Uit: dagboek van een invaller. Soms weet ik al hoe mijn dag zal zijn als ik in de klas kom. Er heerst ruis in de klas. Zelfs zonder een leerling nog fysiek in de klas te hebben gehad, voel ik het al, onrust. Dat zijn ook de plekken waarbij het moeilijk is om zaken te vinden…
Er ligt vaak nog wel een A4’tje met het rooster van die dag, maar dat is het. Liever kom ik op plekken waar alles netjes is opgeruimd, het rooster van die dag op het bord hangt, een plattegrond ligt van de klas met de namen van de kinderen, maar nog belangrijk: een A4’tje met wat zaken over de klas. Hoe de dag gaat bijvoorbeeld, maar in ieder geval belangrijke zaken waar ik even op moet letten.
Ik snap het hoor, als je ineens ziek bent geworden en je moet de boel plotseling achterlaten. Voor fulltime leerkrachten is dat vaak het lastigste. Het is hun klas, zij weten precies wat ze wanneer gedaan hebben. Hoe ze de doelen moeten interpreteren en wat ze wel en niet kunnen doen. Voor invallers zijn die klassenbaak best lastig om over te nemen. Fulltime leerkrachten weten vaak niet wat invallers nodig hebben. Ze verlaten hun “huis” zogezegd en laten alles zo achter zoals zij het fijn vinden.
E.H.B.I tegen onrust
De ene school heeft het invalwerk beter georganiseerd dan de andere. Op sommige scholen is het heel duidelijk hoe je klassenmap eruit moet zien. Elke klas heeft dezelfde inlegvellen met dezelfde inhoudsopgave. Een beetje betuttelend is het misschien wel, maar voor invallers werkt het. Je weet namelijk meteen dat je naar de tabjes dagplanning en E.H.B.I. moet gaan.
E.H.B.I.?
Jep, zo’n onderwijsvakterm: E.H.B.I. is Eerste Hulp Bij Invallen.
Toen ik zelf fulltime leerkracht was, werd ik hier toch wel twee keer per jaar mee om mijn oren geslagen. De onderbouwcoördinator zette het standaard op het lijstje met dingen-om-aan-te-denken. Ik moest een overzichtje schrijven met: zo gaat het in deze kleuterklas.
Wat staat er in mijn E.H.B.I.?
De liedjes stonden erin, welke vragen ik stelde bij de kring in de ochtend, het globale rooster en welke kinderen allergieën hadden of bepaalde handelingen van mij vereisten. Goed voor mezelf om af en toe te checken, het was een vorm van reflectie. Waarom doe ik de dingen eigenlijk op deze manier? Kan het ook anders en hoe doen mijn collega’s dat? Heb ik wel bepaalde routines die ik altijd laat terugkomen? Zijn ze fijn voor de kleuters, of doe ik het vaak anders? Hoe langer ik als leerkracht werkte, hoe beter ik dit deed en ook wist waarom ik het op die manier aanpakte.
De onrustige invaldag
Het was zo’n dag. Ik stapte de klas in van het al wat verouderde gebouw, er lag nog vloerbedekking op de vloer. Overal hingen knutsels van de kinderen, woordenschatlessen, vellen over rekenen. Geen stukje aan de wand was leeg en zelfs aan het plafond hing nog werk van de kinderen. Nu ben ik zeker niet tegen het tentoonstellen van het werk, maar liever niet door de hele klas. Een wand is genoeg. Net zoals een wand voor woordenschat met de laatst geleerde woorden wat mij betreft ook genoeg is. Hoe vaak kijken de kinderen echt zelf nog naar de wand? Ik word zelf al helemaal knetter van al die ruis, laat staan de leerlingen.
Rommelig bureau
Het bureau lag vol met pennen en frutseltjes. Op de grond lagen schriften stof te happen en de handleidingen stonden schots en scheef op een doorbuigend plankje. Ik waagde me er maar niet aan om er één uit te trekken, stel je voor dat de boel in zou storten. Ik las de informatie over de lessen wel in de online handleiding, want gelukkig had ik al wel de inlog van een invalaccount gekregen.
Ik ben een sloddervos. Gooi gedurende mijn dag mijn bureau vol met prulletjes, werkbladen, boeken, handleidingen, pennen en als ik de digibordpen kwijt ben, ligt die altijd daar, tussen allerlei vellen papier. Maar aan het einde van de dag ruim ik op, structureel. Want voordat ik ook maar iets kan doen als een overdracht schrijven of nakijken, wil ik een leeg bureau en dat gun ik iedere leerkracht.
De start van de dag
Met een open blik stond ik bij de deur om de kinderen te verwelkomen. Tijdens het voorstelrondje ging het nog best oké. Bij het zelfstandig lezen las weliswaar niet iedereen, maar er werd in ieder geval niet gepraat. En ook de rekenles verliep nog tamelijk rustig.
Ben ik zo’n slechte leerkracht?
Maar na de pauze ging het mis: constant door de klas roepen, opstaan van de stoel, met elkaar bemoeien en niet stil worden als ik erom vroeg.
Op zo’n moment voel ik me de allerslechtste leerkracht ooit. Ik geloof dan dat ik er niks van bak, maar dat ik dat wel zou moeten.
Ik moet de leerkracht zijn die hier haar hand niet voor omdraait. Die met gemak de moeilijkste klassen in haar schoot geworpen krijgt, omdat zij het goed kan. Ik eis van mezelf dat ik zo’n leerkracht ben.
Maar zo werkt het natuurlijk (helaas) niet.
Ik bleek de verkeerde taalles te hebben gegeven, want ze waren al een dag thuis geweest. Ze moesten elkaar feedback geven over hun opgeschreven mening, wat resulteerde in allemaal geroep naar elkaar. De les ervoor waarin ze hun mening moesten verantwoorden, hadden ze dus niet gedaan. Dus besloot ik dat ze daar stil aan moesten werken. Ging niet gebeuren.
Vroeger was ik doorgemodderd. Had ik het wel aangezien wat er zou gebeuren. Maar door mijn ervaring wist ik dat het van kwaad tot erger zou worden. Dat het zou leiden tot ruzies, huilende kinderen (eentje huilde nu al) en wellicht gegooi van spullen door de klas.
Dus deed ik mijn korte ademhalingsoefening. Voeten stevig in de grond, drie keer ademhalen en bedenken wat mijn eerstvolgende actie zou zijn.
Ik besloot er hulp bij in te schakelen. Dit was voor niemand leuk. De bovenbouwcoördinator kwam erbij en schakelde snel. Een aantal kinderen mocht bij haar werken en zo kon ik de dag wat rustiger aanmaken met de rest van het clubje.
Soms zijn de groepen op dezelfde school heel verschillend lees je bij niet die school.
Lees ook
Invallen in het speciaal basisonderwijs.
Waarom ik invaller werd

Wat tof dat je je blogs over het invallen zo eerlijk schrijft!
Graag gedaan, lijkt me een mooi inkijkje.