(Door Hellen) In mijn vorige blog heb ik beschreven dat een goede start van het contact noodzakelijk is. Hoe kun je als leerkracht omgaan met ADHD in de klas?

Hoe kun je als leerkracht omgaan met ADHD in de klas?

De gemiddelde leerling met ADHD is heel gevoelig voor kritiek, en voelt zich snel afgewezen en niet gehoord. Zeker de leerlingen die een negatieve ervaring met een leerkracht of het onderwijs in het algemeen hebben. Houdt er dus rekening mee dat het vertrouwen van de leerling geschaadt kan zijn.

Startgesprek

Een startgesprek voeren met een leerling met ADHD heeft als doel om de leerling de ruimte te geven om vragen te stellen. Zo kun je zoveel mogelijk duidelijkheid geven over het reilen en zeilen van de klas. Het kan nuttig zijn om uit te leggen hoe jij als leerkracht werkt. Dat zijn namelijk allemaal vraagstukken waar een leerling met ADHD duidelijkheid over wil. Zorg ervoor dat het gesprek niet te langdradig wordt en stop het gesprek zodra je merkt dat de aandacht van de leerling minder wordt.
Het vertellen van die informatie kan voorkomen dat een leerling zelf naar antwoorden gaat zoeken. Door bijvoorbeeld heel erg aangepast gedrag te vertonen, of door juist ‘bewust’ op zoek te gaan maar grenzen.

Vertrouwensband

Een goede vertrouwensband tussen een leerkracht en een leerling met ADHD, is essentieel in de aansturing van een leerling met ADHD.

Maak concrete gedragsafspraken met de leerling en zorg dat die afspraken visueel worden. Dit kan dan op de tafel geplakt worden, of een andere plek waar de leerling zeer regelmatig zicht op heeft. Wijs de leerling vanaf dat moment consequent op de gedragsafspraken. ‘Denk je aan onze afspraken’ of het aanwijzen van de afspraken zonder iets erbij te benoemen, is vaak voldoende.

Dagindeling

Zorg ervoor dat de dagindeling volledig duidelijk is voor de leerling. Het kan helpen om een dagoverzicht te maken met daarop hoe laat, met wie, waar, hoe en wat de leerling moet doen. Een dagoverzicht zal veel onrust kunnen voorkomen, aangezien leerlingen met ADHD vaak al met het volgende wat er gaat komen, in hun hoofd bezig zijn. Het geeft houvast. Veranderingen moeten zo veel mogelijk voorgestructureerd worden, dat geeft de leerlingen de tijd om ‘te schakelen’.

Tijd

Leerlingen met ADHD hebben tijd nodig om informatie te verwerken. Verwacht daarom ook niet dat een leerling direct reageert als hij ergens mee bezig is. Vaak gaan leerlingen met ADHD nog even door, nadat is gevraagd of ze willen stoppen. Dat is overigens vaak bij de activiteiten die zij leuk vinden of waar zij zich volledig op aan het focussen zijn.

Het kan helpen om 1 minuut voor de eindtijd de leerling te vragen om te stoppen. Wees er dan zeker van dat de leerling het gehoord heeft. Het kan namelijk volledig langs een leerling gaan dat er gesproken wordt tegen hem. Als de leerling opkijkt, kun je er vanuit gaan dat de boodschap is overgekomen.

Visuele ondersteuning

Afhankelijk van de leerling kan er voor gekozen worden om alleen in de opstartfase gebruik te maken van visuele ondersteuning. Sommige leerlingen hebben er echter baat bij om de visuele ondersteuning gedurende het hele schooljaar in te zetten. Bespreek regelmatig met de leerling of de visuele ondersteuning nog zinvol is.

Het kan namelijk voorkomen dat de visuele ondersteuning niet meer de aandacht trekt, waardoor het nauwelijks zinvol is. Een kleine aanpassing zoals de kleur, kan er weer voor zorgen dat de aandacht weer wordt aangewakkerd. Varieer dus regelmatig om de aandacht van de leerling vast te houden.

Stemming

Probeer een manier te bedenken hoe je ervoor kan zorgen dat je elke ochtend weet wat de stemming is van de leerling, zonder dat dit veel tijd in beslag neemt. Een kort gesprekje, een emotie thermometer gebruiken of een ‘hoe is je dag begonnen’ invuldocumentje, geeft informatie waar je op kan anticiperen.

Elke dag is anders, en het gedrag en de stemming van een leerling kan ook elke dag anders zijn. Geef de leerling op een ‘slechte’ dag meer variatie in opdrachten, en wissel zitten veel af met bewegen. Bewegen kan een paar stappen lopen zijn, of een taakje buiten het klaslokaal. De variatie zorgt ervoor dat de leerling zijn aandacht beter bij zijn (zittende) opdracht kan houden. De leerling blijft alert. Daardoor zal de leerling productiever zijn dan wanneer er wordt verwacht dat de leerling veel op een stoel moet zitten.

Luisteren

Last but not least.. Luister wat de leerling te zeggen heeft. Toon begrip, geduld en accepteer dat de leerling wisselende dagen kan hebben. Geef de leerling de kans om te herstellen nadat er iets niet goed is gegaan. Zorg voor beloningen op maat, afgestemd op de leerling. Beloningen kunnen de brandstof van een leerling zijn. Grenzen moet duidelijk zijn. Zorg ervoor dat het duidelijk is dat de leerling alleen met gewenst gedrag eventueel een uitzondering op de regel kan krijgen.

Leerlingen met ADHD kunnen door de extra ‘sensoren’ vaak feilloos aanvoelen welke zwakke plekken een leerkracht of klasgenoot heeft. Sommige leerlingen met ADHD zullen proberen om de zwakke plekken in zijn eigen voordeel te gebruiken.

Als desbetreffende leerling bijvoorbeeld doorkrijgt dat de leerkracht altijd kinderen op de gang zet, als zij een bepaald scheldwoord gebruiken, dan kan de leerling dit woord bewust roepen zodat hij naar de gang wordt gestuurd. De leerling kan dan even bewegen, krijgt aandacht, en kan op de gang van alles zien om zijn behoefte aan prikkels te voeden. Een boze leerkracht neemt een leerling dan voor lief, aangezien de straf meer voor- dan nadelen heeft.

Negatieve aandacht is ook aandacht. Hierdoor kun je als leerkracht met de leerling onbedoeld in een vicieuze cirkel van negatief gedrag komen.
Dit kan voorkomen worden door ervoor te zorgen dat de leerling meer haalt uit positieve aandacht i.p.v. negatief gedrag.
Daar kunnen beloningen een heel goed hulpmiddel bij zijn. Straffen helpt niet, nauwelijks of zeer tijdelijk.

Lees ook: GEPAST GEDRAG STIMULEREN (IN DE KLAS EN DAARBUITEN)