Manouk (neuropsycholoog) legt uit hoe het brein zich (globaal) ontwikkelt. De kindertijd wordt uitgebreid benoemd met tips om de ontwikkeling te stimuleren. 

Van de baarmoeder tot de dood ontwikkelen de hersenen zich volop. In deze tijd zijn er ook nog heel wat veranderingen gaande, die belangrijke gevolgen hebben voor ons functioneren.

Hoe het brein zich (globaal) ontwikkelt

Voor de geboorte

De ontwikkeling van het brein is al ver voor de geboorte in volle gang. Tijdens de zwangerschap groeien de hersenen razendsnel: in bepaalde periodes komen er elke seconde ruim 8000 hersencellen (neuronen) bij. Na ongeveer 7-8 weken zwangerschap krijgen de verschillende hersendelen hun eigen specifieke functies. Het brein deelt zichzelf op in een aantal gebieden (kwabben). Zo wordt de temporaalkwab (o.a. belangrijk bij het gehoor) al in de vierde maand van de zwangerschap gevormd. De hersenen ‘vouwen’ zich op, waardoor ze een groter oppervlak krijgen en er dus meer in de schedel past. Aan het einde van de zwangerschap wordt het corpus callosum gevormd: dit zijn de zenuwbanen die de twee hersenhelften met elkaar verbinden. Natuurlijk is de ontwikkeling van het brein voor ieder kind weer anders. Tijdens de zwangerschap zijn bijvoorbeeld voeding, infecties en stress van de moeder van invloed op het brein van het kindje.

Vlak na de geboorte

Bij de geboorte is de ontwikkeling van het brein dus al grotendeels af. De neuronen zijn alleen nog niet goed met elkaar verbonden. Deze verbindingen ontstaan na de geboorte. Hierdoor kunnen de cellen met elkaar communiceren. Ook worden er bepaalde cellen gevormd die ervoor zorgen dat de communicatie tussen de neuronen sneller verloopt. De verbindingen worden in een razend tempo gemaakt en op 3-jarige leeftijd heeft een kind ongeveer 2 keer zo veel verbindingen als in de volwassenheid.

Kindertijd

Stimuleren

Tijdens de kindertijd is het brein erg gevoelig voor een stimulerende omgeving met veel prikkels. Er zijn genoeg onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen baat hebben bij een rijke omgeving. Dit houdt in dat er voor kinderen genoeg te doen, te zien en te horen moet zijn wat interessant voor ze is. Het is de rol van de ouders om deze omgeving te creëren. Tijdens het eerste jaar na de geboorte houdt dit in dat ouders positief contact hebben met hun baby’s: knuffelen, zingen, naar je baby kijken en tegen je baby kletsen hebben een positief effect op de emotionele, fysieke, sociale en intellectuele ontwikkeling.

Eigenwaarde

Een stimulerende omgeving zorgt er ook voor dat kinderen weten dat ze belangrijk zijn. Je leert je kind op deze manier beter kennen en andersom geldt hetzelfde: je kind leert jou ook beter kennen.

Stimulans met materiaal

Op latere leeftijd is het bijvoorbeeld goed om je kind voor te lezen. Ook kunnen ze zelf in boekjes “lezen”. Daarnaast is het belangrijk om speelgoed aan te bieden dat bij de leeftijd past. Op deze manier kunnen ze hun nieuwe vaardigheden uitoefenen in het bewegen en denken. Bijvoorbeeld een loopwagen voor het bewegen, blokken of oude kranten voor de motoriek van de handen of boekjes voor taal.

Spelen

Ook ‘doen alsof’ spelen kan veel baat hebben bij de ontwikkeling van een kind: maak een verkleedkist met je oude kleren, een speelgoedtelefoon, een keukentje, poppen of autootjes zijn allemaal manieren om een kind kennis te laten maken met ‘doen alsof’ spelen. Verder is het ook belangrijk voor ouders om mee te doen met het spelen met kinderen. Op die manier leren kinderen op jonge leeftijd al samen te spelen en kunnen zij dit op latere leeftijd gemakkelijker voortzetten met leeftijdgenoten.

Verbinding neuronen

De omgeving waarin een kind zich verkeert kan zelfs effecten hebben die jaren later nog hun uitwerking hebben. Het leren van nieuwe dingen zorgt er namelijk voor dat er nieuwe verbindingen tussen de neuronen. Allereerst gebeurt dat voornamelijk op sensorisch gebied: de zintuigen. Kinderen leren door te luisteren, kijken, voelen en te proeven. Ook op het gebied van motoriek (beweging) en taal vindt er in de kindertijd veel ontwikkeling plaats. Na 1 jaar heeft een kind een piek bereikt van het aantal verbindingen tussen neuronen in bijvoorbeeld de visuele cortex. Op latere leeftijd worden veel van deze verbindingen weer ‘kapot gemaakt’.

Puberteit en adolescentie

In deze periode worden de verbindingen tussen de neuronen weer deels kapot gemaakt, dit wordt pruning Het brein wordt wat meer selectief: welke verbindingen zijn belangrijk en welke niet? Nuttige verbindingen die we veel gebruiken, blijven behouden. Verbindingen die inactief zijn en die we dus niet gebruiken verdwijnen. Op deze manier wordt de communicatie in de hersenen beter en efficiënter. Dit gebeurt echter niet overal tegelijk! Emotionele hersengebieden ontwikkelen zich in een ander tempo dan rationele hersengebieden. Hierdoor raken de hersenen een soort van uit balans, wat typisch pubergedrag kan veroorzaken: moeite met plannen, snel afgeleid zijn of risicovol gedrag vertonen.

Volwassenheid

Rond de 25 jaar zijn de hersenen volgroeid en vanaf dit punt gaan ze ‘achteruit’. Op dit punt heeft een mens ongeveer 86 miljard neuronen en wegen de hersenen 1.5 kilogram. Toch kunnen de hersenen van een volwassene nog wel veranderen. Door nieuwe dingen te leren (dansen, piano spelen, noem het maar op) en nieuwe uitdagingen aan te gaan kun je nog tot op hoge leeftijd nieuwe verbindingen maken. Wel gaat het leren bij volwassenen minder snel dan bij kinderen.

Senior

Vanaf de volwassenheid gaat het dus ‘bergafwaarts’ met je hersenen: hersencellen sterven vanaf ongeveer 30 jaar af. Ook werken de verbindingen minder goed (dus de communicatie), doordat er minder stofjes zijn die als het ware de woorden vormen in deze communicatie. Er zit een isolatielaagje rond de neuronen, waardoor communicatie sneller verloopt. Ook dit breekt langzaam af en dit verklaart waarom ouderen vaak trager denken. Het eerst gebeurt dit alles in gebieden die belangrijk zijn voor het geheugen, ruimtelijk inzicht en planning. Deze dingen gaan dus meestal het snelst achteruit. Maar er zitten niet alleen maar nadelen aan ouder worden: ouderen kunnen veel beter omgaan met emoties, door hun levenservaring en –wijsheid. Daarnaast kun je ook als oudere nog steeds nieuwe dingen leren en dit wordt ook sterk aangeraden om zo lang mogelijk een fris en fruitig brein te behouden!

Het is dus belangrijk om tijdens je hele leven nieuwe dingen te blijven leren. Op deze manier hou je je hersenen het meest fit en fris!