Jozua Douglas is kinderboekenschrijver van beroep. Hij schreef het prentenboek ‘De kusjeskrokodil’ en een aantal boeken in de ‘Willewete’ serie. Zijn laatste boek is ‘De verschrikkelijke badmeester’, een roman voor kinderen van 9 tot en met 12 jaar.
Jozua Douglas is mijn aanstaande echtgenoot. Ik vroeg hem een gastblog te schrijven voor JufMaike.nl. 

Hoe schrijf je een prentenboek? (9 tips)

Gruffalo

Toen ik een paar jaar geleden besloot dat ik een prentenboek wilde schrijven, trok ik me nergens wat van aan. Ik had al jaren geen prentenboek meer gelezen, maar dat maakte niet uit. Ik schreef voor het kind in mezelf. Ik was een autonoom kunstenaar. Ik schreef een paar verhalen en stuurde ze naar verschillende uitgevers.

Na enkele maanden kwamen de afwijzingsbrieven in bosjes binnen. ‘Helaas past uw werk niet in ons fonds.’ En: ‘Wij zien helaas geen mogelijkheid uw verhaal uit te geven.’

 

Was ik de nieuwe Van Gogh? De onbegrepen kunstenaar, het miskende genie? Of deed ik gewoon iets fout? Ik besloot het uit te zoeken. Een half jaar lang haalde ik iedere week een hele tas prentenboeken uit de bibliotheek. Ik las en analyseerde ze zorgvuldig.
In dit blog geef ik je de negen belangrijkste lessen die ik leerde. Ik hoop dat je er wat mee kunt.

1. Zorg voor conflict

Een goed verhaal, hoe eenvoudig ook, heeft een probleem nodig. Bedenk een probleem dat aansluit bij de belevingswereld van je lezers. Een mol die wil weten wie er op zijn kop heeft gepoept. Een muis die niet opgegeten wil worden. Een jongen die niet kan slapen omdat hij enge geluiden hoort.

2. Kies voor een eenvoudige verhaallijn

Een prentenboek heeft altijd maar een verhaallijn, verteld in een helder ritme. De mol bezoekt verschillende dieren om er achter te komen wie er op zijn kop heeft gepoept. De muis in de Gruffalo is zijn vijanden telkens te slim af. En een familie overwint tijdens de berenjacht steeds weer nieuwe obstakels. Dit alles in een helder en eenvoudig ritme.
Je ziet die ontwikkeling in bijna alle prentenboeken. De hoofdpersoon maakt een reis of gaat anderszins op zoek naar de oplossing van zijn probleem. Hij ontmoet verschillende personages en ondergaat een aantal beproevingen. De oplossing is er steeds niet, tot hij op het laatst vindt wat hij zoekt. Want een prentenboek loopt natuurlijk altijd goed af.

Mijn eerste prentenboek De kusjeskrokodil ontstond vanuit een enkel woord: kusjeskrokodil. Vervolgens bedacht ik er nog vijf dieren bij. Allemaal kregen ze een functie in het bedtijdritueel. Voorlezen, knuffelen, kusje, slaapliedje, toedekken en… een mooie droom. Zo liet ik mijn hoofdpersoon een zoektocht afleggen door zijn kamer, waarin hij telkens vriendschap sluit met de enge dieren die hij tegenkomt.

3. Denk in beelden

Over een kleine molHoe mooi je woorden ook zijn, het draait in een prentenboek om de prenten. Een gemiddeld prentenverhaal beslaat ongeveer 24 bladzijden. Dat zijn 12 spreads, 12 grote prenten.

Deel je verhaal daarom op in 10 tot 15 stappen en bedenk bij iedere stap een passend beeld. Als je voor een nieuwe spread geen nieuw beeld kunt bedenken, zit er waarschijnlijk te weinig voortgang in je verhaal. Ga na hoe je je verhaal kunt versnellen of voeg twee stappen samen.

4. Gebruik actieve zinnen

Of je nu een roman schrijft of een weblog. Passieve zinnen zijn voor een schrijver not done. En in een prentenboek zijn ze al helemaal taboe. Vergelijk de volgende zinnen:

Passief: Konijn werd door alle dieren geknuffeld.

Actief: Alle dieren gaven konijn een knuffel.

In een actieve zin staat het onderwerp (de handelende instantie) voorop.

Passief: Er werd die avond flink gefeest (door de dieren).

Actief: De dieren vierden die avond flink feest.

Probeer je zinnen helder te houden. Gebruik zo min mogelijk woorden. Voltooide tijd mag wel, maar alleen als het echt nodig is.

Schrijf niet: Tim had al uren wakker gelegen.

Maar: Tim lag al uren wakker. Of nog beter: Tim kon niet slapen.

Meer over actief schrijven lees je hier.

5. Maak je taal muzikaal

Een prentenboek is een voorleesboek. Een verhaal dat moet klinken. Zorg daarom voor muzikale taal. Je publiek zal dat absoluut waarderen. Wissel korte en lange zinnen af. Gebruik rijm, alliteratie en wees je bewust van de enorme kracht van halfrijm. Lees je zinnen hardop aan jezelf voor. Hoe klinkt het? Waar hapert het? Schrijf en herschrijf net zo lang tot het perfect klinkt.

6. Gebruik humor

Wij gaan op berenjachtHumor is het belangrijkste instrument van een kinderboekenschrijver. Houd er alleen wel rekening mee dat een kind van 4 totaal andere humor heeft dan jij. Mijn held was vroeger Ome Willem. ‘Wie heeft er hier zin in een broodje poep?’ Dat vond ik toen net zo leuk als ik de grappen van Hans Teeuwen nu vind.

Natuurlijk hoef je niet altijd toe te geven aan de anaal gefixeerde humor van je lezers. Onderbroekenlol doet het goed, maar het is ook makkelijk scoren. Waar het om gaat is dat je ontregelt. Dat je hun wereld op z’n kop zet. Dat kan met een wolf die bang is voor vlinders. Of een krachtpatser met een snotje in zijn neus.

Ik weet nog dat ik als jongen van vijf enorm moest lachen om Jan Willem (Het boek van Jan Willem, van Anne de Vries). Op de eerste bladzijde maakte de held zijn familie wakker met de woorden: ‘Opstaan luilakken, het is al 100 uur.’ Het kon niet, het was absurd en overdreven en daarom vond ik het leuk.

7. Leef je in

Kleuters hebben een heel andere belevingswereld dan volwassenen. Hun wereld is magisch. De grenzen tussen realiteit en fantasie zijn soms dun. Ze kunnen vaak nog geen logische verbanden leggen. Abstracte begrippen vinden ze moeilijk en ze nemen veel dingen letterlijk.

Toen ik in De grootste, de gevaarlijkste moest uitleggen hoe zwaar een olifant is, schreef ik daarom niet: Een olifant weegt 5200 kilo.

Maar: Een olifant weegt net zo veel als vijfenzestig vaders op een hoop. Kinderen vinden dat ook nog eens ontzettend grappig.

Zelf herinner ik me veel gebeurtenissen uit mijn kleutertijd nog als de dag van gister. Daar heb ik als kinderboekenschrijver mooi mazzel mee. Ik beschouw dat als een enorme rijkdom. Misschien schrijf ik hier later nog eens een blog over.

8. Schrijven is schrappen

Houd de tekst beperkt. Hoe minder hoe beter. 75 woorden per bladzijde of spread is netjes, 50 is subliem.

Gebruik de functie Woorden tellen in Word om te zien hoeveel woorden je gebruikt. (Die functie is er niet voor niets!) Je zult zien dat je al gauw meer woorden nodig hebt dan je denkt. Gelukkig kan je door slim te formuleren veel woorden schrappen (zie tip 4). En onthoud: een beeld zegt meer dan duizend woorden.

9. Ga je eigen weg

Een goed prentenboek is natuurlijk niet in regels te vatten. Vergeet daarom alle tips die ik je gaf en begin gewoon met schrijven. Verras jezelf, verras je lezer met jouw eigen unieke verhaal.

Tien tips is mooier dan negen. Helaas kon ik er niet meer verzinnen. Weet iemand de tiende? Laat dan zeker je reactie achter!