In de aanloop van De Nationale Voorleesdagen (27 januari tot en met 6 februari) bespreek ik de prentenboeken van de Prentenboek top 10. Ik schrijf een recensie en geef er tips bij voor thuis, de opvang, peuterspeelzaal en de klas. Vandaag: De krokodil die niet van water hield van Gemma Merino

De krokodil die niet van water hield

Ik schreef al eens een recensie over De krokodil die niet van water hield. Een heerlijk boek vol humor over een dier dat de kinderen fantastisch vinden: de krokodil. Of is het toch een draak?

Tips

Thuis

  1. Bespreek de bezigheden van de kleine krokodillen. Laat de kinderen aansluiten bij hun belevingswereld. De krokodillen gaan in bad. Gaan de kinderen ook wel eens samen in bad? Wat doen ze dan? Zitten ze ook op zwemles?
  2. Praat over de andere dieren die ook op de bladzijdes te vinden zijn. Wat doen de slakken op elke pagina? En de vissen op verschillende bladzijdes?
  3. Kijk eens naar de schoenen van de krokodillen. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen?
  4. Praat over de talenten van de kinderen. Waar zijn zij goed in? Wat zouden ze wellicht beter willen kunnen, zoals de krokodil?
  5. Wat zou er in het boek ‘De draak die niet van vuur hield’ staan?

Peuters

  1. Praat over klein en groot. Wat is groter? Een krokodil of een draak? Hoe weten de kinderen dat?
  2. Tellen: tel de krokodillen, de schoenen, de
  3. In het boek zie je de schoenen van de krokodillen. Leg de schoenen van de kinderen bij elkaar. Laat ze de juiste schoenen bij elkaar sorteren.
  4. Praat met de kinderen over waar ze wel en waar ze niet van houden. De kleine krokodil (de draak) houdt bijvoorbeeld niet van zwemmen, maar wel van in bomen vliegen. Bespreek dat dit voor iedereen anders mag zijn.
  5. Vraag de kinderen wanneer zij zich wel eens alleen voelen. Wat doen ze dan?

Kleuters

  1. Praat over paren. De schoenen van de krokodillen komen in een paar. Tel de schoenen in sprongen van twee. Doe dat ook met de schoenen van de kinderen.
  2. De krokodil houdt niet van water. Vraag de kinderen wat zij doen als ze iets niet fijn vinden.
  3. Praat met de kinderen over het gevoel. De kleine krokodil voelt zich alleen. Wat voel je dan? Hebben zij dat ook wel eens mee gemaakt? Wat hebben ze toen gedaan?
  4. De krokodillen maken de letter o in het water. Kopieer deze bladzijde en knip de krokodillen uit. Maak verschillende letters met de krokodillen of laat de kinderen hier zelf mee experimenteren. Welke letters kun je maken?
  5. De krokodil (draak) telt tot 3 voordat hij in het water springt. Hij telt eerst 2,5. Waarom zou hij dat doen? En kan dat eigenlijk wel met aftellen? Ouders tellen ook wel eens met: ‘Je krijgt 3 tellen, 1, 2, 2,5 3.’ Of af: ‘3,2,1, 1/2, 0.’ Waarom zouden ze dat doen? Tel op tot en met 20 en af tot en met 0. Kijk of je ergens een halve tussen kunt stoppen.
  6. Praat over de talenten van de kinderen. Wie is waar goed in? Maak hier een lijst van en hang deze op. Iedereen is ergens goed in. Net zoals de krokodil die een draak bleek te zijn.
  7. Laat de kinderen het verhaal uit het boek ‘De draak die niet van vuur hield’ bedenken. Ze kunnen een tekening maken van het verhaal. Of schrijf als klas het boek. Iedereen tekent dan een bladzijde van het boek.

Nationale voorleesdagen: De krijtjes staken