Meidenvenijn is een bekend probleem in de klas en gebeurt bij allerlei leeftijdscategorieën. Tussen de vijf en twintig procent van alle kinderen wordt gepest. Maar hoe kun je er het beste mee omgaan? 

Verschil meisjes/jongens

Jongens pesten vaak fysiek: slaan, schoppen, spullen afpakken, etc. Later zullen ze ook meer verbaal worden door bijvoorbeeld te schelden en iemand belachelijk te maken.
Meiden pesten meer op sociaal vlak. Ze sluiten anderen buiten, roddelen erover en wijzen anderen af. Sommige meiden pesten ook fysiek.

Wat is meidenvenijn?

Meiden pesten dus op sociaal vlak. Vaak is er een hoofdpersoon waar alles om draait en die alles bepaald. Een zogenoemde koningin. Zij bepaalt wie er bij haar hoort en vooral ook wie niet. Roddelen, buitensluiten en pesten zijn een groot onderdeel van deze kliek van koningin en haar volgers.

Omgaan met meidenvenijn

Adviezen voor de leerkracht

Begin met het spreken van de gepeste. Hoe ervaart zij het? Wil ze vrienden zijn met de pestende meiden of juist niet? Soms pest zo’n meisje zelf ook en maakt ze haar eigen kliek.

Bespreek de situatie met de hele groep. Wijs hierbij geen schuldigen aan. Het pestslachtoffer komt zo niet in een verkeerd daglicht. In de grote groep durven vaak de meiden die het er eigenlijk ook niet mee eens zijn hun mond open te doen. Dit geeft ‘de koningin’ meteen minder macht. De ‘volgers’ merken hierdoor dat ze samen sterker staan en ‘de koningin’ niet meer hoeven te volgen.

Stel samen met de groep gedragsregels op en laat iedereen een handtekening hieronder zetten, zo voelen ze zich meer gebonden om zich er ook aan te houden.Omgaan met meidenvenijn

Algemene tips

  1. Bouw een goede band op met je leerlingen. Bijvoorbeeld door iedere leerling te zien: groeten bij binnenkomst, vragen naar hobby’s en interesses, (ongevraagde) positieve aandacht geven, vertrouwen uitspreken).
  2. Laat duidelijk merken dat je een groep bent en dat iedereen daarbij hoort.
  3. Hanteer consequent de regels en geef duidelijke grenzen aan.
  4. Stop het gedrag op een kalme en rustige wijze.
  5. Bespreek de voorgevallen situatie met de groep.
  6. Keur het gedrag af en niet de persoon.
  7. Bespreek duidelijk welk gedrag je wel wilt zien.
  8. Leer de meiden zich te verplaatsen in de ander. Dit kan bijvoorbeeld met de methode Vreedzame school.
  9. Praat veel met de leerlingen. Ze hebben het nodig om zich gehoord te voelen.
  10. Vraag wat hen dwarszit en help bij het inzicht op het eigen gedrag.
  11. Vraag de leerling zelf om suggesties om het eigen gedrag te veranderen.
  12. Leg uit dat je geen vriendinnen van elkaar hoeft te worden, maar dat je elkaar wel in de waarde laat.

 

Bronnen

Meidenvenijn.nl
Pedagogische adviezen voor speciale kinderen
Lessen in orde
Opvoedadvies