De zoon van Judith moest ‘Ik mag niet op mijn tafel tekenen…’ twintig keer overschrijven. Over het doel van strafwerk én ongewenst gedrag 

‘Ik mag niet op mijn tafel tekenen…’ en dat twintig keer.
Omdat hij op zijn tafel had getekend. Wat natuurlijk niet mag. Dat wist ‘ie zelf ook wel. 7 jaar was hij en zat in groep 4. De juf had hem gevraagd een tekening te maken. Alweer. Hij had er geen zin in. Uit verveling, en om te testen wat er zou gebeuren, tekende hij met potlood iets op zijn tafelblad. En dat mocht niet, zei de juf. Daarom moest hij dat twintig keer overschrijven en de volgende dag weer inleveren.

Waarom strafwerk? 

Ik zie hem nog het schoolplein oplopen, die middag na school. Met een zwaar geïrriteerde blik en dat blaadje in zijn hand. Hij was het totaal niet eens met de juf, dat dit een goede manier was om hem te leren dat hij niet op zijn tafel mocht tekenen. Nadat hij de tafel had moeten schoongummen, was hem dat al duidelijk. Het was hem echter ook kristalhelder dat de juf totaal geen belang stelde in de reden waaróm hij op zijn tafel had getekend. Toen we thuis aan het strafwerkje begonnen, zei hij stuurs: “Alsof ik het na één keer overschrijven niet begrijp… Als ze me nu gewoon vroeg waarom ik het deed?”

De volgende dag moest het strafwerk worden ingeleverd. Dat was ook de dag dat mijn zoon op een externe locatie onderwijs kreeg. Hij was dus totaal in paniek, want hij kon het strafwerk niet inleveren. En plichtsgetrouw was hij toen nog heel sterk. Gelukkig wist mama raad; ik moest dochterlief ook nog naar school brengen, dus ik zou het strafwerk wel even bij de juf inleveren. Kon ik meteen even de juf bijpraten over zijn reactie op het strafwerk.

Dwars gedrag

De juf gaf toe dat ze niet had gevraagd waarom hij op zijn tafel had getekend. Toen ik haar uitlegde dat hij het tekenen op een wit A4 inmiddels wel een beetje zat was, dat hij eens een keer iets anders wilde, vond zij dat nog geen reden om dan dus maar op tafel te gaan tekenen. Ik was het roerend met haar eens. Maar daar zat hem juist de kneep. Mijn zoon vindt het niet makkelijk om aan te geven dat hij hulp nodig heeft, of dat hij het ergens niet mee eens is. Hij uit dat door dwars gedrag. En als je dan doorvraagt, krijg je vaak de prachtigste argumenten in uitvoerige betogen. Het strafwerk voelde voor hem als een dubbele straf; het tekenen had hij al vervelend gevonden, hij werd niet gehoord én hij moest iets twintig keer opschrijven wat hij in één keer ook wel begreep.

Huiswerk

Inmiddels zit hij op een andere school. In dat betreffende schooljaar bleek zijn onderwijsbehoefte niet aan te sluiten bij wat de school te bieden had. Hij zit in groep 6 van een school voor hoogbegaafde kinderen. En daar komt inmiddels een flinke hoeveelheid huiswerk per week bij kijken. Daar ben ik niet tegen, sterker nog, een kind dat graag wordt uitgedaagd, wil thuis best meer dingen leren en wennen aan huiswerk kan nooit slecht zijn met het oog op de middelbare school.

Hulp vragen

Het probleem bij het huiswerk is dat zoonlief te gemakkelijk afgeleid wordt door vele prikkels om hem heen: tv, iPad, de trampoline buiten en dan ook nog regelmatig een voetbaltraining. Hij komt er zelf niet toe zijn huiswerk te maken, heeft geen interne trigger. Daarnaast vindt hij het huiswerk niet heel erg aantrekkelijk. Het is nogal schools, en daar is hij niet zo bedreven in, zal ik maar zeggen. Dus we hebben nu een afspraak dat hij het maakt, als ik ook op zondag mijn wekelijkse werkzaamheden aan de computer doe. Soms loopt hij dan vast op een opdracht. Als het kan, dan geef ik hem een zetje. Soms echter, vind ik dat vastlopen ook een mooi moment voor hem om zelf weer een stap richting zijn juf te zetten. Om haar om hulp te vragen. Dat spreken we dan samen af, en dan mag hij de opdracht open laten.

Op school echter, vraagt hij niets, of te laat, als hij al een kruisje achter zijn naam heeft. En drie kruisjes betekent: strafwerk. Zo kreeg hij laatst zijn eerste strafwerkblad mee naar huis. Dat vertelde hij thuis niet, want – zo vertelde hij later – daar schaamt hij zich voor. Hij koos voor de struisvogelpolitiek: ik stop het ver weg en hoop dat het verdwijnt. Daar trapte juf natuurlijk niet in, dus de dag erna verdubbelde het strafwerk. En de dag erna nog een keer. En toen kwam ik erachter.

Triggeren

Ik wil nu geen pleidooi tegen strafwerk houden, maar ik denk wel dat dit voorbeeld aangeeft dat je als leerkracht je af moet vragen wat je doel is met strafwerk. Want als het de leerling niet triggert om het te maken en van de straf af te zijn, maar sterker nog, dat het probleem zich bij het strafwerk herhaalt (wegstoppen en zwijgen), dan moet je als leerkracht met het kind in gesprek.

Als moeder deed ik dat. En ik kwam erachter dat hij zich schaamt voor het niet afhebben van zijn huiswerk, voor het krijgen van strafwerk en vervolgens voor het niet inleveren van zijn strafwerk. De schaamte loopt op en legt hem tegelijk lam. En dan is het spelen op de iPad of tv kijken inderdaad makkelijker. In de hoop dat alles verdwijnt.

Leren leren

Aan ons als ouders om hem op de rit te krijgen. Om hem te leren dat fouten maken mag en dat vragen stellen niet betekent dat je dom bent. Aan de leerkracht om samen met ons en met hem te zoeken naar een systeem dat werkt. Een systeem dat triggert en dat ontwikkeling en groei in gang zet. We komen er samen wel uit. Als we het doel van het (straf)werk maar voor ogen houden. Niet puur op straffen inzetten, maar op leren leren.

Ik vond het zelf altijd één van de meest interessante aspecten aan mijn baan als docent: waarom doet dit kind wat het doet? En hoe buigen we dat om? Strafwerk heb ik nooit gegeven. Wél consequenties. In overleg, en op maat. En daarbij ging ook ik regelmatig de mist in. Maar hé, we zijn ook gewoon maar mensen.

Ik wens alle leerkrachten en docenten veel succes met deze zoektocht.