(Door Deveney) In het eerste blog in de serie ‘De overgang van groep 2 naar groep 3’ heb ik het onderwerp transitie ingeleid. Vandaag vertel ik jullie over belangrijke factoren volgens de literatuur die de transitie van groep 2 naar groep 3 beïnvloeden. 

De transitie van groep 2 naar groep 3 beïnvloeden

Tijdens de transitie van groep 2 naar groep 3 dienen kinderen zich aan te passen aan de nieuwe omgeving. Dit is een veelzijdige taak, waarbij zij sociaal-emotionele, intellectuele en gedragsveranderingen ondergaan binnen de muren van het klaslokaal (Aunola, Leskinen & Nurmi, 2006). Kinderen die zich goed kunnen aanpassen, zullen minder moeite hebben met de transitie van groep 2 naar groep 3. Het aanpassen betreft goed de regels volgen, rustig zijn, goed eten, goed slapen, goed kunnen concentreren en interesse tonen in aan school gerelateerde zaken. Kinderen die moeite hebben met het aanpassen, laten onder andere het volgende gedrag zien: bij aankomst op school hun ouders niet willen verlaten, niet naar school willen, desinteresse hebben in school gerelateerde zaken en vaak geïsoleerd zijn. Deze gedragingen wijzen op een moeilijke overgang van groep 2 naar groep 3 (Correia & Pinto, 2016).

Er zijn verscheidene factoren die invloed hebben op het verloop van de transitie van groep 2 naar groep 3. Deze zal ik per kopje bespreken.

Lees ook: DE OVERGANG VAN GROEP 2 NAAR GROEP 3

Ouders

Ten eerste hebben de ouders van het kind een grote invloed op de transitie. Correia & Marques-Pinto deden onderzoek naar de transitie van groep 2 naar groep 3 in Portugal. Uit dit onderzoek kwam onder andere naar voren dat ouders een grote invloed hebben op het verloop van de transitie naar groep 3. Wanneer ouders angstig, bezorgd of ongerust waren over de transitie naar groep 3, brachten zij deze angst vaak onbewust over op hun kind. Ook de hoge verwachtingen over de voortgang van de kinderen zorgt voor stress en angst bij leerlingen. Stress is een factor die zorgt voor een moeilijke overgang van groep 2 naar groep 3. Deze stress kan ontstaan door angst voor het onbekende. Dit is gerelateerd aan de nieuwe regels, de nieuwe leeromgeving en de nieuwe leermethoden in groep 3 (Correia & Pinto, 2016). Ook is het van belang dat ouders betrokken zijn bij de leerlingen. Dit zorgt voor een soepele transitie. Ouders kunnen betrokken zijn door middel van positieve uitspraken over nieuwe aspecten tijdens de transitie, zoals het uiterlijk van het klaslokaal, de nieuwe leerkracht en nieuwe klasgenootjes (Rous & Hallam, 2006). Ook moeten leerlingen het gevoel hebben dat ouders hen ondersteunen (Kinkead-Clark, 2015).

Familie

Ten tweede zijn families en gemeenschappen kritische factoren tijdens de ontwikkeling van jonge kinderen. Hier leren zij sociale en culturele vaardigheden door middel van interacties en socialisaties binnen deze groepen. Kinderen leren zich te functioneren in voor hen onbekende situaties en kunnen zij zich beter aanpassen (Bronfenbrenner & Morris, 1998, zoals beschreven in Kinkead-Clark, 2006).

Leerkrachten

Ten derde is niet alleen de betrokkenheid van de ouders van belang, maar ook de betrokkenheid van de leerkrachten. Hierbij is communicatie tussen leerkrachten en ouders een belangrijke factor om de transitie soepel te laten verlopen. Leerkrachten en ouders worden hier als partners van elkaar gezien (Correia & Pinto, 2016).

Samenwerking tussen professionals

Ten vierde zal er overleg en samenwerking moeten plaatsvinden tussen professionals. Een leerkracht in groep 3 zal dus voldoende informatie moeten ontvangen van de leerkrachten uit groep 2. Ook het betrekken van de ouders is hierbij belangrijk (Rous & Hallem, 2006). Goede relaties tussen verschillende professionals spelen een grote rol bij een positieve transitie. Hierbij spelen culturele en historische achtergronden een rol bij het opbouwen van deze relaties. Bij het samenwerken tussen professionals moet onder andere worden gekeken naar prioriteiten van beide kanten en roosters, zodat deze op elkaar aansluiten (Karila & Rantavuori, 2014). Peters (2014) sluit aan bij dit idee en stelt dat de sleutel naar het succes van goede transities ligt in het creëren van gemeenschappelijke ideeën in onderwijsomgevingen. Deze ideeën hebben tot gevolg dat leerlingen goede resultaten behalen en zorgen voor plezier bij de leerlingen.

Goede voorbereiding

Ten vijfde zullen leerkrachten de leerlingen goed moeten voorbereiden op de komende transitie. Twee leerkrachten in Singapore deden onderzoek naar de inzet van spel om de transitie naar groep 3 soepeler te laten verlopen. Zij zetten verschillende spelactiviteiten in die aansloten bij de activiteiten uit groep 3, bijvoorbeeld dat zij leerlingen met geld lieten spelen om hen op deze manier voor te bereiden op de sommen die in groep 3 met geld worden gemaakt. Ook legden zij met de klas alvast een bezoek aan groep 3 af, zodat de leerlingen alvast konden kijken. Er is in dit onderzoek geen onderzoek gedaan naar de lange termijn effecten, maar de leerkrachten merkten dat de leerlingen meer zelfvertrouwen kregen bij de overgang naar groep 3 en kregen veel positieve reacties van de ouders van de leerlingen (Lee & Goh, 2012). Ook Rous & Hallam (2006) stellen dat het belangrijk is om leerlingen goed voor te bereiden op de overgang naar groep 3. Hierdoor krijgen leerlingen tijd om zich aan te passen aan de nieuwe omgeving en deze langzaamaan te verkennen.

De afstand tussen groep 2 en groep 3

Ten zesde is de afstand tussen groep 2 en groep 3 van belang tijdens de transitie. Wanneer de afstand tussen groep 2 en groep 3 te groot is, zal dit de transitie van groep 2 naar groep 3 bemoeilijken (Correia & Pinto, 2016; Rous & Hallam, 2006). Wanneer deze afstand echter klein is zullen leerlingen zich veiliger en zekerder voelen. Er zal dan ook minder sprake zijn van stress onder de leerlingen tijdens een transitie (Rous & Hallem, 2006). Factoren die ervoor zorgen dat deze afstand zo klein mogelijk wordt gehouden, zijn het gebruik van dezelfde werkwijzen, methodes en routines. Er dient in groep 2 gedeeltelijk gefocust te worden op het voorbereiden van kinderen op klassikale regels en gedragsaanpassingen in de vorm van activiteiten die concentratie vereisen. In groep 3 dient er echter meer gefocust te worden op methoden en werkwijzen die in groep 2 worden gehanteerd. In groep 2 wordt er bijvoorbeeld meer spel georiënteerd gewerkt (Correia & Pinto, 2016). Wanneer werkwijzen, methodes en routines overeenkomen is er meer sprake van continuïteit (Rous & Hallam, 2006).

Overige factoren

Tenslotte zijn er nog een aantal andere factoren die invloed hebben op de transitie naar groep 3. De grootte van de klas is een belangrijke factor, waarbij blijkt dat grotere klassen een negatief effect hebben op de transitie (Correia & Pinto, 2016). Ook de tijd die leerlingen krijgen om zich aan de nieuwe situatie aan te passen, heeft invloed op hoe goed het transitieproces verloopt. Sommige kinderen zullen zich sneller aanpassen aan de nieuwe situatie dan andere kinderen. Wanneer kinderen zich niet zo snel aanpassen, zullen zij hier tijd voor moeten krijgen. Daarbij kunnen leerkrachten en ouders een ondersteunend zijn (Kinkead-Clark, 2015). Tenslotte spelen het academische en het sociale niveau van het kind belangrijke rollen tijdens de transitie. Deze niveaus dragen namelijk bij aan het aanpassingsvermogen van het kind (Lee & Goh, 2012). Doordat ieder kind een ander academisch en sociaal niveau bezit en andere ervaringen heeft, zal de transitie bij ieder kind verschillend verlopen (Kinkead-Clark, 2015).

Focus komende blogs

In de komende blogs zal ik mij focussen op ‘De afstand tussen groep 2 en groep 3’. Hierbij zal ik kijken naar de belangen en de inzet van spel, hoeken en thema’s in groep 3 om de afstand tussen groep 2 en groep 3 te verkleinen.

Meer lezen / gebruikte literatuur

Aunola, K., Leskinen, E., & Nurmi, J. (2006).
Correia, K., & Marques-Pinto, A. (2016).
Karila, K., & Rantavuori, L. (2014).
Kinkead-Clark, Z. (2015).
Lee, S., & Goh, G. (2012).
Peters, S. (2014).
Rous, B.S., & Hallam, R.A. (2006).

Uitgelichte foto: Shutterstock

BewarenBewaren

BewarenBewaren