Ik vind het heel lastig, mijn programma omgooien omdat de groep dat van me vraagt. Maar als ik het lef heb om een les te schrappen, omdat mijn groep iets anders nodig heeft, gebeuren er juist de mooiste dingen. 

Ik sta vaak in een spagaat: mijn les moet af, want dat moet van… Ja, eigenlijk vooral van mezelf, want ik heb nou eenmaal bedacht dat mijn klas dit nu van mij gaat leren.

Afgelopen vrijdag voelde ik onrust in de klas en bij mezelf. De kinderen waren moe, prikkelbaar en snel boos. Ik voelde dat ik hier iets mee moest. Ik besloot om niet de geplande woordenschat les te geven, maar de dag positief te beginnen.

De dag bespreken in de kring deden we supersnel, zodat ik met mijn bedachte activiteit kon beginnen.
‘Lieve klas’, begon ik. ‘Ik merk dat het wat onrustig is. Het helpt dan om wat positiviteit te brengen in de klas.’ ‘Wat is dat juf? Potiviteit of zoiets?’ ‘Positiviteit is dat je aardige dingen tegen elkaar zegt bijvoorbeeld opstekers geeft (Vreedzame school) en daar worden we allemaal blij van.’
We hebben een opstekerketting in de klas. Als een leerling een opsteker (een compliment) geeft aan een ander kind, dan mag hij of zij de ketting bij de ontvanger omhangen die op zijn beurt de ketting weer aan een ander mag geven met een opsteker erbij.
Ik wilde deze ketting in de kring weer nieuw leven inblazen.
Ik begon. ‘T. Ik vind dat jij fantastische bouwwerken met de Kapla kan maken’ en ik hing de ketting bij T. om. Hij mocht nu een opsteker voor iemand anders in de klas bedenken.
De ketting ging aardig snel rond en er werden mooie opstekers bedacht. ‘Ik vind dat je mooi haar hebt.’ ‘Ik vind het heel leuk dat je vaak met me speelt.’ ‘Je kunt goed gymmen.’
Als het wat langer duurde, hielp ik de kinderen. Maar de meesten bedachten helemaal zelf een opsteker.
En wat luisterden de kinderen goed naar elkaar. Ik heb het nog nooit zo lang stil gehad in de kring.
Langzaam ontdooiden de kinderen. Zelfs op het meest stuurse gezicht verscheen een glimlach.
Toen elk kind een opsteker had gekregen, riepen er een paar door elkaar: ‘En nu jij nog juf!’ Ik kreeg een paar opstekers en een aantal kinderen kwam naar me toe voor een knuffel; groupshug!

Dit hadden de groep en ik nodig en het was tien keer beter dan de woordenschatles die ik had bedacht.