Het is mijn eerste werkdag in het nieuwe jaar en ik rij in mijn grote station-familie-wagon naar school. Ik denk aan de tweede helft van het schooljaar en goede voornemens voor 2016. Ik heb maar een voornemen: goed is goed genoeg. 

Hoe vaak loop ik er niet tegen aan? Ik wil te veel, te goed. In de kleuterklas zit de dag vol bezigheden. Mooie momenten, hard gewerk, veel geleer, maar ook gebeurtenissen die je niet altijd kunt voorzien. Moeilijk gedrag, broekplassers, ongelukjes, zieke kinderen. Die eisen alle aandacht op, kan ik heel druk mee zijn.

Ondanks al die bezigheden wil ik ook nog mijn ‘lessen’ draaien. Moeilijk gedrag? Hup: oplossen en door. Daar zijn de kinderen het, terecht, niet altijd mee eens.
Als ik stress ervaar na een moeilijk moment, merk ik dat ik het lastig vind om de rust weer terug te vinden. Het stemmetje in mijn hoofd zegt: ‘Ja, maar ik heb dit gepland en het is heel belangrijk dat ze dit leren, dus ik moet deze les nu doen.’
Gaat die kring dan zoals ik zou willen? Heeft de les voldoende kwaliteit? Nee. En daar voel ik me dan weer onzeker door. Mijn perfectionisme zit me juist in de weg en zorgt ervoor dat de les helemaal niet zo goed is als ik zou willen. Natuurlijk moet ik even tot rust komen na een heftig moment, ik ben ook maar een mens.

Dan juist de rust terug pakken bij mezelf. De kinderen leren toch wel, ook of juist door hun spel.
De les laten gaan, de rust bij mezelf terug pakken en daarna meespelen met de kinderen. Dat is wat ik wil en moet doen.

Goed is goed genoeg

Mijn voornemen: goed is goed genoeg. En vooral loslaten als het even wat minder gaat. Ik hoef niet alle lessen af te draaien. Ik hoef niet de beste juf van de wereld te zijn. Ik doe mijn best en dat is genoeg. Dan ben ik juist de juf die ik wil zijn.

En nou nog in de praktijk brengen.