‘Iedereen is mooi’ is een thema over jezelf mooi maken. Er komt een feest aan en iedereen wil er natuurlijk fantastisch uit zien. Hoe je dat doet, wordt in dit thema verteld.

Ouders
Betrek ouders bij het thema. Geef de kinderen een brief mee met de vraag om verkleedkleren (jurken en jasjes bijvoorbeeld), lapjes stof en wol.

 

Taal
– Hang een waslijn op in je klas. Hang daar de letters aan die je hebt aangeboden in de klas. Maak samen met de kinderen woorden met deze letters. Begin bij m-k-m woorden en bouw dit langzaam uit.
– Laat de kinderen vaak hun lichaamsdelen aanwijzen. Liedjes en versjes over het lichaam vind je hier.
– Een leuk taalspelletje voor dit thema: laat kinderen zinnen maken waarvan de woorden alleen met een letter mogen beginnen. Bijvoorbeeld: ‘Kag kik kan kou keen krui?’ I.p.v. ‘Mag ik van jou een trui?’
–  
Sommige kinderen in je klas kunnen al lezen. Dit is een werkblad dat de kinderen zelf kunnen lezen en vragen over kunnen beantwoorden. De kinderen lezen het werkblad en maken onderaan de vragen. Dit kunnen ze stempelen of schrijven.
Download verhaaltje lot wil een jurk hier 

 

Woordenschat
Er bestaan allerlei soorten kleding. Om kleding te kunnen ontwerpen (zie het kopje knutselen) is het belangrijk dat de kleuters de verschillende kledingstukken bij naam kennen.
Woordcluster de kleding download je hier

 

Rekenen 
– Was sorteren: neem een aantal wasmanden en verschillende soorten kleding. Sorteer deze kleding op kleur, grootte, aantal en op het soort kleding.
– Speel met schoenen. Alle kinderen hebben schoenen aan. Werk met een klein groepje. Alle kinderen doen hun schoenen uit. Je vraagt aan het groepje: hoeveel schoenen hebben we samen aan? Laat de kinderen zelf met oplossingen komen hoe ze erachter kunnen komen. Vraag dan: hoeveel voeten hebben we samen? Je kunt dit uitbreiden door te vragen: hoeveel schoenen hebben Jantje en Pietje dan samen? En hoeveel schoenen? Hoeveel schoenen hebben we als ik er eentje wegpak? En bij twee? En hoeveel als ik er een bij doe? En twee erbij? Etc.
Je kunt deze schoenen ook sorteren: op grootte, op kleur, op soort, etc.
Hier kun je een werkblad over het sorteren gebruiken. In dit werkblad kunnen de kinderen door middel van knippen en plakken de goede kleur schoenen bij de juiste kleur zoeken.
Werkblad sorteren schoenen download je hier  

 

Sociaal-emotioneel
– Voordat de kinderen naar buiten gaan, of tussendoor, werkt het goed als de kinderen elkaar masseren. Zet de kinderen in de kring en laat ze allemaal een slag naar rechts draaien. Zorg ervoor dat ze goed bij elkaars schouders kunnen. Je zal zien dat de kinderen rustiger naar buiten gaan en dat het goed is voor de band tussen de kinderen.
– Geef de kinderen poetsles. Het is belangrijk voor hun mondmotoriek en de hygiene dat kinderen goed kunnen poetsen. Bij de tandarts kun je vaak wel wat extra borstels krijgen. Laat de kinderen het poetsen ook eens bij elkaar proberen. Ze kunnen dan goed zien wat je moet doen bij het poetsen, ze kunnen voelen hoe dat is om bij iemand anders te poetsen en het is goed voor de band tussen kinderen onderling.
– Visualisaties. Na een moment van inspanning kun je deze visualisaties gebruiken om de kinderen te helpen met  ontspannen.
Visualisaties helpen de kinderen in het gebruiken van fantasie, creativiteit, rust en zelfbewustzijn.
Download hier een visualisatie met jassen en jurken

Download hier een visualisatie over taart eten op een feest 

Creatief
Laat de kinderen een jurk of een jas ‘ontwerpen’ voor het feest. Print een tekening van een jurk (voor de meisjes) en een jas (voor de jongens) uit. Laat de kinderen van tevoren bedenk hoe hun creatie eruit zal zien, praat erover met ze. De kinderen kunnen met stofjes, wol, kleurpotloden, stiften en verf zelf een jurk of jasje maken/ontwerpen.

Deze activiteit leent zich ook goed voor tekenen met stoepkrijt. Laat de kinderen een jas of een jurk ontwerpen op de stoep of op het krijtbord.
– Als vervolg op de vorige activiteit. Vraag de kinderen allemaal een oud wit shirt mee te nemen naar school. Vertel ze dat ze een shirt mogen versieren voor het feest. Ook dit kunnen ze eventueel van tevoren ontwerpen. Koop textielstiften en laat kinderen hun shirt versieren. Kinderen die dat kunnen, mogen er ook woordjes op schrijven of stempelen. Met lijm kunnen ze ook stofjes en wol op hun shirt plakken. Helaas zal dit eraf gaan in de was, de textielstift niet. Natuurlijk kunnen de kinderen het shirt ook eenmalig (voor het feest) aantrekken.

 

Drama
Warming-up:
Geef alle kinderen een hoed, muts of pet. Verbind daar een type aan, bijvoorbeeld een boef, fee, heks, clown, indiaan, etc. Laat de kinderen door de ruimte rondlopen als dat type. Bespreek goed met de kinderen wat de bewegingen van zo’n type zijn. De kinderen kunnen dit het beste zonder geluid doen, alleen de bewegingen maken.
Laat de kinderen hun type bewegingen aan elkaar zien. Dus hoe beweegt een cowboy en hoe beweegt eigenlijk een clown?

Midden:
Jij als leerkracht vertelt een verhaal waar verschillende types in voor komen. Kies bijvoorbeeld vijf types uit: 3 slechteriken en 2 goede types. In het verhaal laat je de slechteriken iets gemeens doen wat de goeden moeten oplossen. Ik vertelde in het verhaal zelf wat de slechteriken voor kattenkwaad uithaalden, de goede types bedachten zelf een oplossing. Dit ging goed, de cowboy in mijn klas bedacht bijvoorbeeld om de slechteriken neer te schieten.

Eind:
De kinderen bedenken zelf een toneelstukje met de rollen die ze hebben. Werk in groepjes van 3, bijvoorbeeld 2 goede types en een slechteriken. Bespreek goed van tevoren wat de types voor uitingen hebben en laat de kinderen daar een verhaaltje van maken.

 

Opmaken/schminken
Een erg leuke activiteit, kinderen vinden het geweldig, is opmaken of schminken. Je kunt in een klein groepje eerst zelf kinderen schminken. Je kunt de kinderen ook wat vertellen over schminken en laten zien hoe je dat doet. Laat dan wat makkelijke dingen zien. Daarna kunnen de kinderen elkaar schminken. Als je het een beetje teveel gedoe vindt in het gezicht, is het ook leuk als de kinderen elkaars hand schminken, bijvoorbeeld als een tijger.

Basisboek schminken vind je hier

 

Bewegingsonderwijs
Geef alle kinderen een stoel waar ze op kunnen liggen. Speel eerst zelf de badjuffrouw en laat de kinderen verschillende bewegingen nadoen die bij het zwemmen horen. Bijvoorbeeld de schoolslag of rondjes draaien met je armen. Het is leuk als je de kinderen erna omstebeurt de badmeester of -juffrouw laat zijn.

 

Spelletjes
– Een leuk spel om te spelen is ‘Wie ben ik?’.
Een variatie erop: maak foto’s van alle kinderen. Print deze uit als losse kaartjes. Geef alle leerlingen in de klas een fotootje van een ander kind. Ze mogen deze niet zelf zien, plak het bijvoorbeeld op hun rug. Ze moeten dan vragen aan de klas stellen om erachter te komen van welk kind ze zelf een foto hebben. De andere kinderen in de klas mogen alleen ja of nee antwoorden.
In het begin vinden de kinderen dit moeilijk, maar als je ze helpt met de vragen, gaat het steeds sneller. Vragen waarmee je ze kan helpen: ben ik een jongen? Heb ik lang haar? Heb ik zwart haar? Etc. Dit spel kun je uiteraard ook goed met een klein groepje spelen.

 

Wastafel
Vooral geschikt voor in een klein groepjes.
Maak van je zand- of watertafel een wastafel. Neem wat kleding met vlekken erin en wat wasmiddel mee naar school. Je begint met een gesprekje met de kinderen. Je bent verdrietig dat je kleren vies zijn, want nu heb je niets meer voor het feest. Vraag aan de kinderen hoe je de vlekken eruit krijgt. Praat met de kinderen over oplossingen en hoe dat bij hen thuis gaat.
Maak wat sop in de watertafel en doe dan je kleding erin. Kinderen vinden het fantastisch om je te  helpen en zelf te wassen. Je zult zien dat hier mooie gesprekken uit komen. 

 

Kappershoek
Maak van je huishoek een kappershoek. Leg er elastiekjes, kammen, borstel, haarklemmen, nepscharen, etc. in. Leg er kaarten bij waarop de kinderen kunnen invullen wat er gedaan is aan het haar en hoeveel het kost.

Download het overzicht voor in de kappershoek 

Klei

Poppetje mooi maken van zelfgemaakte klei

Maak zelf gemaakte klei. Zorg voor verschillende kleuren klei. Laat de kinderen allerlei voorwerpen maken die bij het thema horen. Laat ze bijvoorbeeld een poppetje maken met verschillende kleuren haar. Of laat ze make-up maken met de klei.