(Door Sharona) De invallersdip was er weer en o jee wat had ik hem te pakken!Ik vertelde jullie over een sollicitatiegesprek voor een invalpool waar ik voor uitgenodigd was. Een baan die me op het lijf geschreven was en die ik echt super, super graag wilde.

Niet alleen vanwege het feit dat ik dan volgend jaar werk zou hebben (met ooit de kans op een eigen klas!), maar meer nog omdat ik me bij deze stichting heel erg op mijn gemak voel. Ik pas hierbij en ik wil hierbij.
Jullie snappen vast wel dat ik hierdoor een bepaalde druk op mezelf legde. Als je iets zo graag wilt, doe je er alles aan om zo goed mogelijk te presteren.

Solliciteren

De stichting waar ik voor solliciteerde heeft een andere manier van solliciteren dan ik doorgaans gewend ben. In 3 gespreksrondes zie je 5 mensen die jou bevragen en beoordelen. Elke gespreksronde heeft een andere insteek.
Ronde 1 ging over de praktische kant van de invalpool. Op welke wijze ben je inzetbaar?  Welke groepen, hoeveel uur? Maar ook hoe zou je jezelf omschrijven: vakbekwaam of startbekwaam?

Startbekwaam?

En daar ging ik even de mist in….natuurlijk met mijn extra studies en jarenlange ervaring ben ik het stukje startbekwaam al voorbij. Maar toch kwam het twijfelende ikje naar voren….wat waren ook alweer de kwalificaties voor startbekwaam en vakbekwaam? Die wist ik niet, dus hoe kon ik mezelf dan inschalen? Voldeed ik wel aan alle eisen voor vakbekwaam? En kan het niet altijd beter? In een split-second liet ik die twijfel even zien en gaf ik eerlijk aan niet de kwalificaties uit mijn hoofd te kennen.
Dom, dom! Want ik kon achteraf in de auto (zo is het altijd) honderd voorbeelden bedenken waaruit blijkt dat ik vakbekwaam ben. Waarom dan toch die bescheidenheid in mijn gesprek?

En over 5 jaar?

En toen kwam de vraag, waar sta jij over 5 jaar. Boem, zo uit het niets. Even aangeven waar jij denkt te zijn over 5 jaar, wat je nog wil gaan ontwikkelen, waar je ambitie ligt.  Deze vraag sloeg me heel even uit het veld. Waar sta ik over 5 jaar? Wat wil ik?

Eigen klas graag!

Eerlijk gezegd dacht ik maar aan één ding, het verwezenlijkt hebben van mijn droom: een eigen klas. Met mijn afstuderen 7 jaar geleden ging ik er vol voor, maar helaas na 7  jaar nog niet gelukt.  En hoe kan ik nu verder aan mijn toekomst denken als ik nog niet eens weet of het volgend jaar lukt om weer een baan te vinden, of het jaar daarop op, of het jaar daar weer op. Tuurlijk heb ik ambities, wil ik me verder ontwikkelen, maar hoe doe ik dat zonder een vaste plek? Welke kant moet ik op? Bovenbouw? En dan erachter komen dat het tekort in de onderbouw zit of andersom? Waar doe ik goed aan? En bovenal om meer te kunnen gaan doen, studeren, leren is een eigen klas toch wel van belang.

Ik heb het met de master sen en mijn gymbevoegdheid gedaan met stageklassen. Super fijn dat het mocht, maar niet ideaal. Je bent en blijft toch afhankelijk van de groepsleerkracht en je ziet de kinderen minder vaak, waardoor je niet zo goed door kunt pakken.  Onderweg in de auto vroeg ik mijzelf ook af of mensen door hebben wat voor een impact z’n vraag heeft op iemand die al jaren bezig is die ene, soms onbereikbaar lijkende, droom te verwezenlijken. Vast niet en dat geeft ook niet, want stiekem zette deze vraag mij ook weer aan het denken. Heb ik eigenlijk een back-up plan voor als het niet lukt?

Lees ook: INVALLEN IN HET BASISONDERWIJS

Pedagogische en didactische kant

Ronde 2 en 3 van de sollicitatiegesprekken gingen over je pedagogische en didactische kant. Hoe je in bepaalde situaties zou reageren, wat je zou doen bij, wat je gedaan had. Vol spanning reed ik na afloop van de gesprekken naar huis, het grote afwachten kon beginnen.

Teleurstelling

En daar kwam de mokerslag, een paar dagen na het sollicitatiegesprek. Ik was helaas niet aangenomen voor de pool, maar mocht er een langdurige vervanging vrij komen, dan wisten ze me te vinden. Natuurlijk bedankte ik beleefd voor het telefoontje, maar van binnen ging er iets kapot. Ik heb dat weekend meer tranen gelaten dan ik had gewild. De teleurstelling was zo groot, niet alleen omdat ik heel graag bij die stichting wilde werken, maar ook omdat ik na 7 jaar nog steeds niet een baan had. Weer een zomervakantie zonder duidelijk einde. Weer op zoek naar vacatures, wachten op werk. En nog meer wachten op werk. Want door de wet werk en zekerheid (WWZ) wordt het me ook nog eens behoorlijk onmogelijk gemaakt om te werken voor losse dagen. Ja, ik kan het wel doen, maar het kost me een kostbaar contract. En nee, daar moet ik helaas heel zuinig op zijn.

Invallersdip

Ik wist het niet meer. Was ik dan niet goed genoeg? Moest ik nog wel deze droom najagen? Moest ik opzoek naar een nieuwe uitdaging? Maar wat dan in godsnaam? Wat kan ik nu allemaal met mijn diploma? En wil ik dat ook?
De dip werd alleen maar erger. Collega’s die me vroegen hoe het met de pool gegaan was kon ik niet meer droog te woord staan. Of als ik thuis met een huishoudelijk klusjes bezig was merkte ik dat mijn gedachte afdwaalde naar weer een jaar onzekerheid. Het leverde stress, verdriet en frustratie op. Moest ik dit nog wel willen?
Voor de kinderen in de klas kon ik sterk genoeg zijn, zij hebben niks gemerkt, maar de tranen kwamen op, op momenten dat ik andere plannen hoorde maken voor volgend jaar, als ik ergens alleen wat administratie zat bij te werken of toen ik hoorde wie er allemaal wel aangenomen waren.

Acda en de Munnik schreven er een mooi lied over: Je noemt me oud verdriet, maar zo vreselijk oud ben ik nog niet. En dat is deze teleurstelling nog steeds voor me, maar gelukkig weet ik op de een of andere manier mezelf daar weer uit de trekken. Ik dip even flink en ga door een persoonlijk dalletje, maar daarna krabbel ik weer overeind. Het moet gewoon een keer lukken om die top te bereiken!

Lees ook: LERARENTEKORT OF INVALLERSTEKORT?

We-gaan-werken-aan-mijn-doel-fase

Na mijn verdriet-fase kwam de we-gaan-werken-aan-mijn-doel-fase. En bedacht ik wat ik nu het meest zou missen en wat ik het meest nodig zou hebben om nog meer te groeien. En dat was voor mijn gevoel scholing, feedback en begeleiding. In de 7  jaar dat ik al invalleerkracht ben, merk ik steeds weer dat je als (kortdurende) invalleerkracht minder kansen krijgt. Minder scholing, minder begeleiding, echte functioneringsgesprekken heb ik ook zelden gehad. Je kunt het vergelijken met het Nederlands elftal (man is voetbalgek, vandaar deze vergelijking, maar vul gerust een andere sport in, het principe blijft hetzelfde 😉 )

Wederom zat ik op de reservebank. Net als bij het voetbal heb je basisspelers en reservespelers. Als er iets is met de basisspeler verschijnt de reservespeler op het veld, zodra de basisspeler weer fit is verdwijnt de reservespeler weer op de bank. Goed gedaan, en tot de volgende keer dat je weer wat speelminuten krijgt. Net een invaller toch? Met één groot verschil. Het Nederlands elftal coacht zijn reservespelers, geeft ze training en feedback, helpt ze groeien betere spelers te worden. Zolang een invaller op de bank zit gebeurt er niks (of het moet op
eigen initiatief zijn). En dat maakte me boos. Ik wil die kansen ook. Ik heb die kansen nodig.
Ik wil onderdeel zijn van een team, niet meer elk jaar of elke paar maanden afscheid nemen. Me ook druk maken in vergaderingen. In werkgroepen plaats nemen (jaja, ik wil in werkgroepen. Ik wil ergens over mee denken, mee ontwikkelen, mee uitvoeren en het resultaat zien). Ik wil kinderen gedurende een jaar zien groeien. Ik wil mijn eigen route uitstippelen met een klas, in plaats van halverwege de route binnen te vallen.
Dus wat bedacht ik? Ik ga op zoek naar scholing en kijk of ik die via een van de stichtingen waar ik voor werk zou kunnen volgen. Een beetje investeren in een invaller en je krijgt er een betere voor terug. Zou toch een win-win situatie moeten zijn, toch?

Voor degene die zich nu afvragen hoe het gaat, het gaat weer redelijk goed. Ik baal nog steeds, maar ik heb de teleurstelling een plekje kunnen geven. Daar waar ik andere hoor praten over hun klas volgend jaar ga ik even weg. Dat is nog te gevoelig.
Of ik invalleerkracht blijf? Geen idee, voor nu nog wel. Ik solliciteer me rot en zoek alle besturen af. Hoelang de zomervakantie gaat duren weet ik nog niet, maar er komt vast weer iets op mijn pad. En zo niet, nou dan weet ik al een mooie vervolgblog…….iets in de trant van het leven na onderwijs!

Uitgelichte foto: Shutterstock