(Door Judith) In vakliteratuur wordt veel gesproken over ‘goed onderwijs’. Het is een onderwerp waar al jaren onderzoek naar gedaan wordt en waarbij iedere auteur, iedere leerkracht, iedere leerling en iedere ouder een eigen mening heeft. ‘Goed onderwijs’ is naar mijn idee niet te vangen in een recept dat voor iedere school/leerkracht/leerling te volgen is. Ieder is immers anders!

Welbevinden ‘first’, leren ‘second’?

Afgelopen week werd ik getriggerd door het lezen van een boek over HGW en mooie vlaggen tijdens de Olympische Spelen waarbij de parodie van Lubach op de Amerikaanse president Trump weer naar boven kwam. Wat is er nu belangrijker om eerst aan te pakken? Cognitief leren of sociaal-emotionele vaardigheden?

Sommige onderwijsprofessionals stellen dat je eerst het sociaal-emotionele functioneren van een leerling op orde moet hebben voordat je aan de slag kan met het cognitieve aspect van een leerling. Welbevinden (en betrokkenheid om in de ZIEN! termen te spreken) moeten in orde zijn wil het kind tot leren komen.

Misvatting?

Volgens Van der Wolf & Van Beukering (2009) zijn welbevinden en leren echter twee kanten van dezelfde medaille. Er zou volgens diverse onderzoeken geen opeenvolgend verband zijn tussen cognitie, motivatie en emotie. Wel zijn deze drie factoren met elkaar verbonden. Zo stelt Pameijer (2017) dat sociaal emotionele problemen geen reden mogen zijn om het leren op te schorten, maar zij benadrukt juist dat ‘goed onderwijs’  een preventieve werking heeft.

‘Goed onderwijs’

Wat wel blijkt is dat er om ‘goed onderwijs’ te bieden sprake moet zijn van een veilige en uitdagende leeromgeving. Dit kan heel breed worden benaderd. Naar mijn idee heel mooi, want zo kunnen de kwaliteiten van de leerkrachten en leerlingen worden benut. We hoeven alleen maar bronnen van auteurs als Hattie (2013) en Marzano (2007) door te nemen om te zien dat de leerkracht een belangrijke spil is bij het bieden van ‘goed onderwijs’.

Overpeinzing

Toch blijft mij het spanningsveld tussen cognitief leren en sociaal-emotionele vaardigheden wel erg bij. Op onze school is de tijd van rapporteren naar ouders (en leerlingen) aangebroken. Rapporten zijn geschreven en oudergesprekken zijn voorbereid en worden uitgevoerd. Bij deze gesprekken kijken wij naar het welbevinden van het kind, maar ook naar de resultaten op methodetoetsen en niet-methodetoetsen. Soms kunnen we de uitslagen van toetsen heel goed verklaren want ‘het kind had zijn dag niet’ of ‘het kind is nog op zoek naar zijn plekje in de groep’. Factoren van welbevinden die uitslagen van toetsgegevens lijken te beïnvloeden. Ook zie ik groepen voorbij komen waarin het onderlinge klassenklimaat bijzonder of negatief is. Vaak zie ik bij dergelijke groepen ook minder mooie resultaten. Zijn dit dan ‘self fulfilling prophecy’s’? Ik ga er de komende tijd in ieder geval wat vaker op letten en ook eens met een andere bril kijken…

Hoe denk jij over de verhouding tussen welbevinden en leren? Zie jij een verband? Is het ene onderdeel naar jouw idee belangrijker dan het andere?

Lees ook: DIT LEERT JE KIND ALS KLEUTER