Hoe je je kind thuis vooruit helpt in de ontwikkeling? Daar hoef je helemaal niet veel extra’s voor te doen! Vooral je taalgebruik aanpassen en van veel huiselijke zaken een leermomentje maken. 

Thuis leren

Je helpt je kind in de ontwikkeling door het thuis te stimuleren. Vooral voorlezen en praten met je kind levert veel op. Dit is te lezen in een onderzoek naar de invloed van ouders op schoolprestaties.
Ouderbetrokkenheid thuis heeft effect op de ontwikkeling en het leren van de kinderen op school. Dit is te lezen in het dossier: betrokkenheid thuis.
Ouders zijn heel belangrijk voor kinderen om goede cijfers te halen blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Natuurlijk leert het kind veel op school. Maar juist het erover praten met je kind helpt in de ontwikkeling. Je kind herkent het geleerde op school ook thuis en maakt het eigen.

De doelen voor eind groep 2, staan op de site van Onderwijsgek bij Downloads. Je kunt kijken bij leerlijn rekenen, leerlijn spelling en leerlijn technisch lezen. Je helpt je kind beter te scoren op de onderdelen door het thuis in de dagelijkse omgang te stimuleren.

Maar hoe dan?

0 tot 2 jaar

Al bij je baby kun je beginnen met de taalontwikkeling. Praat veel tegen je kind. Je kunt zowel ‘gewone’ lange zinnen gebruiken als korte, directe zinnen. Door de korte, directe zinnen, zal je kind je snel begrijpen, zo is te lezen in het artikel Praten moet je leren. Voor de woordenschat en de verdere taalontwikkeling, is het ook belangrijk om gewone zinnen te gebruiken. Vooral als je kind leert praten is dit belangrijk. Hierdoor leert je kind op latere leeftijd de zinnen correct uit te spreken en kent je kind veel woorden. Het is belangrijk om rustig tegen je kind te praten, zodat hij of zij je goed kan verstaan.

Stimuleren in het dagelijks leven

Benoem wat je met je baby doet. Geef je hem een schone luier, benoem waar je mee bezig bent; ik doe de luier bij je af, nu doe ik je beentjes omhoog, ik maak je billen schoon met een doekje, nu schuif ik een luier onder je billen, etc. In Wat je baby vertelt, lees je dat je daarmee ook respect toont naar je baby, het is een mens met een eigen wil.

Beschrijf alles wat je met je kind doet. Benoem de lichaamsdelen, de kleding, het speelgoed, de kleuren en vormen van de kleding en het speelgoed, etc. Benoem dus alles in de omgeving van het kind. Zo leer je je kind de woorden ook zelf te zeggen en ondertussen laat je hem of haar kennis maken met leerstof die straks op school van belang is.

Begint je te kind praten? Geef de zinnen dan in de juiste vorm terug. Doe dit niet belerend, maar geef het op een positieve manier terug. Bijvoorbeeld: je kind zegt: ‘ikke bjood’. Dan zeg je niet: ‘Nee, het is brood’, maar  ‘Ja, je mag een broodje eten’.

Ik zie vaak dat ouders in een woord tegen hun kind praten. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘speentje?’, in plaats van ‘Wil je je speentje?’. Kijk eens kritisch naar jezelf; hoeveel woorden gebruik jij in een zin als je tegen je kind praat?

Hoe ik dat zelf doe thuis

Ons zoontje is bijna anderhalf jaar. Hij kan al veel woorden zeggen en begrijpt veelal wat we zeggen. In zijn taalontwikkeling loopt hij wat voor op leeftijdsgenootjes. We praten veel met en tegen hem, vanaf zijn geboorte al.
Met 13 maanden kon hij lichaamsdelen aanwijzen die wij benoemden, zoals buik, neus, ogen en oren. Inmiddels benoemt hij deze en kent hij ook tong en tanden.

Als we hem aankleden benoemen we vaak alles wat er langs komt. Bij een blote buik zeg ik bijvoorbeeld: ‘even je buik kriebelen en een aai over je navel’. Het shirt blijft wel eens vast zitten bij het aantrekken, dus dan zeg ik ‘o o, het shirt blijft aan je neus hangen’.

Liedjes, zoals ‘handjes op je hoofdje’ en ‘hoofd, schouders, knie en teen’ helpen hier ook goed bij.

2 tot 4 jaar

Hier maakt de taalontwikkeling een grote spurt. Je kind kan praten en maakt steeds mooiere zinnen. Ook hier is het belangrijk om zinnen goed terug te geven. Je kind leert er goede zinnen door te spreken die grammaticaal juist zijn.
Het is goed om veel te voor te lezen aan je kind. Maar ook plaatjes kijken en deze goed benoemen is heel goed voor de taalontwikkeling. Het vergroot de woordenschat van je kind.

Stimuleren in het dagelijks leven

Met je peuter ga je veel op pad. Benoem de dingen die je ziet om je heen. Maak hier een hele zin van. Voorbeeld: ‘Daar op de hoek van de straat staat een verkeersbord.’ En: ‘Aan de linkerkant van de straat staat een vuilnisbak op de stoep.’ De kinderen horen al wat begrippen, zoals links en rechts en leren die zelf ook toepassen.

Je kind leert op deze leeftijd bijvoeglijk naamwoorden te gebruiken. Benoem zoveel mogelijk om het kind heen met de bijvoeglijk naamwoorden, zodat hij of zij de betekenis ervan leert. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie daar een lief, wit poesje, zie jij het ook?’.

Praat veel met je kind en laat hem of haar ook vertellen. Vertel hem of haar wat je doet. Bijvoorbeeld: ‘Ik maak nu je kamer schoon’. Laat je kind ook veel helpen. Bakken, helpen met koken, de was opvouwen, je peuter vindt het allemaal even leuk! Vertel ook hier goed wat je doet. En laat ook weer je peuter vertellen wat hij doet. Je kind kan vertellen over het spel wat hij of zij op dat moment aan het doen is.
Je kunt een vast tijdstip uitkiezen om met je peuter te praten. Zeker handig als er meer kinderen in huis zijn. Die tijd is helemaal voor je peuter en is ‘kletstijd’. Dit kan bijvoorbeeld tijdens het eten of bij het naar bed gaan.

Ga mee in het spel van je kind. Een mooi voorbeeld zie je hier:

Vertel wat je kind aan het doen is en doe dat na. Voorbeeld: ‘Jij pakt nu het schepje en schept zand in het kommetje’. Ook dit is weer voor de verrijking van de woordenschat van je kind. Begrippen als erin – eruit, open – dicht, aan – uit, vast – los, zijn op deze leeftijd belangrijk. Je kunt je kind helpen door deze begrippen tijdens het spel te benoemen.
Je kind leert de voorzetsels kennen. Speel met hem of haar mee en benoem deze woorden. Doe bijvoorbeeld het volgende spelletje: pak een bal en leg die steeds op een andere plek bij de kast. In de kast, achter de kast, etc. Kan je kind raden waar de bal ligt verstopt, kan hij of zij hem vinden?

Laat je kind veel zelf spelen en ook met leeftijdsgenoten. Kinderen in deze leeftijd willen graag ontdekken en doen dat veelal zelf. Door samen te spelen met andere kinderen wordt de sociale omgang gestimuleerd en leert je kind te delen met anderen.

Hoe je je kind thuis vooruit helpt op school

4 tot 6 jaar

Je kind gaat naar school. Een spannende tijd waar het een heleboel bij leert.
In groep 1 ligt de nadruk op de sociale omgang, het leren kennen en omgaan met regels en de basisbegrippen. Je kind leert de vormen, kleuren, verschillende woorden, klanken en tellen. Daarnaast leert je kind luisteren en vertellen en samen spelen.
In groep 2 wordt je kind voorbereid op de overgang naar groep 3. De kinderen gaan al aan de slag met klanken en letters. De leerkracht speelt spelletjes met de kinderen, zoals wat begint met de letter s. Ze leren het verschil tussen letters, woorden en zinnen en er wordt veel gerijmd.
Met rekenen leren de kinderen veel begrippen; groot – klein, boven – beneden, rechts – links, etc.
Verder leren ze tellen tot en met 20, waarbij het getalbegrip ook belangrijk is.

Stimuleren in het dagelijks leven

Begrippen, tellen, de letters leren kennen, je kunt het allemaal integreren in je dagelijkse leven. Laat je kind veel helpen in huis. Je kunt je kind vragen de tafel te dekken. Vraag hem of haar hoeveel borden er dan nodig zijn. En hoeveel lepels, messen en vorken? Hoeveel glazen? Je kunt het ook hebben over de vormen. Welke vorm heeft het bord? En het glas?
Tijdens het eten kun je allerlei begrippen langs laten komen, zoals vol en leeg en kort en lang, etc.

Als je op straat loopt, kun je met je kind praten over de letters en cijfers die je onderweg tegen komt. Welke huisnummers ziet je kind? En welke letters staan er op de straatnaamborden?

Kan je kind zijn of haar naam al schrijven? En herkent hij of zij de letters die het heeft? Leuk om hierover te praten met je kind.

Net zoals bij peuters, kun je goed meespelen met de kinderen in deze leeftijd. Je kunt ook beginnen met spelletjes doen. Ganzenbord is een heel goed spel om het tellen te leren. De kinderen moeten het aantal stapjes tellen op de dobbelsteen en hun gans verzetten.

Kinderen in deze leeftijd stellen veel vragen over de wereld om zich heen. Beantwoord deze vragen zo goed mogelijk. Is er weinig tijd voor een gesprek met je kind? Bijvoorbeeld omdat er meer kinderen in het gezin zijn? Ruim tijd in voor je kleuter. Bijvoorbeeld, net zoals bij peuters, tijdens het avondeten of voor het naar bed gaan.
En natuurlijk, heel veel voorlezen! Met interactief voorlezen stimuleer je de taalontwikkeling enorm, lees je in dit blog. 

Je kind nog meer helpen?

Het belang van spelen

10 tips tegen de zomerdip

Leren rekenen met gezelschapspel Carcassonne

Hoe je je kind thuis aan het lezen krijgt. Tips per leeftijdscategorie