Wat vind ik dat moeilijk: een stapje terug doen. De kinderen laten gaan om ze zelf te laten ontdekken. Maar hoe minder ik doe, hoe meer de kinderen doen. hoe minder ik doe, hoe meer de kinderen doen

Het is 11.00 uur, vrijdagmorgen in de klas. Ik zit aan tafel en eet een stuk pizza. Het pizzastuk valt uit elkaar, want het is gemaakt van nepsneeuw en het plakt niet stevig genoeg aan elkaar. De driehoek is belegd met rode saus, stukjes worst en paprika, aldus een stil en verlegen meisje uit groep 2. Volgens de leerling uit groep 1 die in de kring niets zegt, maar nu des te meer praat, moet ik nog even wachten met een hap nemen. ‘Er moet nog kaas op!’

Spelen met nepsneeuw

Om me heen spelen kinderen met het bevroren speelgoed. ‘Mag ik een lepel halen om te roeren juf?’ ‘Kijk! Het smelt!’ ‘De leeuw wil er niet uit’ ‘Ik heb warm water nodig!’ ‘Huh? Ik heb ineens water in mijn bakje!’

Verderop spelen een paar kinderen in de zandtafel met het wintertafereel. De tafel vulde ik een week eerder samen met kinderen uit groep 1. Ze zijn zelf eigenaar van de wintertafel.

wintertafel

Er komt een collega binnen. ‘Ik geniet even van de rust in de klas hoor’, verontschuldig ik me. De collega knikt goedkeurend, stelt haar vraag en loopt de klas weer uit.
Ik kijk om me heen en bedenk me: Waarom verontschuldig ik me eigenlijk? Ik spreek mezelf toe: kijk eens wat er gebeurt! De kinderen leren toch?! Durf ik aan mezelf toe te geven dat ze nu waarschijnlijk meer leren dan dat ik ze bij me roep om een lesje te doen? Zal ik het doen? Oké, ik zeg het hardop: De kinderen leren nu meer dan bij mij in een kleine kring.
Ik heb voorwaarden geschapen, zodat de kinderen vanzelf van alles leren. Nee, ze zijn niet bezig met letters. En nee, ze tellen de stukjes ijs niet. Maar wat leren ze allemaal wel?!

Maar o, wat vind ik dat moeilijk. Mijn programma aan de kant gooien, omdat er mooiere zaken om te leren zijn. Een stapje terug doen. De kinderen laten gaan, om ze zelf te laten ontdekken. Ze hier en daar een suggestie te geven, zodat ze weer verder kunnen spelen. Hoe minder ik doe, hoe meer de kinderen doen.

Ik neem me voor om dit vaker te doen. Misschien inplannen? 😉 De tijd nemen om te kijken en te zien wat er gebeurt, mee te spelen met de kinderen en hier en daar een suggestie geven. Maar vooral: de kinderen zelf laten ontdekken. Want door spel ontwikkelt een kind.