Manouk (neuropsycholoog) legt uit wat sensomotoriek is en hoe je deze ontwikkeling kunt stimuleren. 

Sensomotoriek

Sensomotoriek gaat over de interactie tussen je zintuigen (sensoriek) en bewegen (motoriek). Bij ons gaat deze interactie vanzelf en dit is bij veel dagelijkse bezigheden wel nodig. Wanneer je bijvoorbeeld aan het tennissen bent, is het belangrijk dat je sensoriek en motoriek samenwerken. Je hebt je zintuigen nodig om te zien waar de bal is, te zien waar je hem moet raken en waar je hem heen slaat en om te voelen hoe je je tennisracket vasthoudt. Je motoriek heb je op zijn beurt nodig om je te verplaatsen naar waar de bal terecht komt en je armen te bewegen zodat je de bal kan slaan.

Baby

Al vlak na de geboorte is een zuigeling redelijk goed in staat om de kenmerken van zijn of haar multisensorische omgeving te onderscheiden. Maar hoe leren kinderen om alle sensaties van zicht, gehoor, tast, reuk en smaak op een adequate manier aan elkaar te koppelen? Of zijn deze eigenschappen aangeboren?

Zien en horen

In de eerste weken na de geboorte kan een baby verschillende visuele vormen en een aantal geluiden van elkaar onderscheiden. Zo geven baby’s de voorkeur aan het kijken naar gezichten dan naar andere stimuli en horen zij liever de stem van hun moeder dan stemmen van vreemden. Ook kunnen pasgeborenen gebaren zoals lachen imiteren en zich motorisch richting tactiele stimuli bewegen.

Verschillen zien en taalontwikkeling

Vanaf ongeveer vier maanden zien ze het verschil tussen kleuren, vormen en grootte van objecten en kunnen ze verschillende gezichten van elkaar onderscheiden (van zowel mensen als apen). Ook leren baby’s snel het verschil tussen spraak in hun moedertaal en in een andere taal. Rond de zes maanden kunnen ze ongeveer net zo goed zien als een volwassene. Bij 8 maanden zien ze meer op afstand, worden ze zich bewust van kleine objecten en kunnen het verschil tussen een vraag en een stelling van elkaar onderscheiden. Vanaf ongeveer een jaar kunnen ze geen geluiden uit andere talen en apengezichten meer van elkaar onderscheiden.

Ogen

Ondanks het feit dat er vóór de geboorte nog geen sprake is van zicht, is dit wel het best ontwikkelde zintuig direct na de geboorte. De fysiologie van de ogen is zo goed als ‘volwassen’ bij pasgeborenen. Wat alleen nog niet goed ontwikkeld is, is de scherpte van het zicht. Baby’s zien een soort waas. Wanneer je objecten (en jezelf) dichtbij de baby plaatst, kan deze het wel goed zien.

wazig zien

Onderscheiden

Pasgeborenen kunnen dus al zeer snel verschillende geluiden, smaken, geuren, aanblikken en aanrakingen van elkaar onderscheiden. Ze reageren voornamelijk op stemmen en gezichten van mensen. Slechts enkele minuten na de geboorte kijken baby’s zoals eerder gezegd al het liefst naar gezichten ten opzichte van andere objecten. Vanaf een zeer jonge leeftijd integreren zij informatie van verschillende zintuigen om de wereld te ontdekken. De sensomotoriek ontwikkelt zich in een zogenaamd U-vormig patroon. Dit houdt in dat na de geboorte de sensomotoriek beter is dan een aantal maanden daarna, waarin bepaalde reflexen eerst weer moeten verdwijnen voordat je nieuwe belangrijke vaardigheden aan kunt leren. Maar wat maakt de sensomotoriek nou zo belangrijk? En hoe kun je je kind helpen om de sensomotoriek te stimuleren?

Sensomotorische integratie

Sensomotorische integratie is belangrijk omdat we hierdoor kunnen leren, socializen, spelen, je aandacht ergens op te houden en gewoon over het algemeen goed kunnen functioneren. Sommige kinderen hebben meer moeite met alledaagse activiteiten (bijvoorbeeld iets plannen op school) en dit kan zo zijn omdat zij het moeilijker vinden om alle informatie te integreren. Wanneer een kind moeite heeft met sensomotorische integratie kan dit resulteren in o.a. hypersensitiviteit voor bepaalde structuren of geluiden, een zeer beweeglijk kind of juist een zeer traag kind, problemen met de coördinatie (zoals balans of het vaak stuk maken van speelgoed), moeilijkheden met het reguleren van gedrag (een zeer impulsief kind, snel afgeleid, snel boos of veel frustratie) of een slecht zelfbeeld. Er bestaan therapieën om kinderen te helpen, maar je kunt vanaf een jonge leeftijd ook zelf een kind helpen deze vaardigheden onder de knie te krijgen.

Tips voor thuis

Zo kun je een dreumes in aanraking laten komen met verschillende ondergronden waarop hij loopt of kruipt (binnen op tapijt, houten vloer of plavuizen, buiten in het zand, op het gras, grind of heuveltjes). Kruipen is heel belangrijk. Hierdoor leert een kind afstanden inschatten, het verschil tussen hoog en laag, ver en dichtbij, en ruimtelijke oriëntatie. Het stampen in grote regenplassen is erg goed voor de ontwikkeling van het evenwicht. Wees ook niet te voorzichtig met je kind! Het is heel goed voor een kind om te vallen. Op deze manier leert het om zichzelf met de handen op te vangen en hoe het beter in balans kan blijven. Ook klimmen en klauteren zorgt ervoor dat een kind beter kan interacteren met zijn omgeving.

Sensomotorische activiteiten

Thuis kun je bijvoorbeeld spelen met rijst (dit voelt voor een kind heel gek aan de handen), bellenblazen en deze dan weer proberen op te vangen, spelen met scheerschuim (dit helpt om de eigen handen beter te voelen) of drinken door een rietje (bevordert de rompspieren, waardoor een kind een beter houdingsgevoel krijgt). Probeer ook gebruik te maken van verschillende substanties: hard of zacht, glad of ruw, vloeibaar of vast, stug of elastisch en verschillende materialen zoals klei, verf, crème, zeep, zand, grind, steen etc. Wanneer je kind al wat ouder is kun je hem laten helpen met huishoudelijke taken, zoals boodschappen uitpakken, groente wassen, de vaatwasser inruimen of helpen bij het koken. Hierdoor wordt een kind gedwongen zijn aandacht bij de taak te houden, anders vallen er bijvoorbeeld borden.