Van het schooljaar 2015-2016 is er nu ruim een half jaar voorbij. De kinderen in mijn groep 3 zijn met Veilig Leren Lezen inmiddels bijna klaar met kern 7. Wat gaat het leren lezen toch snel en wat zijn de meeste gemotiveerd. En ja, ik zeg “meeste”, want je hebt altijd dat ene kind in de klas, dat lezen toch niet zo leuk vindt.

Vanaf januari staat er standaard aan het begin van de middag een moment van stillezen op mijn rooster, variabel in tijd al naar gelang de spanningsboog van de kinderen. Ik doe dit vanaf januari, omdat de meeste letters dan geleerd zijn en er zelfstandiger tekstjes/boekjes gelezen kunnen worden. Voor de leerling die het lezen als leuk ervaart, of het in ieder geval oké vindt, zijn dit momenten van rust en plezier. Voor die ene leerling die lezen niet leuk vindt, zijn deze momenten vaak een kwelling. Dan is het een kunst om ook deze leerling zelfstandig te laten lezen.
Om iedereen plezier in lezen te laten ervaren heb ik voor mezelf vier “leesregels” opgesteld die bij mij in de klas gelden.

De leesregels in mijn groep 3

1. Als het leestijd is, dan leest iedereen. 
Dat de kinderen tijdens deze momenten lezen, dat is overduidelijk. Met iedereen, bedoel ik dat behalve de kinderen ook ik als leerkracht een boek aan het lezen ben (en als ik een stagiair(e) in de klas hebt, verwacht ik dat hij/zij ook leest). Goed voorbeeld doet goed volgen. Als de kinderen zien dat ik plezier heb in het lezen van een boek, hoop ik hiermee te bereiken dat ook zij dit plezier gaan ervaren. Dus sjouw ik trouw drie dagen mijn boek van thuis mee naar school en weer terug. Ik moet eerlijk bekennen dat dit vaak de enige momenten in de week zijn dat ik voor mijn gevoel de rust heb om te lezen. En kom ik iets tegen in mijn boek wat ik grappig vind, grinnik ik gerust hardop.

2. Afwisseling in wat er gelezen wordt.
Vaak wordt er in de klas op leesmomenten, gelezen uit een leesboek. Tijdens de lessen van Veilig Leren Lezen, moeten de kinderen van mij ook lezen uit een leesboek. Dit kunnen de leesboeken van de methode zelf zijn, of hun eigen leesboek dat ze uit de schoolbibliotheek geleend hebben of van thuis hebben meegenomen. Maar er zijn zoveel andere dingen om te lezen. Denk maar aan informatieboeken, tijdschriften, strips. Dus tijdens de leesmomenten in de middag, doe ik twee keer per week aan mandjeslezen. In de mandjes zitten de verschillende soorten boeken en de mandjes rouleren. De leerling kan zo kiezen: iets lezen wat er in het mandje ligt wat op het tafelgroepje staat of zijn eigen leesboek.

3. Afwisseling waar er gelezen wordt.
Zie je in de klas lezen op het rooster staan, kun je er vanuit gaan dat de leerlingen op hun stoel zitten, boek op tafel en lezen maar. Maar als ik thuis een boek aan het lezen ben, dan zit ik ook niet op een stoel aan mijn bureau te lezen. Meestal lig ik dan heerlijk op de bank en één van de katten ligt op mijn schoot. Of als het lekker weer is, heerlijk in het zonnetje op mijn balkonnetje. Dit pas ik één keer in de week ook in de klas toe. Op de dag dat de leerlingen wel allemaal uit hun eigen leesboek lezen tijdens het leesmoment, mogen ze in de buurt van hun tafel zitten zoals ze zelf willen (tot op zekere hoogte): het “lui-lezen” moment. Voorbeelden hiervan zijn: achterstevoren op hun stoel zitten, onder hun tafel liggen, een kruk pakken en hun voeten daarop laten rusten, je kunt het zo gek niet bedenken. Aan het begin van zo’n “lui-lezen” moment, benadruk ik altijd nog even dat ik wel van de kinderen verwacht dat ze lezen. Ze mogen een keer van leeshouding wisselen, want zelf doe ik dit natuurlijk ook als iets zeer gaat doen. Bij praten krijgen ze een waarschuwing, nog een keer praten zorgt ervoor dat het “lui-lezen” voor hen klaar is en dan wordt het aan de tafel lezen (ik bof met zo’n eerlijke groep). En als het eind lente/zomer/begin herfst is (waarbij de temperaturen het toelaten) ga ik in plaats van “lui-lezen” met de kinderen lekker buiten lezen.

4. Blijf voorlezen
Ook al kunnen de kinderen zelf lezen, het voorlezen van boeken blijft goed.  Ze kunnen echt van het verhaal genieten, zonder continue bezig te zijn met het ontcijferen wat er voor een woord staat. En het kan kinderen op een idee te brengen om het boek zelf te gaan lezen.

Ervaring

Mijn ervaring is dat de kinderen op de leesmomenten ook echt aan het lezen zijn. En als die ene leerling, die het lezen minder leuk vind, een keer alleen de plaatjes bekijkt in een tijdschrift of stripboek, knijp ik een oogje toe en bespreek ik later met hem of haar, dat ik de volgende keer verwacht dat er toch ook wel gelezen wordt.

Toepasbaarheid

Deze vier regels zijn denk ik in elke klas/groep wel toepasbaar. Het kost een paar minuten om de mandjes klaar te zetten en bij te houden welk groepje welk mandje gehad heeft. Af en toe moet jij zelf even stoppen met lezen, om je blik in de klas te werpen om te zien hoe goed alle kinderen zelf nog aan het lezen zijn. Het voorlezen doe ik zelf de laatste 5 minuten van de ochtend en de middag.
Er gaat bij mij trouwens nog een nr. 5 bij komen: laat de kinderen eens lezen wat jij hebt geschreven. Deze regel komt erbij, doordat ik dol ben op het schrijven van verhalen. Op dit moment is er een kort verhaal voor leerlingen die op M3 niveau lezen in de maak. Ik laat jullie nog weten, hoe regel nr. 5 gegaan is.

To be continued…..