(Door Manouk) Leerkrachten op de basisschool spelen een belangrijke rol in het sturen van het gedrag van kinderen. Hoe kun je gepast gedrag stimuleren? 

Er zijn dan ook vele onderzoeken gedaan naar welke technieken goed zijn om te gebruiken in de klas, om gepast gedrag te stimuleren (bekrachtigen) en negatief of verstorend gedrag te negeren of uit te doven.

Technieken gepast gedrag stimuleren

Zo zijn er onder andere technieken onderzocht die positief gedrag van kinderen kunnen stimuleren. Onderzoek toont aan dat goede technieken (zoals het verschaffen van duidelijke verwachtingen en consequenties en het consistente gebruik van complimenten en andere beloningen) ervoor kunnen zorgen dat kinderen meer positief gedrag laten zien in de klas en minder verstorend gedrag.

Straffen werkt averechts

Daarentegen werken technieken als straffen, terechtwijzingen en bevelen averechts. We zijn snel geneigd om het ‘negatieve’ benoemen: ‘Niet zoveel praten’, ‘Niet op de stoel staan’, ‘Niet met je buurman kletsen’. Dit terwijl het voor het kind beter zou zijn om het positieve te benoemen: ‘Wat zit je goed stil’, ‘Wat ben je hard aan het werk’, ‘Ik vind het fijn dat je zo goed luistert’. Uit onderzoek blijkt namelijk dat positieve bekrachtigingen naar kinderen toe positieve effecten hebben op onder andere motivatie, leerprestaties, leerlinggedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook is gebleken dat hyperactief gedrag en oppositioneel gedrag minder snel toenemen bij een dergelijke aanpak. Met andere woorden: ook kinderen met ADHD, ODD of emotionele problemen hebben veel baat bij deze positieve aanpak.

Hoe gepast gedrag stimuleren?

Allemaal leuk en aardig, maar hoe pak je dit nu aan in de praktijk? Er zijn verschillende methodes effectief gebleken. Ik zal er een aantal bespreken.

Taakspel (gebaseerd op de Good Behavior Game)

Het taakspel is een programma dat speciaal is ontwikkeld voor de basisschool. De bedoeling ervan is om het gedrag van leerlingen spelenderwijs te beïnvloeden.

Dit programma heeft 3 specifieke doelen:
1) toename van het taakgericht gedrag van kinderen (dus ervoor zorgen dat ze bezig zijn met hun taken in de klas en aandacht hebben voor de les)
2) afname van storende gedrag
3) verbeteren van de sfeer in de klas.

Hoe werkt het dan?

Over het algemeen maken leerkrachten vaak negatieve opmerkingen bij storend gedrag van leerlingen. Bij taakspel gaat men juist uit van het positieve en worden er minder negatieve opmerkingen gemaakt. Uit onderzoek blijkt dat dit programma het storende gedrag van kinderen kan doen afnemen en dat positieve effecten doorgaan tot in de jongvolwassenheid (bv. minder delinquent gedrag). Al na een jaar maken leerkrachten minder opmerkingen over storend gedrag, meer complimenten over passend gedrag van leerlingen en bieden ze meer structuur dan leerkrachten die het taakspel niet gebruiken. Ook geven ze duidelijker aan wanneer welk gedrag van leerlingen wordt verwacht. Daarnaast heeft het taakspel een positieve invloed op het gedrag van kinderen. Het gedrag in de klas verbetert (meer taakgericht werken) en zelfs ‘echt’ probleemgedrag (ADHD en ODD) ontwikkelen minder snel dan bij kinderen waarbij het taakspel niet is toegepast. Dit leidt er uiteindelijk toe dat er minder agressie, schoolmoeheid, schooluitval en andere problemen in de adolescentie zullen zijn. Het taakspel slaagt er dus in zowel de leerkracht als de leerling te beïnvloeden en de ontwikkeling van probleemgedrag om te buigen. Leerlingen met een verhoogd risico op probleemgedrag kunnen op het goede spoort worden gebracht door middel van het taakspel, waardoor het dus ook een correctieve invloed heeft. Vooral in rumoerige, onrustige klassen heeft het taakspel veel positieve effecten. Ook heeft het spel invloed op de relaties tussen leerlingen. Uiteindelijk zullen er minder negatieve contacten tussen leerlingen zijn, waardoor probleemgedrag ook weer verminderd wordt.

Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD)

PAD is ook een preventieprogramma, wat gebruikt wordt in het basisonderwijs. Dit programma is ontwikkeld om de sociaal-emotionele ontwikkeling te stimuleren. Het gaat hierbij voornamelijk om kinderen tussen de 4 en 12 jaar oud.

PAD heeft twee doelstellingen:
1) het bevorderen van zelfkennis en sociale vaardigheid van de leerlingen
2) het bevorderen van onderwijs- en opvoedkundige processen in de groep.

Normen, waarden en gevoelens

PAD richt zich niet alleen op gedrag dat wel of niet mag, maar ook op de achterliggende normen en waarden, gedachten en gevoelens van leerlingen en verschillende manieren om problemen op te lossen. Hierdoor worden leerlingen socialer en emotioneel competenter.

PAD richt zich op 4 pijlers.
1) Zelfbeeld: elk kind is uniek. Elk kind in een groep komt met PAD een keer aan de beurt om tijdens een dag in het middelpunt van de positieve belangstelling te staan. Er worden veel complimentjes gegeven.
2) Zelfcontrole: impulsieve acties verminderen. Er wordt duidelijk gemaakt dat er in situaties waarin je een ‘probleem’ hebt, moet nadenken. Hier wordt ook geleerd om met heftige emoties om te gaan.
3) Emoties: hier ligt de nadruk op het inschatten van de eigen emoties en die van een ander. Emoties zijn belangrijke signalen, die je kunnen helpen om een situatie beter te begrijpen. Emoties en gedrag horen bij elkaar, maar zijn wel 2 verschillende dingen. 4) Probleem oplossen: leerlingen leren dat zij verantwoordelijk zijn voor hun eigen keuzes. Wat zijn goede gedragsalternatieven in verschillende situaties? Wat zijn de gevolgen van je gedrag/keuze?
Mogelijk werkt PAD ook preventief tegen pesten.

Teach Like A Champion

Teach like a champion is een methode die gebruik maakt van verschillende (49) technieken om een betere leerkracht te worden en leerlingen te laten excelleren. Het boek is opgedeeld in acht verschillende hoofdstukken (thema’s) waaronder de 49 technieken vallen.

De hoofdstukken zijn:
1) De lat hoog leggen
2) Een goede planning is het halve werk
3) Structuur en presentatie
4) Hoe houd ik ze bij de les?
5) Bouwstenen voor een sterke klascultuur
6) Gedragsnormen vastleggen en handhaven
7) Werken aan karakter en vertrouwen
8) Tempo (aanvullende technieken).

Teach like a champion heeft dus niet zo zeer een focus op een bepaald onderwerp, maar behandelt meerdere onderwerpen. Een voorbeeld van zo’n techniek is ‘Weet niet geldt niet’. Wanneer je een vraag aan een kind in de klas stelt en deze geeft als antwoord ‘weet ik niet’, is het niet de bedoeling om hier een hele preek over te geven. Je geeft een ander kind de beurt en wanneer deze het goede antwoord geeft, ga je terug naar het vorige kind. Die moet dezelfde vraag dan nog eens beantwoorden en moet het goede antwoord inmiddels wel weten. Dit bespaart niet alleen een hoop tijd en moeite, maar zo leren kinderen ook dat ze betrokken moeten blijven bij het onderwerp, goed moeten luisteren en zich er niet makkelijk vanaf kunnen maken door ‘weet ik niet’ te zeggen. Ook worden in het boek technieken besproken over hoe de leerkracht zich het beste in de klas kan bewegen en presenteren. Daarnaast worden technieken beschreven over hoe je kinderen sneller klaar hebt kunnen zitten voor een les: wees duidelijk. Wat hebben ze nodig? Hoe lang hebben ze de tijd om dit te pakken? Wat is de straf als het niet op tijd lukt? et cetera. Dit zijn slechts enkele voorbeelden, voor meer informatie raad ik aan op internet te lezen of het boek te kopen.

Kid’s Skills

Een speelse, praktische benadering voor het oplossen van moeilijkheden waarmee leerlingen tot 12 jaar kunnen worden geconfronteerd. Praktische problemen worden gezien als vaardigheden die een kind nog niet heeft ontwikkeld.

Vaardigheden ontwikkelen

Met Kid’s Skills kunnen ontwikkelingsproblemen worden aangepakt, door de vaardigheden te ontwikkelen. Goed gedrag kan aangeleerd worden! Aan de hand van verschillende stappen wordt helder uitgelegd hoe je een kind kunt helpen bepaalde vaardigheden te ontwikkelen.

Betrokkenheid

Het kind wordt erg betrokken in dit proces: het moet het eens zijn met de vaardigheid die ontwikkeld moet worden, het gaat actief op zoek naar manieren om de vaardigheid te leren, het kind mag zelf een naam kiezen voor de vaardigheid die het wil leren, mag mensen uitkiezen die hem zouden kunnen helpen bij het ontwikkelen van de vaardigheid en vraagt deze mensen ook daadwerkelijk om te helpen bij het ontwikkelen van de vaardigheid. De vaardigheid wordt geoefend en natuurlijk ook gevierd wanneer het is gelukt. Dit resulteert in meer zelfvertrouwen voor het kind.

Tot slot kan het kind de geleerde vaardigheid weer aan anderen ‘doorgeven’: helpen om anderen deze vaardigheid te leren. Uiteraard krijgt het kind een daverend applaus van de klas, en er wordt gevraagd wie ook deze vaardigheid zou willen leren van een echte expert. De vaardigheden kunnen van alles zijn: niet alleen in de schoolsituatie (bijvoorbeeld leren de beurt af te wachten of manieren om je woede te uiten), maar ook thuis (bijvoorbeeld in je eigen bed slapen, verantwoordelijkheid voor een huisdier etc.).

Kortom, vele manieren om het gedrag van kinderen in de klas bij te stellen. Het belangrijkste is vooral om het positief te blijven benaderen!

Bronnen

  1. Leflot et al.: The Role of Teacher Behavior Management in the Development of Disruptive Behaviors: An Intervention Study with the Good Behavior Game
  2. Onderzoek met Taakspel (KU Leuven 2016)
  3. Programma Alternatieve Denkstrategieën (Orthopedagogiek Hogeschool Utrecht)
  4. Teach Like A Champion (Doug Lemov)
  5. Kid’s Skills (Ben Furman)