Een paar weken geleden konden jullie in de blog van Manouk lezen hoe de ontwikkeling van de sensomotoriek verloopt. Maar wat nou als die ontwikkeling niet zo natuurlijk verloopt? Wat gebeurt er als er problemen ontstaan in de sensorische informatieverwerking? Suzanne ging daarover in gesprek met Prikkelcoach Robert de Hoog.

De Theorie over sensorische informatieverwerking 

Sensorische informatieverwerking, ofwel de verwerking van prikkels, heeft betrekking op wat er in de hersenen gebeurt met de informatie die de hersenen doorkrijgen van de zintuigen. De Amerikaanse professor Winnie Dunn onderscheidt vier verschillende manieren om met prikkels om te gaan:

– Prikkels vermijden –> Gaat lastige prikkels uit de weg

– Prikkels zoeken –> Zoekt zelf extra prikkels op

– Gebrekkige registratie van prikkels –> Mist informatie

– Prikkelgevoelig –> Merken veel informatie op

Degenen die tot de groep prikkelvermijders horen, ondernemen actie om overprikkeling te voorkomen en blokkeren prikkels voor zichzelf, door zich bijvoorbeeld op hun slaapkamer terug te trekken. Gevoelige prikkelverwerkers laten prikkels die hen tot last zijn vaak toch binnenkomen, waardoor ze overbelast raken.

Bij een gebrekkige registratie van prikkels worden niet alle signalen geregistreerd in de hersenen, waardoor je belangrijke informatie kunt missen.

Prikkelzoekers lijken onverzadigbaar te zijn waar het gaat om prikkels. Dit in tegenstelling tot prikkelgevoelige mensen, die prikkels al snel als vervelend ervaren. Een prikkelzoeker blijft prikkels toevoegen en dat resulteert vaak in druk gedrag.

De praktijk in de klas

Tot zover even de theorie, want wat betekent dit stukje nu in de alledaagse klassenpraktijk?

Robert vertelt: “Iedere juf kan zich wel een kind voor de geest halen wat snel is afgeleid. Wat dan ooit geprobeerd werd, was om dan een schotje op de tafel te zetten om zo meer rust te creëren voor het kind. We probeerden de prikkels buiten te sluiten, maar als het kind zelf een prikkelzoeker is, zal het hoe dan ook zorgen dat er prikkels komen. Een schotje werkt in dit geval dus averechts, terwijl een gevoelige prikkelverwerker hier wel mee geholpen kan zijn.”

Als juf of meester heb je alle bovengenoemde types in de groep. Hoe zorg je er nou voor dat je daar als leerkracht goed op inspeelt?

“Het belangrijkste is dat je begrip toont voor het gedrag van de leerling. Stel dat je buiten zit met je laptop. Zodra de zon erop schijnt, zie je niks meer. Wat je ook probeert om het te zien, het lukt gewoonweg niet. Zo werkt het voor sommige leerlingen ook. Zij móéten van de leerkracht deelnemen aan de les, maar soms werkt de informatieverwerking écht anders.”

In de kleuterklas

Meteen denk ik aan mijn eigen kleutergroep. Aan de momenten waarop ik in de kring zit en er van alle kleuters eigenlijk wordt verwacht dat ze keurig stil op hun stoeltjes zitten. Welke leerkracht heeft niet een kind in de klas dat altijd achterstevoren op zijn stoel zit?
Ik begrijp hoe verschrikkelijk moeilijk het moet zijn om die beweegprikkels te moeten zoeken binnen de beperkte ruimte van een stoel.

Rust brengen in de groep

Robert geeft nog een voorbeeld van een juf die door middel van haar stem de rust in de groep brengt. Door zelf juist heel rustig te praten kun je de rust in de klas ook terug brengen. Wees je ervan bewust hoe je je stem gebruikt in de klas. Ook dat doet veel met de kinderen die bijvoorbeeld erg gevoelig zijn voor harde (stem)geluiden. Denk aan de kinderen die meteen hun handen tegen hun oren drukken bij veel (onverwachts) lawaai.

Alert zijn

Omdat we als leerkracht graag willen dat kinderen zich ontwikkelen en informatie opnemen, is het van belang dat kinderen op school een hoge mate van alertheid hebben. Om er achter te komen of een leerling alert is, kijk je naar bijvoorbeeld de lichaamshouding, bewegingsdrang, taakgerichtheid en mate van zelfstandigheid. Door te observeren kun je als leerkracht achterhalen waar bepaald gedrag vandaan komt. Als dat een sensorische oorzaak heeft, keur dan niet het gedrag af, maar bespreek de aanpak van de oorzaak.

In dit geval kun je de hulp van iemand als de Prikkelcoach inroepen om die oorzaak aan te pakken.

De Prikkelcoach

Robert is van oorsprong fysiotherapeut en heeft zich verder gespecialiseerd in prikkelverwerking. Inmiddels is hij voor zichzelf begonnen als Prikkelcoach. Hij helpt kinderen in de basisschoolleeftijd, maar werkt ook met pubers, volwassenen en ouderen.

Wanneer een prikkelcoach? 

Maar wanneer zet je als leerkracht of ouder nu een professional als Robert in? “Als de prikkelverwerking zoveel impact heeft op een kind heeft dat hij zich niet meer goed kan ontwikkelen. Als je denkt dat er iets mis is in de prikkelverwerking en je merkt dat het kind zich bijvoorbeeld niet goed kan concentreren, of zich juist helemaal terug trekt of overbeweeglijk is.”

Wat doet de prikkelcoach? 

Robert gaat in gesprek met de ouders en school en helpt bij het zoeken naar een oplossing. “Je moet onderzoeken wat iemands drempelwaarde voor prikkels is. En vervolgens ga je die drempel voorzichtig verhogen.” Prikkels worden dus niet vermeden, maar onder ogen gezien onder begeleiding van de coach. Doordat dit proces geleidelijk aan verloopt, krijgen de hersenen de kans om nieuwe verbindingen te leggen en wordt de tolerantie vergroot. Wanneer je de prikkel weghaalt, door bijvoorbeeld een kind dat gevoelig is voor geluid altijd oorkappen te laten dragen, leer je de hersenen juist af om geluiden te verwerken.

Meer weten

Prikkelcoach

Wil je meer weten over sensorische informatieverwerking of vragen over het behandeltraject, neem dan een kijkje op de website van Robert de Hoog.

Meer informatie over prikkelverwerking van mensen met ADHD kun je lezen in de blog van Hellen “Prikkels, prikkels en nog meer prikkels.”

Prikkels, prikkels en nog meer prikkels.