Picknick met taart‘ is een waardig vervolg op ‘Waar is taart’? In dit boek hebben meneer en mevrouw Hond allebei een taart. Trots willen ze met een kleurig gezelschap picknicken. Maar gaat dat allemaal wel goed? Hier vind je een beschrijving van het boek met lesideeën en kijkvragen. 

Al vele mooie werken komen van de hand van Thé Tjong-Khing. Net zoals bij ‘Waar is taart’ heeft Khing het verhaal zelf bedacht en de illustraties gemaakt. Het boek bevat fantastische platen. Op elke bladzijde gebeurd iets onverwachts. Het leent zich uitstekend voor de mondelinge taalontwikkeling en de woordenschat. Het boek is goed in te zetten bij de thema’s feest, eten, iedereen is mooi en taart.

 

Koop hier Picknick met taart

 

Lesideeën bij het voorlezen
– Je kunt het boek in de kring ‘voorlezen’. Door in eigen woorden het verhaal te vertellen bij de platen, kun je de fantasie van de kinderen prikkelen. Ook kun je op deze manier de belangrijke woorden voorbij laten komen en deze extra uitleg geven.
– De kinderen kunnen dit boek ook goed zelf voorlezen, wat goed is voor hun mondelinge taalontwikkeling en fantasie.
– Voor taalzwakke kinderen is het goed om dit boek in een kleine kring te bespreken.
– Praat met de kinderen welke taart zij lekker vinden. En wat zouden zij doen als ze zo’n lekkere taart hadden?

 

Lesideeën voor verwerking van het boek
– Het is altijd feest als je met de kinderen cake of een taart bakt.
– Maak een speurtocht voor de kinderen waarbij je steeds een taart verstopt (bijvoorbeeld op karton getekend) die de kinderen om de beurt of allemaal tegelijk moeten zoeken. Dit is een leuk idee voor de verjaardag van de juf.
– Laat de kinderen zelf een tekening maken van een situatie met een taart. Natuurlijk is het leuk als ze hierover vertellen in de kring.
– Laat de kinderen een tekening maken van hun droomtaart.
– Speel een van de platen na. Op een van de laatste platen hebben alle dieren ruzie. Maak hier je eigen verhaal van en laat elk kind een dier uitspelen.

 

Kijkvragen
Hier staan kijkvragen per bladzijde. Deze vragen zijn gericht op de verschillende taalniveaus die je in je klas kan tegen komen.

 

Blz. 1 en 2

Wat zit er in het gras?
Welke dieren zie je allemaal op de plaat?
Wat voor een taart zou er op de brancard liggen?
Is het een kikker of een pad in de rolstoel?
Wat zou de hond drinken?
Waar gaan alle dieren naar toe?
Van wie is de rode ballon?
Waar is dat rode kruis van?

 

Blz. 3 en 4
Waar valt de taart op?
Waar zouden de dragers van de taart van schrikken?
Wat valt er uit de boom?
Wat zou dat grote dier met het gestreepte shirt zijn?
Waarom heeft de poedel een spiegel?
Waar tegen vecht de ridder?
Waarom plukt het konijn een bloem?
Zijn de poezen vooraan met de tassen verliefd?

 

Blz. 5 en 6
Waarom krijgt de kikker in de rolstoel wat te drinken?
Is de drager van de taarten moe?
Wat verkopen de muizen?
Wat gebeurt er met de mevrouw met de rode kruizen?
Waarom wordt de beer gedragen?
Waarom is het kleine konijntje verdrietig?
Vecht de ridder tegen een haai?
Over hoeveel stenen moeten de dieren lopen?

 

Blz. 7 en 8
Waar klimmen alle dieren op?
Waarom zou het kleine jongetje zeuren bij zijn moeder?
Waar zou al dat papier vandaan komen?
Wat zijn dat voor houten dingen helemaal bovenaan? En zou dat makkelijker lopen de berg op?
Wat zou het schaap breien en voor wie?
Waar heeft het riddertje nu zijn zwaard bij nodig?
Wie doet er aardig tegen de vrouwtjespoes?
Wat is het dier in het streepjesshirt?
Likt de muis aan een ijsje of aan een lolly?

 

Blz. 9 en 10

Waarom zouden de dieren stoppen met lopen?
Wat voor een plekje hebben de dieren gevonden?
Zou de taart nog heel zijn?
Wat is dat gele ding net naast de berg?
Zouden de dieren blij zijn met het plekje?
Zouden ze makkelijk omhoog kunnen klimmen?
Wat is de hond aan het doen?

 

Blz. 11 en 12

Waar zijn de taarten?
Wat heeft het konijnenjongetje weer terug?
Wat gebeurt en nu met het ridderjongetje?
Waar willen de dieren op picknicken?
Waarom zouden veel dieren lief zijn voor de poes?
Wat voor een scherm heeft de hond gemaakt?
Hoeveel lolly’s heeft de muis al op?
Hoeveel bordjes liggen op het kleed?
En hoeveel vorkjes en lepels?

 

Blz. 13 en 14

Wat is er nu met de dieren aan de hand?
Op wie is de kikker boos?
Waarom staat de das op zijn kop?
Waarom is het schaap boos?
Waar komen de papiertjes vandaan?
Is het konijnenjongetje blij?
Hoeveel bordjes zijn er nu nog op het kleed?

 

Blz. 15 en 16

Waarom kijken ineens alle dieren naar de muizen?
Zouden de muizen de taart hebben?
Wat zit er in de zak van de muizen?
Wat heeft de hond op zijn oog?
Waarom heeft het konijnenjongetje zijn armen omhoog?
Wie is er nu aardig voor de poes?
Hoeveel bordjes tel je nu?

Blz. 17 en 18

Waarom rennen alle dieren achter de muizen aan?
Zouden de dieren de muizen te pakken krijgen?
Waar is het vervelende jongetje?
Wat is er met de mevrouw met de rode kruizen aan de hand?

 

Blz. 19 en 20

Waarom kijken alle dieren verschrikt?
Hadden de muizen de taart?
Waar is de taart?
Waar gaat de kikker heen?
Waar is de vlieger?
Hoeveel vogels zitten in de boom?
Waarom valt de mevrouw met de rode kruizen steeds?
Waarom wordt het vervelende jongetje gedragen?

Blz. 21 en 22

Waar zijn de taarten?
Wat gebeurt er met de salamander?
Wat zal er nu met de taarten gebeuren?
Wat is er met de poedel aan de hand?
Wat voor idee hebben de kleine kinderen?
Waarom krijgen de muizen iets te drinken?
Waarom zou de kikker de taarten hebben?
Hoeveel gezichtjes zie je op de stenen?

 

Blz. 23 en 24

Wie mogen allemaal van de taart eten?
Waarom picknicken ze niet meer op de berg?
Waarom zitten kikker en salamander vastgebonden?
Wat was het idee van de kleine kinderen? Waarmee jagen de stoute jongen weg?
Waarom kijkt de poedel in het water?
Wat gebeurt er met de muis in het hoekje?
Is de mevrouw met de rode kruizen gewond?
Wie is nog meer gewond?
Is iedereen nu blij?

Koop hier Picknick met taart