Met de Kusjeskrokodil heb je een fantastisch boek in handen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het gaat over angst in het donker voordat je gaat slapen.

De Kusjeskrokodil is een voorleesboek voor kinderen van 3 tot en met 5 jaar, dus heel geschikt voor je kleuterklas.

Tim ligt in bed met zijn beer. Maar hij kan niet slapen. Hij is bang voor alle dieren in de kamer. Maar zijn die dieren wel eng? De dieren met namen als het verhaaltjesvarken, de toedektijger, de knuffelbuffel en de kusjeskrokodil stellen zich voor en laten zien dat ze aardig zijn.

Wat vinden de kinderen ervan?

De kusjeskrokodil staat in de boekenkast in de klas en zodoende kennen de kinderen het boek al. Toen ik het boek tevoorschijn haalde, riepen een aantal kinderen meteen: ‘de kusjeskrokodil!’. Ik denk dat het komt door de fantastische illustraties van Loes Riphagen en de alliteraties van de dieren (verhaaltjesvarken, kusjeskrokodil).

De illustraties spreken tot de verbeelding. Ze zijn lieflijk, maar scherp neergezet. In de platen vind je meerdere verhalen en details, waardoor het een geschikt boek is om uitgebreid over te praten.

Ik las het boek laatst voor de tweede keer voor en de kinderen kenden de dieren nog! Ze wisten zonder naar de plaatjes te kijken dat de knuffelbuffel op de trap bonkte. En dat er een tijger in de kast zat. Dat geeft wel aan dat ze een grote concentratie hebben bij het luisteren naar dit boek.

De kinderen vinden het spannend. Het is van hun gezichten af te lezen dat ze de angst van Tim herkennen. Ze zijn ook wel eens bang in het donker. Ze vinden het dan ook fijn om te horen dat de dieren alleen maar lief zijn en geen enge monsters.

Toepassingen

Zelf heb ik het boek gebruikt binnen een les van de ‘Vreedzame school’. De les ging over angst en hoe je ermee om kon gaan.

Eerst vertelde ik dat ik een boek ging voorlezen waar de kinderen uit konden leren hoe je met angst om kon gaan.

Ik las het boek interactief voor. Na afloop had ik een gesprek met de klas over de angst. Wie was ook wel eens bang en wat deed hij of zij dan? Er kwamen mooie voorbeelden uit:

–       schreeuwen naar de monsters dat ze weg moesten gaan

–       naar pappa of mamma om te vertellen over hun angst

–       een lampje aanhouden

Anderen troostten ook wel eens een broertje of zusje door een slokje water te geven of een arm om de schouder te leggen.

Na afloop van het gesprek liet ik de kinderen een tekening maken. De opdracht was: neem een monster of een dier in je hoofd waar je bang voor bent. Als je dat hebt, bedenk dan hoe je hem lief kan maken.

Ook daar waren mooie voorbeelden van:

–       een alien dat een spionnenteken kreeg waardoor hij goedwerd

–       een gemene jongen die veranderde in een leeuw waardoor hij lief werd

–       een spookje waar een lach op het gezicht op werd getekend, waardoor hij aardig werd

Heerlijk, die fantasie van die kinderen.

Natuurlijk zou je de creativiteit en fantasie nog verder kunnen uitbreiden door de kinderen:

–       een monster laten kleien en manieren bedenken waardoor je het kleimonster zou kunnen laten verdwijnen

–       een monster of dier laten schilderen en ook daarbij iets waardoor het monster weg gaat, of lief wordt

–       de leerlingen elkaar laten vertellen over hun monster en hoe ze het willen verjagen of ervoor willen zorgen dat het lief wordt

Meer informatie over de schrijver en/of het boek? Jozua Douglas