De woorden groot en klein zijn belangrijk voor het jonge kind. Ik ben klein, jij bent groot, ik wil groter worden. Kinderen zijn al van jong af aan bezig met meten en vergelijken. Hier vind je lestips om met deze belangrijke begrippen aan het werk te gaan. Thema groot en klein, lente: rekenen

Rekenen

Doel: voorwerpen groeperen op basis van overeenkomsten: vorm, kleur en grootte.

  • Koop dieren van de boerderij of van de dierentuin. Bijvoorbeeld: Dieren bij bol.com. Je kunt met de klas, in de kring de dieren sorteren en groeperen op vorm, kleur, grootte.
  • Sorteer de dieren in de verschillende klimaten. Als je speelgoeddieren hebt, kun je dit mooi doen op een landkaart. Welke dieren wonen er op de Noordpool? En op de evenaar? En in de zee? Etc.
  • Knip en plak met de kinderen: laat ze printjes en strepen maken van de dieren. Sorteer de printjes en strepen in de kring. Welk streepje/printje hoort bij welk dier?
  • Vergelijk de voederbakken van dieren. Welke is het grootst en welk dier hoort erbij?
  • Download Eigenschappen dieren sorteren. Match met de kinderen de huid met de dieren. Dit kun je ook doen met de werkvorm mix en ruil of zoek iemand die.

Doel: gebeurtenissen in de juiste volgorde plaatsen.

  • Praat met de kinderen over de groei van de dieren. Laat ze plaatjes van de cyclus van een kikker zien, zoals bij Schooltv. Plaatjes van de cyclus van een vlinder zijn natuurlijk ook prachtig, zoals op de themapagina van Kennisnet.
  • Praat met de kinderen over het dagritme van de dieren. Wat zou een koe allemaal op een dag doen? IS dat hetzelfde als een olifant? En is er verschil tussen een olifant uit de dierentuin en een olifant uit het wild?

Doel: Voorwerpen ordenen op basis van kenmerken: groot-klein, hoog-laag, meer-minder, dun-dik, smal-breed

  • Sorteer de dieren op volgorde van grootte. Welk dier is het grootst en welke het kleinste?
  • Je kunt de dieren tekenen, kleien en knutselen. Praat ondertussen over de begrippen.
  • Praat met de kinderen over de kenmerken van de dieren. Dit is ook erg leuk om in een dramales na te spelen.
  • Je kunt plaatjes van dieren, bijvoorbeeld die van Juf Sanne door de helft knippen. Laat de kinderen het juiste dier zoeken en deze twee plaatjes aan elkaar vast maken. Praat erover hoe ze erachter gekomen zijn. Hoe ziet het dier eruit?

Doel: Vooruit- en terugtellen vanaf verschillende startpunten t/m 20

  • Tel de plastic dieren in de kring vanuit verschillende startpunten.
  • dieren nummerMaak met de dieren een rij. Geef alle dieren een nummer. Laat de kinderen vanaf een bepaald dieren verder tellen.

 

 

 

 

 

 

  • Speel ganzenbord met de kinderen en laat de kinderen verder tellen.
  • Maak kaartjes met aantallen dieren erop. Laat de kinderen het juiste aantal erbij zoeken. Dit kan ook goed in de cooperatieve werkvorm Mix en ruil.

Doel: Koppelen van hoeveelheid aan hoeveelheid (leeftijd aan vingers, rondjes aan knikkers etc) en de cijfers 

  • Maak met de dieren groepjes. Laat de kinderen het juiste cijferkaartje leggen bij het groepje dieren. Hoeveel zijn er in het groepje? 
  • Geef alle kinderen dieren, of andere voorwerpen, zoals steentjes, in de handen. Laat de kinderen iemand zoeken die minder heeft dan de ander.
  • Turf met de kinderen wie welke dieren leuk vindt. Maak hier een staafdiagram van. Hoeveel kinderen vinden de olifant leuk? En hoeveel kinderen de tijger? Etc. Praat erna met de kinderen welk dier door weinig kinderen leuk gevonden wordt. En welke door veel kinderen?

Doel: Kunnen bepalen wat lichter/zwaarder is m.b.v. balans

  • Zet de balans met de plastic dieren in de klas. De kinderen zullen vanzelf de dieren wegen.
  • Doe raadspelletjes met de kinderen. Wat is zwaarder, de muis of de olifant? Je kunt ook hier de balans gebruiken met de plastic dieren. En 1 koe of 5 koeien?
  • Weeg het voer van de dieren. Wat is zwaarder? Het voer van de koe of het voer van de vogels?

Kijk voor nog meer ideeën op lessenserie vlinders. Op lestips bij ‘De allereerste zoen’. En bij lestips ‘De allergrootste, de gevaarlijkste en andere bijzondere dieren’.