We zitten in de kring. De kinderen hebben het Sinterklaasjournaal thuis gekeken en willen er maar wat graag erover vertellen. ‘Ja en de pieten kunnen nu het huis binnen als je geen schoorsteen hebt’. ‘Hoe doen ze dat dan?’ vraag ik. ‘Met een steen, van de schat van M eeem M.’ ‘Meppel!’ helpt een kind. ‘Maar hoe kunnen de pieten…?’ 

schoorsteen

Ik grijp het moment aan om over de schoorsteen te vertellen. ‘Je weet wel, dat ding waar rook uit komt. Of stoom, zoals bij de stoomboot. Vroeger, heel lang geleden, toen je opa en oma nog klein waren, had iedereen een kachel. Nu hebben we centrale verwarming (ching ching ching woordenschat), op elektriciteit en warm water en hebben we de kachel niet meer nodig om warm te worden. Sommige mensen hebben wel nog een kachel, voor de gezelligheid.’ ‘Ja juf, mijn opa heeft nog een kachel!’ ‘Ja, die van mij ook!’ ‘Mijn buurman ook!’ Voordat we elke achterneef van de kleinzoon van de buurvrouw van mijn oudoom hebben gehad stop ik het gesprek.

Er gaat een hele duidelijke, dringende vinger de lucht in. Het gezicht dat erbij hoort staat heel bedenkelijk.
Ik geef hem toch maar snel nog even de beurt. ‘Juf, hoe kunnen de pieten horen of je wel lief bent, als je geen schoorsteen hebt?’ Heerlijk, die door-denk-vragen van de kleuters. Ik sta al klaar met mijn antwoord, hulpvaardig als ik ben, maar besluit toch een stilte te laten vallen. Ik gebruik de stilte om de vraag aan de klas te formuleren. ‘Wie heeft hier een antwoord op? Hoe horen de pieten dat?’ Ineens zie ik een klas vol bedenkelijke gezichten. Ik zie de radartjes in hun hoofd heel hard draaien. Maar niemand heeft een antwoord. We besluiten om tijdens het buiten spelen verder na te denken over de vraag.

Na het buiten spelen verwacht de leerling toch echt een antwoord. Een meisje heeft er goed over na gedacht. ‘De pieten luisteren goed bij de kieren bij de ramen en de deuren.’ Aha! denk ik, slim. ‘Ja, maar’, zegt de jongen van de vraag ‘onze ramen en deuren zitten heel goed dicht, daar kunnen ze het niet horen.’ ‘Dan lezen ze het gewoon in het grote boek!’ weet een andere jongen te vertellen. ‘Ja maar, hoe komt het dan in het boek?’ zeg ik. De juf wil ook wel eens advocaat van de duivel spelen ;). Dat weten ze niet. ‘Misschien door de brievenbus?’ Dat wisten ze dan nog zo net niet of dat wel zou lukken. En verder kwamen we ook niet. Problem nog niet solved.

Heerlijk die vragen en discussies van kleuters.