De zoon van Judith is 8 en ‘gewoon hoogbegaafd’. Ze schrijft over haar zoon, hoe ze het ontdekten dat hij hoogbegaafd was en het proces op school. 

Negen weken was ie. Terwijl ik druk in de keuken bezig was met de traktaties voor onze eerste baby-bijeenkomst van de zwangerschapsgym, was meneer in zijn box druk aan het spartelen en draaien. Op zijn buik, met het hoofd vér omhoog. Toen alle 11 baby’s door hun mama’s uiteindelijk gezellig werden uitgestald op mijn grote hoekbank, wilde meneer niet liggen. Hij wilde rechtop, in de hoek, leunend tegen de kussens. Niet dat hij al los kon zitten, maar liggen deed hij echt niet. Het werd een bijzondere foto…

Tweeënhalf jaar later deden mijn man en hij samen een insteekpuzzel. 32 stukjes, een soort ouderwets leesplankje. Het viel ons al eerder op dat hij niet meer echt naar de stukjes en de puzzel keek, maar als een soort sorteermachine blindelings de aangereikte stukjes instak. Tijd voor een grapje: mijn man besloot de puzzelstukjes blind (met de afbeelding naar beneden) aan te geven. Onze mond viel open van verbazing: hij pakte de stukjes even nonchalant aan en legde ze zonder te kijken in de goede vorm. Hij herkende het stukje aan de contouren en wist exact waar het hoorde.

Ja, we waren verbaasd, maar tegelijkertijd hadden we geen referentiekader. En verder ontwikkelde meneer zich volgens ‘plan’. Hij sprak snel en vloeiend, maar ja, er werd ook veel met hem gesproken, gezongen, gelezen. Het laatste halfjaar van de opvang was moeizaam. Al zijn vriendjes – minstens een jaar ouder – vertrokken één voor één naar de kleuterschool. Hoe blij was hij, dat hij ein-de-lijk ook naar school mocht…

En hoe groot was de teleurstelling, al in week drie. Hij leerde helemáál niet lezen en schrijven, zoals hij had gehoopt. Er werd “alleen maar stom geknutseld”. Het was eigenlijk zoals op de opvang, vond hij. Er werd begeleiding bij gehaald; er werd geobserveerd in de klas. Uit die observatie bleek dat hij heel snel dacht, heel snel dingen door had en al analyserend meer leerde dan werd aangereikt. En het gevolg daarvan was dat hij zich snel verveelde en steeds teleurgesteld was, dat er niet meer kwam. Er kwamen tips voor verrijking en verbreding.

Zoon in Nemo

Ja, de juffen werkten mee, dachten na, creëerden extra werk. Het mocht niet baten. In groep 2 kwam hij in een combinatie met groep 3. Dat jaar ging heel goed. In groep 3 kwam de verveling dubbel en dwars terug; meneer had het jaar daarvoor het hele programma al mee gekeken. Opnieuw een plan, opnieuw verrijking. Maar het kwam er niet meer uit. In groep 4 ging het snel bergafwaarts. Dit eens zo ondernemende, onderzoekende jongetje was een klein zielig hoopje geworden. Hij wilde niets meer, leerde niets meer. Uit een IQ-test bleek dat hij hoogbegaafd is. Niet echt een verrassing meer voor ons. Voor een enkele juf echter wel: zijn schoolresultaten bleven de laatste tijd zo achter, dat het zelfs een keer in twijfel is getrokken of de test wel klopte…

Onderzoeken

Uiteindelijk bereidde ik, in overleg met school, veel opdrachten voor hem voor. Die kon hij dan op school maken. Deze opdrachten sloten iets meer aan bij zijn manier van leren. Want uiteindelijk was dát het grootste probleem: niet het feit dat hij ver vooruit is en dingen snel snapt. Nee, hij wil gewoon niet dat een leerkracht, een boek, een filmpje hem alle lesstof dicteert. Hij wil echt álles zelf onderzoeken en zelf vraagstellingen maken. Het probleem is dat hij bij dat laatste wél begeleiding nodig heeft. Geef hem de opdracht om een werkstuk te maken over een ontdekkingsreiziger, dan wordt hij razend enthousiast. Maar vervolgens komt er niets… Hij weet niet waar hij moet beginnen, want zijn hoofd zit té vol met ideeën. Hij weet niet zo goed hoe hij dingen moet omzetten in een vraag, want zodra hij over de materie nadenkt, komen eigenlijk vanzelf de antwoorden en heeft hij dus geen vragen meer.

Geleerde stof blijft doorgaans hangen. Soms ook niet, maar dan vond hij het niet nuttig. Stampen kan hij niet. Het is “zinloos en stom”. Herhalen zit niet in zijn systeem. “Als ik iets goed heb gedaan, wil ik gewoon verder”. Ik snap hem, maar ik begrijp ook dat het op de meeste scholen zo niet werkt. Herhaling is nodig om op de toets uiteindelijk alles nog paraat te hebben. Laat ik over toetsing vandaag niet beginnen…

Moeder en zoon in museum

Een heel verhaal om je beter kennis te laten maken met mijn zoon. 8,5 jaar is ie nu. Een zeer grappig, ondernemend jongetje, met een enorme honger naar nieuwe kennis. Met stereotype nerdy-interesses, zoals dino’s, heelal en wetenschap. Hij gamet zich nog eens een ongeluk, maar speelt net zo lief buiten in de modder. Hij leert en weet veel, maar het meeste daarvan niet op school. Een jongen, die op basis van cito-scores misschien groep 4 had moeten overdoen, die op basis van gedrag wellicht een stempel had gekregen. Maar hij is ‘gewoon hoogbegaafd’. Oh ja, en ook nog beelddenker, ha!

Heb je ook een hoogbegaafd kind? Deel je ervaringen!