(Door Deveney) Vandaag deel 6 van de serie ‘De overgang van groep 2 naar groep 3’: De inzet van thema’s. Vorige keer besprak ik waarom het gebruik thema’s belangrijk is in de klas. Vandaag bespreek ik hoe deze kunnen worden ingezet. Waar moet je op letten wanneer je een thema gebruikt?

De inzet van thema’s

> Ruim en flexibel

Thema’s worden opgezet voor een periode van vier tot acht weken en worden met de inbreng van de kinderen opgebouwd en uitgebreid (Janssen-Vos, 2008). Wanneer er wordt gekozen voor een thema is het belangrijk dat deze flexibel, ruim en open is. Dit betekent dat er ruimte moet blijven om ook andere interesses en gebeurtenissen van leerlingen een plaats te kunnen geven. Een thema dient dus geen vast format te krijgen, maar dient veel ruimte te hebben (Janssen-Vos & Pompert, 2003).

Lees ook: Het belang van thema’s. 

> Uitnodigen tot spel

Daarnaast moet een thema uitnodigen tot (rollen)spel. Een thema als ‘de lente’ bevat veel informatie, maar het nodigt kinderen niet uit tot spelen. Een meer concreet thema als ‘de bloemenwinkel’ geeft kinderen een meer specifiek kader. Er zal spel ontstaan, doordat leerlingen situaties, handelingen of gebeurtenissen herkennen. Het spel wordt hierdoor betekenisvol. Bekende situaties zullen worden nagespeeld, maar ook het voorstellingsvermogen zal worden geprikkeld. Om bekende situaties te creëren is het belangrijk om alledaagse situaties toe te passen en dicht bij de kinderen te blijven. Toch kan er ook fantasie in een thema worden toegevoegd. Verder is het belangrijk om aan te sluiten bij de actualiteit. Hierbij moet de leerkracht alert zijn op wat er bij de leerlingen speelt. Daarnaast kunnen thema’s ook aansluiten op feesten of op bijvoorbeeld een boek. Rondom boeken en tv-programma’s kunnen gehele thema’s worden gevormd, waarbij het boek of programma centraal staat en de rode draad van het thema vormt (Janssen-Vos & Pompert, 2003).

Lees ook: DE OVERGANG VAN GROEP 2 NAAR GROEP 3 (DEEL 4): DE INZET VAN SPEL

> Inrichting en materialen

Om ervoor te zorgen dat het thema bij de kinderen gaat leven, zijn een goede inrichting en een rijke verzameling aan materialen van belang. Concrete voorwerpen, afbeeldingen en mooie boeken zorgen voor verrijking in het thema. Daarbij zou er een themahoek of een thematafel gemaakt kunnen worden in de klas. Deze stellen het thema goed in de aandacht en bevorderen het thematisch spel (Janssen-Vos & Pompert, 2003). In groep 3 kunnen er ook lees-schrijfactiviteiten en reken-wiskundeactiviteiten aan het thema worden toegevoegd om aan te sluiten op de ontwikkelingsfase van de kinderen. Deze zouden plaats kunnen vinden in de kring, maar ook in hoeken waar leerlingen zelfstandig kunnen werken (Janssen-Vos, 2009).

Lees ook: DE OVERGANG VAN GROEP 2 NAAR GROEP 3 (DEEL 3): HET BELANG VAN SPEL

> Start en inbreng leerlingen

Wanneer een leerkracht een thema zelf ontwerpt, moet aanbod worden ontworpen waar een aantal weken mee gewerkt kan worden. Hierbij is het van belang dat er alleen een start van een thema wordt ontworpen waarna het thema met inbreng van de kinderen wordt opgebouwd. Bij het ontwerpen van aanbod is het belangrijk om de volgende vragen in gedachte te houden: ‘Welk thema kies ik en welke invulling kan daaraan gegeven worden?’, ‘Welke betekenis denk je dat de kinderen geven aan dit thema?’, ‘Welke spelactiviteiten kunnen daarin een plaats krijgen?’, ‘Welke andere activiteiten, materialen of middelen kan ik gebruiken?’, ‘Welke bedoelingen heb jij, leerkracht, er precies mee?’ en ‘Hoe wil je beginnen?’. Een leerkracht zal zich dus aan de ene kant goed moeten voorbereiden, zodat er veel te bieden is aan de leerlingen. Aan de andere kant moet de leerkracht in staat zijn om de inbreng van leerlingen uit te lokken en deze te verbinden met de eigen gemaakte plannen (Janssen-Vos, 2009).

Lees ook: DE TRANSITIE VAN GROEP 2 NAAR GROEP 3 BEÏNVLOEDEN

> Webmodel

Een mogelijkheid om een thema te ontwerpen, is door gebruik te maken van het ‘webmodel’. In dit ontwerpschema worden spelactiviteiten, lees-schrijfactiviteiten, reken-wiskundeactiviteiten, constructieve activiteiten, onderzoeksactiviteiten, gespreksactiviteiten en andere kringactiviteiten bedacht rondom een thema. Het webmodel kan worden gezien als een mindmap, waarbij alle mogelijke ideeën op papier worden gezet. Vervolgens kan de leerkracht een concreter plan maken voor de activiteiten die de leerkracht in elk geval aan bod wil laten komen. Hierbij moet ook worden gedacht aan de kinderen die in deze periode extra ondersteuning of extra uitdaging nodig hebben. In de loop van het thema kan het plan nog worden aangepast naar aanleiding van de inbreng van de kinderen, waardoor de uitvoering van de activiteiten dus niet volledig vooraf te bepalen is (Janssen-Vos, 2009).

De volgende keer

De volgende keer zal ik overgaan op het onderwerp ‘hoeken’ in de overgang van groep 2 naar groep 3.

Lees ook: DE OVERGANG VAN GROEP 2 NAAR GROEP 3

Meer lezen / gebruikte literatuur
Janssen-Vos, F. (2008).
Janssen-Vos, F. (2009).
Janssen-Vos, F., & Pompert, B. (2003).

Uitgelichte foto: Shutterstock

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren