Bij rekenen wordt gesproken over het rekenprobleem dyscalculie. Wat is dit nu eigenlijk? En wat kun je doen in de klas? 

Op de basisschool leren we leerlingen allerlei verschillende dingen aan. Drie van deze schoolse vaardigheden toetsen we bij leerlingen ook regelmatig. Zodat we kunnen volgen of de leerlingen aan het einde van hun basisschool loopbaan de gewenste vaardigheden beheersen. Hierbij hebben we het natuurlijk over rekenen, lezen en spellen. Er zijn leerlingen die problemen ondervinden met lezen en spellen of rekenen. Bij lezen of spellen wordt dan gekeken of een leerling mogelijk dyslexie heeft. Bij rekenen over dyxcalculie, maar wat is dat eigenlijk?

Wat is dyscalculie?

Dyscalculie

In de onderzoeksliteratuur over dyscalculie is er eigenlijk te weinig overeenstemming tussen de verschillende onderzoekers over wat dyscalculie eigenlijk is. Er zijn twee verschillende uitgangspunten: het is een specifieke rekenstoornis en leerlingen met dyscalculie hebben minder sterke rekenvaardigheden. Professor dokter Hans Van der Luit is hoogleraar diagnostiek en behandeling van kinderen met dyscalculie aan de Universiteit van Utrecht. Hij stelt in zijn boek ‘Dit is Dyscalculie’ (2018) dat dyscalculie een stoornis is die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het leren en vlot kunnen toepassen van reken- en wiskundekennis.

Bekijk ook de getalbeelden van meneer Van Der Luit. 

Dit is Dyscalculie

Van der Luit (2018) beargumenteert dat dyscalculie, net als dyslexie, een stoornis is. Hij onderbouwt dit met drie argumenten:

  • Rekenfeiten en afspraken worden onvoldoende onthouden, terwijl dit wel verwacht mag worden vanwege het intelligentieniveau.
  •  Er is een redelijke samenhang tussen dyscalculie en dyslexie, als vaardigheid lijken sommige delen elkaar te overlappen.
  • Uit de toenemende kennis uit neuropsychologisch onderzoek blijkt dat er betrokkenheid en mogelijke uitval is in specifieke hersengebieden.

Bekijk het boek hier.

Memoriseren en automatiseren

Het is belangrijk dat leerlingen feiten vlot kunnen oproepen uit hun geheugen en dan direct kunnen toepassen. Hiervoor hebben ze geautomatiseerde, en bij voorkeur gememoriseerde kennis nodig van de basisvaardigheden in het rekenen. Wat is nu eigenlijk het verschil tussen memoriseren en automatiseren?

  • gememoriseerde kennis: direct uit het hoofd, zonder tussenstap, tot het goede antwoord komen.
  • geautomatiseerde kennis: binnen een seconde of 5 á 10 het juiste antwoord kunnen geven op een rekenopgave die uit het hoofd, met één tussenstap, wordt opgelost.

De meeste leerlingen met dyscalculie hebben er heel veel moeite mee om rekenkennis te memoriseren, het is al heel fijn wanneer zij rekenkennis hebben geautomatiseerd.

Kenmerken van dyscalculie

De leerling met dyscalculie kent één of meerdere van de volgende problemen:

  • moeite met het automatiseren van rekenfeiten, bijvoorbeeld de tafels.
  • heeft problemen met het aanleren van getallen
  • problemen met het ruimtelijk inzicht
  • moeite met het plaatsen van getallen op de getallenlijn
  • problemen met meetkunde
  • heeft problemen met klokkijken
  • moeite met het hebben van inzicht in het getallensysteem.
  • het door elkaar halen van cijfers in grote getallen
  • heeft moeite met het plaatsen van getallen op de getallenlijn
  • moeite hebben het het toepassen van een gelijke oplossingsstrategie bij sommen die vergelijkbaar zijn.
  • problemen met het onthouden van de tussenstappen.
  • moeite hebben met het afleiden van de rekensom uit een contextopgave

Wat kun je doen in de groep?

De school kan het protocol ERWD (Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie) volgen. Dit protocol geeft richtlijnen voor het op tijd herkennen van dyscalculie en het begeleiden van leerlingen met dyscalculie en ernstige rekenproblemen. Ook staan in dit protocol handvatten voor de ondersteuning van deze leerlingen.

Dyscalculie gaat niet over, het is een stoornis van blijvende aard. Wel kunnen aanpassingen in de leeromgeving helpen. Zo is het voor een leerling met dyscalculie heel fijn om wat extra uitleg te krijgen op het gebied van getalstructuur en strategieën. Deze informatie kan bewaard worden in een zogenoemd ‘opzoekboekje’. Op deze manier hoeft de leerling deze informatie niet te automatiseren en memoriseren, maar kan hij of zij deze opzoeken wanneer deze informatie nodig is.

Daarnaast is het verstandig om de leerling met (mogelijke) dyscalculie altijd gebruik te laten maken van kladpapier en bij lastige verwerkingen de leerling gebruik te laten maken van een rekenmachine.

Afbeelding van Daniel Jedzura/Shutterstock

Dyscalculie in de klas