Door Yvonne. Hoe een werkdag er voor mij uit ziet en wat ik allemaal doe tijdens Een ochtend op de peuterspeelzaal (deel 1)

Een ochtend op de peuterspeelzaal

Start van de ochtend

Ik ben 20 minuten voor de peuterspeelzaal open gaat binnen. Ik check de agenda of er vanochtend nog iets bijzonders is (afmeldingen van kinderen, papieren die aan ouders meegegeven moeten worden etc.) We zetten de tablet klaar, daar mogen de kinderen zichzelf op aanmelden. Via de app kunnen ouders ook hun kind afmelden. We kunnen dan ook de opmerking van de ouders lezen met de reden van absentie. Via de app kunnen wij ook foto’s die we maken meteen naar de ouders doorsturen. Ook zetten we de fotootjes klaar die kinderen in ons huisje mogen plakken.
Al met al een heel ritueel voor de kinderen als ze binnenkomen.

Binnenkomst

Om half negen doen we de deur open. Er staan al veel ouders en kinderen bij onze deur. Onze peuterspeelzaal zit in een basisschool en ouders brengen vaak eerst hun oudste kind in de klas en wachten dan tot wij de deur opendoen. De kinderen melden zich aan, hangen hun foto op en gaan samen met de ouders iets kiezen om mee te spelen. Een nieuw meisje komt al huilend op de arm van mama binnen. Het is nu erg druk in ons lokaal. Ik adviseer moeder volgende keer 15 minuten later te komen. Dan zijn de meeste ouders weer weg en is het wat rustiger voor het meisje om te wennen aan ons, de kinderen en het lokaal. Na met mama gesproken te hebben besluiten we dat mama nu beter kan gaan. Ik wil het meisje overnemen maar ze zegt huilend ‘die’ en wijst naar onze stagiaire.

De stagiaire neemt het meisje over en gaat bij het raam zwaaien naar mama. Ik praat nog kort even met een moeder over haar zoontje die binnenkort meerdere dagdelen mag komen. Omdat de betreffende dagdelen nu vol zijn gaan we er vanuit dat hij na de zomervakantie op deze dagdelen wel een plekje zal krijgen. Daarna loop ik naar de deur daar blijft een jongen maar aan zijn moeder hangen. Het lukt haar niet om weg te gaan. Met een grap dat ik dan naar zijn mama ga zwaaien holt hij snel naar het raam en mama kan zonder problemen de klas verlaten. Als de ouders weg zijn laten we de kinderen nog even spelen. Het spel zonder ouders is toch altijd anders dan met ouders en het spel verstoren door meteen te gaan opruimen doen we niet graag. Een paar minuten voor we gaan opruimen laten we dit aan de kinderen weten Als we roepen ‘nog een paar minuutjes spelen en dan gaan we……’ dan maken de kinderen de zin af door te roepen ‘….opruimen!’

Lees ook: MIJN PEUTERGROEP; HET BELANG VAN GOED ONTWIKKELINGSMATERIAAL

Opruimen

Als het dan tijd is ga ik in het midden van ons lokaal staan. Ik steek mijn handen in de lucht en zeg: ‘Eens kijken wie er snel bij mij kan staan’. Ik noem dan de namen van de kinderen die bij me gaan staan. De andere kinderen komen dan eigenlijk vanzelf. Mijn collega haalt dan een of twee kinderen die toch verder spelen erbij. We zingen ons opruimlied ‘Tien, tien, tien laat al je vingers zien’.
We gaan samen opruimen. Terwijl wij helpen met opruimen stimuleren we de kinderen om ook op te ruimen, geven ze iets van speelgoed en laten zien waar het thuishoort. Alle bakken zijn gelabeld met een foto en tekst. Je ziet dat de oudere kinderen al precies weten waar alles thuishoort.

Lees ook: EEN KIJKJE IN MIJN PEUTERGROEP; STRUCTUUR

Kring

Dagritme

Als alles is opgeruimd mogen de kinderen zelf een stoeltje pakken en een kring maken. In de kring begroet ik de kinderen. Vandaag is de hele groep compleet: 16 kinderen. We gaan alle kinderen tellen. Ook tellen we de juffen. We bekijken welke dag het is vandaag. De kleur van de dag is blauw. Veel kinderen hebben iets blauw aan. We bekijken een tijdje alle blauwe randjes van sokken of stipjes op een shirt. We praten met de kinderen,naar aanleiding van de dagritmekaarten, wat we vandaag al hebben gedaan en wat we nog gaan doen. Zo bereiden we de kinderen voor op wat er nog gaat komen deze ochtend. Ik bespreek de woorden van de week met de kinderen. Het thema van de komende weken is ‘Elmer de olifant’ en we hebben de kleuren en vormen leren aan dit thema gekoppeld. De woorden van de week zijn daarom kleuren en vormen, deze bespreken we met de kinderen. De vorm van deze week is de cirkel. De oudste van de groep weet deze goed te benoemen. De jongsten zeggen soms nog rondje. Dat is natuurlijk ook helemaal goed. Ik vraag of iemand een liedje kent met iets wat rond is erin. Ik maak ondertussen het gebaar voor ‘de wielen van de bus’. We praten over dat wielen rond zijn en ik laat de kinderen de ronde beweging van de wielen maken. Dan zingen we het liedje. Daarna zingen we nog ‘Zo gaat de molen’ en ‘Helikopter’. Na het zingen gaan we speelwerken. Voor we dat gaan doen gaan we altijd vooruitkijken. Zoals we de kinderen aanleren ‘een plannetje maken in je hoofd’

Hierover meer in deel 2 van deze blog ‘Een ochtend op de peuterspeelzaal’

Uitgelichte foto: Shutterstock