Ik zit op de rand van de zandbak met een denkbeeldig kopje koffie. Driekwart van mijn klas speelt in de zandbak. We hebben officieel het veel-buiten-spelen-seizoen geopend met scheppen, harken en emmertjes. Een anekdote uit de zandbak. 

Terwijl ik daar zo in het zonnetje zit, laat ik me mee voeren in de verhalen van kinderen. Een van de grotere jongens heeft de kruiwagen vol geladen. ‘Voor wie heb je al dat zand?’ vraag ik. ‘Dat is voer, voor de koeien. Ik ga dat zo naar ze brengen’. ‘Mevrouw’, vraagt het oudste meisje ‘kom je ook zo naar de kinderboerderij?’ ‘Ja’, zegt de jongen. ‘Dan moet je wel een ticket betalen.’ ‘Hoe duur is het kaartje voor de kinderboerderij?’ vraag ik. De jongen denkt even na: ‘Een euro!’ Ik haal een denkbeeldige munt uit mijn zak. ‘Maar als je de kinderen gaat schminken, hoef je niet te betalen.’ Daar ga ik mee akkoord en vertel dat ik dan de euro doneer. ‘Er staan vaak bakken waar je geld in kunt doen om de kinderboerderij te helpen. Daar doe ik mijn euro dan in.’

Helaas wil er niemand geschminkt worden. Er zijn andere problemen op te lossen. De een heeft zand in zijn oog gekregen. De ander wil toch nu wel echt graag een fiets. En nog een heeft ruzie om een schep. Hele normale kleuterproblemen waar ik hier en daar nog wel wat aan te sturen heb.

Met een schuin oog kijk ik ondertussen naar de kinderboerderij. Hij ligt er mooi bij zo in de zandbak.