Door Suzanne. In elke klas zitten leerlingen die boven het gemiddelde van de groep uitsteken. Het werken met denksleutels in de klas biedt juist die leerlingen meer uitdaging en doen een beroep op het creatief denken van de kinderen.  Ik leg je uit wat denksleutels zijn en hoe je ze in de klas kunt gebruiken. 

Denksleutels

Het idee achter de denksleutels is dat je met de sleutels het denken van de kinderen kunt openen. De Australische Tony Ryan bedacht de sleutels in 1998.
De vragen die op de sleutels staan, zetten de kinderen aan tot creatief, analytisch en praktisch denken.

Er zijn 20 verschillende denksleutels, waarvan de een beter geschikt is in de onderbouw en de ander makkelijker in te zetten in de bovenbouw.
Je kunt de denksleutels hier downloaden van de website van SWVPO3006.

Voor welke leeftijd?

Denksleutels zijn gemaakt voor kinderen in de leeftijd van 2,5 jaar tot 12 jaar. Dus in iedere klas in de basisschool inzetbaar en zelfs al bij de peuters te gebruiken.
Wanneer je de denksleutels regelmatig inzet, kun je kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong sneller signaleren.

Je kunt de sleutels klassikaal gebruiken, maar ook juist inzetten in een kleinere groep. Ik gebruik ze nu voornamelijk voor de kinderen die net wat meer uitdaging nodig hebben.

Onderzoek

Volgens projectmanagers van Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit kunnen denksleutels ingezet worden om de hogere-orde denkvaardigheden van de kinderen aan te spreken. Ze kunnen door de denksleutels in de klas ook aangezet worden tot onderzoekend leren.

Denksleutels in de kleuterklas

In de kleuterklas zijn denksleutels erg geschikt om tijdens kringmomenten in te zetten. Neem bijvoorbeeld de ‘vraagsleutel’. Je geeft de kinderen een antwoord en de kinderen moeten een vraag bedenken waar ze dit antwoord op kunnen geven.

Een praktisch voorbeeld: geef de kinderen als antwoord ‘een kip’ en laat ze daar vragen bij bedenken.
Er zijn veel verschillende vragen te bedenken bij dit antwoord. Denk aan:
– Welk dier legt eieren?
– Hoe heet de moeder van een kuikentje?
– Welk dier is een vogel, maar kan niet vliegen?
Kinderen bedenken zelf vragen en kunnen je soms verbazen met hun creativiteit.

Andere denksleutels die je bijvoorbeeld in hoeken kunt inzetten zijn de ‘constructiesleutel’ en de ‘anders dan anderssleutel’.
De constructiesleutel geeft de kinderen een bouwopdracht, bijvoorbeeld: Bouw een brug over de vijver in de bouwhoek waar de boerderijdieren overheen kunnen lopen.
De anders dan anderssleutel vraagt kinderen om een opdracht uit te voeren zonder de middelen die ze daar normaal gesproken voor gebruiken. Bijvoorbeeld: Schilder zonder kwast.

Denksleutels in groep 3

Ook in groep 3 gebruik ik de denksleutels. Iets minder vaak klassikaal, maar ik vind het ook een handig hulpmiddel om in te zetten voor de zonlezers, beter maanlezers en de kinderen die met rekenen voorlopen op de rest van de groep.

Ik gebruik de ‘wat als-sleutel’ regelmatig. Die is makkelijk aan te sluiten bij het thema van Veilig Leren Lezen. Bij kern 9 bijvoorbeeld is het thema elektriciteit. Een wat als-vraag zou kunnen zijn: Wat als de elektriciteit uit zou vallen? Of: Wat als er geen elektriciteit zou zijn?
De kinderen gaan daarover met elkaar in gesprek en naar aanleiding daarvan kunnen ze een tekening maken. Naderhand leggen ze aan de hand van de tekening uit wat zij als antwoord op de vraag hebben bedacht.

Een andere denksleutel die ik graag gebruik is de brainstormsleutel. Ik geef de kinderen een probleemstelling en zij bedenken zoveel mogelijk oplossingen.
In het ankerverhaal is de waterleiding op de speelplaats gesprongen, waardoor er een fontein is ontstaan op het plein. Een perfect probleem voor deze denksleutel. Want de kinderen kunnen oplossingen bedenken van het dichten van het gat in de leiding tot het bouwen van een muur om een zwembad op het plein te maken. Alle oplossingen zijn goed, ook de oplossingen die eigenlijk niet zouden kunnen en juist dát maakt deze sleutel zo waardevol voor het creatief denken.

Mijn ervaringen met denksleutels

Ik merk in de klas dat kinderen gemotiveerd en enthousiast zijn om te leren. Dat is natuurlijk hartstikke fijn, maar tegelijkertijd zijn kinderen vaak erg afwachtend wat de leerkracht gaat vertellen. Ze doen keurig netjes wat ik van ze vraag, maar het zelf nadenken over dingen en het vormen van een eigen mening of idee is nog wat op de achtergrond.

Het is niet zo dat het inzetten van denksleutels direct zorgt voor grote veranderingen wat deze afwachtende houding betreft. Maar door wat langer met de sleutels te werken en te benadrukken dat alles mag, zie je dat kinderen zich steeds meer durven te laten horen.

Door juist op deze manier te werken, stimuleer ik de leerlingen om zelf na te denken, maar ook om ruimer te denken. Soms verbazen juist de kinderen die niet zo sterk zijn in lezen of rekenen je met bijzondere antwoorden. En dat is echt prachtig om te zien!

Afbeelding van Valery Sidelnykov/Shutterstock

Denksleutels in de klas