Door Petra. Groene spelen zet ik vaak in aan het begin van het schooljaar bij de gouden weken. Alleen door goede samenwerking zijn de spellen tot een goed gevolg te brengen. Het is echter zonde om het daarbij te laten, vandaar dat ik de groene spelen nu ook weer in mijn (gym)lessen ga toepassen.

Vaak staan bij gymlessen de eigen prestaties centraal of het winnen bij een spel. Bij groene spelen is het juist van belang dat je samenwerkt. Groene spelen zijn dan ook coöperatieve bewegingsvormen.

Groene spelen voor buiten

Groene spelen kan je ook in het gymlokaal uitvoeren. Dit zit er voor mij tot de zomervakantie niet meer in. Lees hier meer over in mijn blog tikspelen voor buiten.

Groene spelen in de onderbouw

Groene spelen zijn voornamelijk gericht op de bovenbouw, maar met aanpassingen ook toepasbaar in de onderbouw. In de kleuterbouw zie je vaak dat kinderen nog niet goed kunnen samenwerken. De eigen ik is nog zo belangrijk. Juist door met coöperatieve bewegingsactiviteiten aan de slag te gaan kan je de sociale ontwikkeling bevorderen.

Aan de slag met materialen

In deze blog omschrijf ik groene spelen die buiten uitvoerbaar zijn. Bij elk materiaalsoort die je kunt gebruiken volgen een aantal activiteiten. Geschikt voor onder- en bovenbouw.

De parachute

Wat ik vaak gebruik is de parachute. De kinderen vinden het prachtig om daarmee aan het werk te gaan. Je kunt er zoveel mee en je moet wel samenwerken om de parachute omhoog te krijgen: een echt groen spel! Zelfs met mijn acht groep 2 leerlingen kregen we het voor elkaar. Wat waren ze trots.

  • Windkracht. Ik begin vaak met windkracht. Windkracht 0 betekent dat ze de parachute helemaal stil moeten houden. Bij windkracht 12 wappert de parachute als een orkaan op een neer.
  • Eronder doorlopen. We doen samen de parachute omhoog en omlaag. Op een afgesproken teken mogen er kinderen onder de parachute doorlopen. Geef opdrachten en iedereen die hieraan voldoet mag onder de parachute doorlopen. Denk aan opdrachten als: iedereen die 6 jaar is, iedereen die een huisdier heeft, iedereen die de letter a in zijn naam heeft, e.d. 
  • De vliegende parachute. Als je allemaal de parachute op hetzelfde moment loslaat moet die precies weer in het midden terugkomen. Het is mij helaas nog nooit gelukt…
  • De bal. Probeer de bal (of ballon) op de parachute te laten. Ook leuk met meerdere ballen. Wij hebben deze variant een keer met het team gedaan. We begonnen met het hele team. Dan is het goed te doen om de ballen op de parachute te laten. Na verloop van tijd moest steeds iemand een stap terug doen en mocht niet meer meedoen. Conclusie: met elkaar kunnen we vele ballen hooghouden, maar als er mensen wegvallen dan is het hard werken. Groene spelen zijn dus ook geschikt voor volwassenen!
  • De tent. Je kunt met elkaar onder de parachute zitten. Laat de parachute bijvoorbeeld drie keer omhooggaan en roep dan ‘zitten!’ De kinderen doen de parachute over hun hoofd heen en trekken hem onder de billen. Hierna gaan ze snel zitten. Iedereen zit dan in een tent.
  • De haai. Als je stokken of hockeysticks hebt kan je dit inzetten als ‘haai’. Iedereen houdt de parachute strak tegen de buik aan. Er mogen drie kinderen onder de parachute met een stok. Dit is de zogenaamde haai. De kinderen lopen een paar rondjes met de stok omhoog tegen de parachute gedrukt en geven hem dan door aan een ander kind.

Hoepels

Hoepels kan je ook voor meerdere groene spelen inzetten. Wij hebben in de schuur een paar buitenhoepels liggen, maar ook uit het speel- en of gymlokaal zijn ze prima te gebruiken. Misschien wel even poetsen voordat je ze terug brengt.

  • In de kring. Verdeel de groep in kleine groepjes van 6 tot 10 spelers. De kinderen houden elkaars hand vast. Op willekeurige plekken hang je een aantal hoepels om een arm. Zonder de kring te verbreken en dus handen los te laten moeten ze de hoepels rond laten gaan. Moeilijkere variant: doe het zittend.
  • Maak weer een kleine kring. Tussen ieder tweetal hangt een hoepel. Probeer de hoepels tussen de armen rond te zwaaien.
  • Draaiende houden. Twee spelers staan tegenover elkaar. Ieder kind heeft een hoepel en zet die verticaal op de grond. Laat de hoepels draaien. Door oogcontact te maken spreekt het tweetal af dat ze gaan wisselen van hoepel. Ze rennen naar elkaars hoepel en proberen de hoepels draaiende te houden. Je kunt deze variant ook in een grote kring doen. Iedereen schuift dan steeds een plekje op naar de hoepel naast hem of haar.

Ballonnen

Ballonnen hebben vaak een magische aantrekkingskracht op kinderen en zijn uitermate geschikt om te gebruiken bij groene spelen. Met het vastklemmen van de ballon tussen diverse lichaamsdelen kan je diverse spelletjes doen. De beschreven activiteiten gaan over tweetallen.

  • Overloop. Haal de overkant zonder dat de ballon valt.
  • Dansen. Ga samen dansen met een ballon vastgeklemd.
  • Hindernisloop. Zet een parcours uit op het plein en laat de kinderen deze samen overbruggen. Kan ook met de hele groep en meerdere ballonnen.

Ook een leuk idee is om de opdracht te geven dat alle ballonnen in de lucht moeten blijven. Iedereen moet elkaar helpen, je hebt dus geen eigen ballon waar je voor zorgt. Lastiger wordt het als je meer ballonnen dan deelnemers hebt. Helemaal moeilijk als er ook nog veel wind staat.

Wat ik een groep ook vaak laat doen is achterelkaar laten staan. Per groepje ongeveer zes leerlingen. De ballon moet eerst onder de benen door naar achteren en over de hoofden heen naar voren. Welk groepje krijgt dit voor elkaar zonder dat de ballon de grond raakt?

Chagrijnenspel

Wat het ook altijd goed doet in de groep is het chagrijnenspel. De naam is niet voor niets, want je kunt er echt heel chagrijnig van worden. Klik hier voor een artikel waarin het chagrijnenspel wordt uitgelegd. Het artikel is geschreven voor gymlessen in het voortgezet onderwijs, maar makkelijk te veranderen in een variant voor het basisonderwijs. De uitdaging is om dit spel buiten te geven. Misschien heb jij een geschikt schoolplein hiervoor?

Groene spelen zonder materiaal

Natuurlijk zijn er ook spelvormen waarbij je geen materialen nodig hebt. Bij de onderbouw kan dit bijvoorbeeld zijn het achter elkaar lopen in een trein en elkaar niet kwijtraken. Door bijvoorbeeld te roepen ‘wagon erbij’ sluiten twee groepjes bij elkaar aan. Dit gaat net zo lang door totdat iedereen in één trein zit. Wissel regelmatig van machinist. Zodat iedereen een keer voorop in de trein kan. Wil je wel met materiaal werken, dan maak je er een hindernisbaan bij. De machinist moet goed in de gaten houden dat zijn trein bij elkaar blijft.

Andere vormen die je kunt toepassen zijn acrobatiek of spelletjes waarbij het vertrouwen hoog in het vaandel staat. Stoeispelen kan je natuurlijk ook inzetten. Als je het als groen spel wilt doorlaten gaan, moet het natuurlijk wel coöperatief. Lees stoeispelen voor buiten.

De knoop

Ik sluit af met de knoop. Een erg leuk groen spel, wat snel te organiseren is (ook in de klas). Zet de kinderen in een kleine kring en laat elkaars handen kriskras vasthouden. Welk groepje komt als eerst uit de knoop zonder de handen los te laten? Om het makkelijker te maken kan je ervoor kiezen om niet alle handen vast te zetten, maar zorg je ervoor dat je twee uiteindes hebt.

Nog meer ideeën?

Ben je enthousiast en wil je verder aan de slag met groene spelen dan kan ik je zeker het boek De groene spelen voor jong en oud (Einden, van den & Pecht, 2009) aanbevelen.

Weet jij nog leuke vormen van groene spelen die ook buiten uitvoerbaar zijn?