Vandaag leerde ik de kinderen een versje aan over vier lichtjes.

Voor mij is kerst het feest van licht en gezelligheid. Ik werk op een openbare school.

Vandaag leerde ik een versje aan van de klankkast. Het versje gaat over vier kaarsjes die aangestoken worden, advent dus. De laatste zin ging zo: Kaarsje vier brandt overal, voor het kindje in de stal.

Ik heb de kinderen verteld over Jezus, dat hij belangrijk is geweest vroeger en dat veel mensen daaraan terug denken. Dat sommige mensen daarom kerst vieren. Ik vertelde het verhaal van Jezus als verhaal. Ik ben ook van plan om erover voor te lezen, net zoals dat ik andere verhalen over de kerst voorlees.

Het kerstverhaal over Jezus staat ver van de belevingswereld van de kinderen af. Ik heb kinderen in mijn klas met verschillende geloven. Sommige kinderen hebben geen geloof. Het verhaal zegt ze dus niet zoveel.

Het leek me dus een leuk idee om het de laatste zin van het versje te veranderen.
Het werd een mooi gesprek waarin flink werd gerijmd. De kinderen kwamen hierop uit:
Kaarsje vier brandt met veel plezier, voor elk mens en dier.

Wat een woordenschat, gerijm, verhalen vertellen en mooie zinsopbouw! Een prachtig leermoment. Ze hebben een mooie manier gevonden om het versje naar hun belevingswereld te trekken. Een moment waarin we de kerst naar onze hand zetten.

We vieren kerst met een kerstdiner waarbij de ouders allerlei lekkere hapjes klaar maken en neer zetten. We knutselen veel met kerst, alles is toegestaan. We besteden aandacht aan het feest, net zoals we aandacht besteden aan het suikerfeest.

Rest mij nog de vraag:

Werk je op een openbare school, of op een school waarop geloofd wordt? Welke kerstverhalen en rijmpjes vertel je?