. Wie is het snelste? Of wat krijg je aan in een minuut?

Je kunt de kinderen ook een rollenspel of toneelstukje laten spelen met de kleding aan. Laat ze dan in de rol kruipen die de kleding aangeeft.

Taal

  • Praat met de kinderen over de voorwerpen uit de verkleedkist. Laat de kinderen allemaal een voorwerp pakken waar ze een zin over mogen zeggen.
  • Laat de kinderen een verhaaltje maken met de voorwerpen in de kring, schrijf dit verhaal op en lees het voor in de kring (bijvoorbeeld tijdens het fruit eten).
  • Herkennen de kinderen de voorwerpen? Laat ze vertellen waar ze de voorwerpen van kennen. Hebben ze de voorwerpen wel eens zelf gezien? Wat kunnen ze erover vertellen?
  • Maak een woordweb met de kinderen in het thema carnaval. Zoek er samen plaatjes bij op de computer/digibord en plak deze erbij. Je kunt ook een woordweb maken over verschillende woorden van het thema, bijv. feest, polonaise, muziek, etc.
  • Maak samen met de kinderen een dagboek van het carnavalgebeuren. Bespreek elke dag met de klas wat ze hebben beleefd die dag tijdens het carnaval (bijvoorbeeld in de huishoek) en schrijf dat op. Aan het einde van het thema heb je een mooi dagboek van alle belevenissen.

Beginnende geletterdheid thema carnaval

Doel: Letterklanken herkennen

  • Laat de kinderen woorden die met carnaval te maken hebben bedenken. Laat ze allerlei woorden bedenken met een bepaalde beginletter. Bijvoorbeeld de v van verkleden. Je kunt hier een woordspin met plaatjes van maken.
  • Als je een letter van de week hebt, kun je de kinderen deze letter laten leggen van confetti. Deze letter kunnen ze dan met de confetti op papier plakken.
  • Verzamel allerlei spullen die met carnaval te maken hebben, zie ook het onderdeel taal. Maak samen met de kinderen groepjes van deze spullen met de beginletters. Leg deze beginletter er groot bij.
  • Praat van tevoren met de kinderen hoe ze verkleed gaan. Laat ze goed uitleggen als welk type ze gaan en hoe dat typetje zich gedraagt. Laat de kinderen zelf briefjes schrijven of stempelen naar de aankomende typetjes van het carnaval en verstuur deze in mooi versierde enveloppen. Je kunt bijvoorbeeld slingers en confetti gebruiken voor de versiering ervan.
  • Maak een gekke bril in de knutselhoek met de kinderen. Laat de kinderen met de gekke bril door de klas kijken en de letters opnoemen die ze zien. Weten de kinderen er ook een woord mee?

Doel: Positie van een letter in een woord oefenen. (de leerkracht ontleedt het woord) K-l-a-s. Wat is de laatste letter? De middelste letter? Auditieve discriminatie

  • Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van woorden die met carnaval te maken hebben. Weten de kinderen welk woord je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord feest, het woord viest. Welk woord wordt bedoeld? En welke letter is veranderd?
  • Verzamel allerlei spullen die met carnaval te maken hebben in de kring. Hak de woorden van de attributen met de klas. Oefen daarbij de positie van de verschillende letters. Bijv. het woord schoen. Benoem ook de goed dat de eerste klank de sch is, de middelste letter de oe en de laatste letter de n.
  • Hak en plak de geschreven briefjes aan de typetjes van het carnaval uit de taalactiviteit. Kunnen de kinderen raden wat er staat geschreven?

Doel: rijmen

  • Rijm met de kinderen op allerlei woorden die met carnaval te maken hebben.
  • Kun je samen een versje maken met de kinderen? Een elfje is ook een leuk idee. Een voorbeeld van een versje:
    De fee gaat met de stoet mee.
    De piraat staat in de optocht paraat.
    De prinses drinkt snel uit haar toverfles.
    De heks doet tijdens de polonaise iets heel geks.

Download ook de kleikaarten carnaval

Rekenen

Doel: Voorwerpen ordenen op basis van kenmerken: groot-klein, hoog-laag, meer-minder, dun-dik, smal-breed

  • Gebruik de voorwerpen die over carnaval gaan uit het voorbeeld bij taal. Maak allerlei groepjes met rekenbegrippen met de kinderen in de kring. Grote en kleine voorwerpen, hoge en lage, meer en minder, dunne en dikke voorwerpen en smalle en brede.
    Zijn er ook verschillende groepjes van verschillende kleuren te maken?
  • Welke eigenschappen en overeenkomsten kunnen de kinderen nog meer bedenken met de voorwerpen? Laat ze het in die groepjes leggen.
  • Je kunt van tevoren confetti of slingers maken van verschillende groottes en breedtes. Orden deze samen met de kinderen.

Doel: Vooruit- en terugtellen vanaf verschillende startpunten t/m 20

  • Leg de voorwerpen van de kring op een rij. Tel deze met de kinderen vanaf verschillende startpunten. Je kunt hier de getallen bij leggen, voor het getalbegrip.
  • Leg soorten confetti op een rij. Tel deze met de kinderen heen en ook weer terug. Haal er steeds een paar weg en stop die er later weer bij. Laat de kinderen elke keer tellen hoeveel er nog zijn. Misschien weten sommige kinderen al wel hoeveel je hebt weggehaald?

Doel: Koppelen van hoeveelheid aan hoeveelheid (leeftijd aan vingers, rondjes aan knikkers etc) en de cijfers

  • Maak groepjes van verschillende aantallen van de carnavalsvoorwerpen. Laat de kinderen de juiste cijfers bij de aantallen leggen.
  • Geef de kinderen allemaal een aantal plaatjes of voorwerpen van het thema carnaval in de handen. Laat ze iemand zoeken die 1 meer of 1 juist 1 minder heeft. Je kunt ze ook een cijfer vertellen of geven dat ze moeten zoeken.

Doel: herkennen van nominale getallen: huisnummer, buslijn, etc.

  • Laat de kinderen door de bril kijken die je samen met hen hebt gemaakt. Laat ze erdoor kijken en naar getallen zoeken. Welke getallen zien ze? En waar horen die getallen bij?

Knutselen

  • Laat de kinderen zelf slingers maken. Dit kunnen ze doen door verschillende kleuren stroken als ringen aan elkaar te plakken. Zelf stroken laten knippen kan natuurlijk ook.
  • Door allerlei kleine rondjes uit gekleurd papier te knippen, kunnen de kinderen zelf confetti maken.
  • Laat de kinderen zelf een feesthoed maken. Zorg zelf voor een strook waar ze de hoed op kunnen plakken. De kinderen kunnen zelf een hoed ontwerpen, deze uitknippen, versieren en op de strook papier plakken. Je kunt ook een voorbeeld maken als leerkracht of een kleurplaat van een feesthoed uitprinten.
  • Van papieren feestbordjes kun je snel een masker maken. Knip van tevoren alle bordjes door de helft. Maak er vast ogen in en hang elastiekjes aan de zijkanten. De kinderen kunnen deze maskers versieren.
  • In de schilderhoek kunnen de kinderen zichzelf schilderen met hoe ze verkleed gaan. Je kunt de jongste kinderen helpen door alvast een hoofd te tekenen. Je kunt ook alvast een hoofd en jurk of hoofd en pak tekenen op het papier, zodat de leerlingen het kunnen versieren.

Bekijk ook de download thema circus die je ook voor carnaval kunt gebruiken. 

Carnaval in de klas

En dan is het feest in de klas. Je vindt tips wat je die dag kunt doen.

  • Zorg voor genoeg versiering: slingers, confetti, ballonnen. De kinderen vinden het erg leuk om de klas mee te versieren.
  • Zorg voor allerlei soorten muziek. Het liefste allerlei carnavalshits. Als je een digibord hebt, kun je leuke carnavalsfilmpjes opzoeken op youtube.
  • Begin de dag met een modeshow. De kinderen hebben ten slotte erg hun best gedaan op hun outfit. Zorg voor een podium in de klas of een (rode) loper waar de kinderen overheen kunnen lopen. Speel zelf de omroeper of laat een kind vertellen over de outfits van je klas. Je kunt alle kinderen achter elkaar laten lopen, maar je kunt ook groepjes maken. Bijvoorbeeld van outfits die bij elkaar passen.
  • Speel allerlei oud-Hollandse spelletjes, zoals spijkerpoepen, ezeltje prik, snoephappen, etc. Extra moeilijk met zo’n mooie outfit aan natuurlijk.
  • Doe spelletjes met de ballonnen
    Wie kan zo lang mogelijk zijn ballon in de lucht houden?
    – Overgooien met de ballonnen, bijv. twee aan twee.
    – Lummetje spelen met de ballonnen.
    – Blaas een ballon op, maar doe er geen knoop in. Laat hem vliegen. Wie van de kinderen kan hem pakken?
  • De polonaise mag natuurlijk niet ontbreken. Het lijkt me een fantastisch gezicht als je een polonaise met je bouw, of misschien wel met je hele school kunt maken.
  • Stoelendans is altijd een hit.
  • Doe een minidisco in de klas.

Bekijk ook de tips voor carnaval op school

Veel plezier met dit leuke feest!

Carnaval in de klas