Prentenboek van het jaar 2016: we hebben er een geitje bij. In de aanloop van De Nationale Voorleesdagen (27 januari tot en met 6 februari) bespreek ik de het prentenboek van het jaar. Ik schrijf een recensie en geef heel veel (les)tips bij voor thuis, de opvang, peuterspeelzaal en de klas. 

Lestips we hebben er een geitje bij

we hebben er een geitje bij

Het boek we hebben er een geitje bij van Marjet Huiberts en Iris Deppe en Gottmer is qua verhaal een echt peuterboek. Maar voor kleuters is er wel van alles uit de illustraties te halen. Het gaat over Mik die naar de kinderboerderij gaat. Hij is daar nog nooit geweest, maar heeft gehoord dat er een geitje is geboren, dus daar wil hij wel eens naar toe. Op de kinderboerderij komt hij met zijn step langs alle dieren die heel blij zijn met het geitje. Natuurlijk hoor je van alle dieren ook een geluid. Aan het einde van zijn tocht ziet hij het mooie nieuwe geitje, dat lekker slaapt bij haar moeder.

Wat vind ik?

Zoals ik al zei, een echt peuterboek. De kinderen leren de dieren kennen en de geluiden die ze maken. Mijn dreumeszoontje vind het ook een heerlijk boek. Toch kan ik er met de kleuters ook veel uithalen. Zo staan er op elke bladzijde verschillende vogelsoorten. Ik kende ze ook niet eens allemaal en moest ze opzoeken, zelf ook weer wat geleerd. De illustraties vind ik mooi een heel lief. Iris Deppe heeft een leuk filmpje over hoe haar werk tot stand komt.

Tips

Thuis

  1. Er is veel te zien op de illustraties. Praat over alle dieren die je ziet.
  2. Alle dieren hebben een eigen geluid. Doe met je kind het geluid van de dieren die je ziet na.
  3. Laat je kind een tekening maken van het geitje in de stal.
  4. Praat over geboorte. Wat vond je kind er bijvoorbeeld van toen hij of zij een broertje of zusje kreeg?
  5. Laat je kind experimenteren met verschillend kleurmateriaal, zoals potloden, krijtjes en stiften. Iris Deppe gebruikt ook veel door elkaar en dat geeft een mooi effect.
  6. De dieren zijn heel blij. Vraag je kind waar hij of zij blij van wordt. Daar kan je kind ook een mooie tekening van maken.

Peuters en kleuters

Verteltas

Een verteltas is voor ouders om thuis met hun kind rondom een prentenboek te spelen en met elkaar te praten. Na de introductie in de klas, kun je de verteltas mee naar huis geven. Vul de tas met het boek en plastic dieren: geit, koe, paard, kip, konijn, biggetje, varken, mens.

Verteltafel

De verteltafel is een plek waar allerlei attributen staan die bij een prentenboek horen waar kinderen het verhaal kunnen naspelen. Maak een verteltafel door een groen kleed of papier neer te leggen. Zet hier de boerderij dieren op. Maak wat hokken van kleine blokjes en zet de handpop van het kleine geitje in een van de hokken. Laat de kinderen zelf het verhaal naspelen bij de verteltafel.
Extra:
– Laat de kinderen zelf onderdelen voor de verteltafel maken van papier en kosteloos materiaal, zoals een modderpoel voor de varkens en een hek voor de wei.
– Laat kinderen die dit kunnen woorden schrijven bij de onderdelen en de dieren van de boerderij.

De jongen

Zet plastic boerderijdieren en hun jongen door elkaar in de kring. Laat een aantal dieren met hun jongen zien. Laat de geit zien en het jong. In het boek wordt het een geitje genoemd. Vraag de kinderen of het jong ook zo heet. (Dit heet een lam, net zoals bij het schaap). Geef elk kind een plastic dier. Benoem tijdens het uitdelen de naam van het dier of het jong. Laat de kinderen om de beurt een dier in de kring zetten. Hij of zij benoemt de naam van het dier. Het kind met het jong van het dier mag het erbij zetten en de naam benoemen. Vraag of de kinderen nog meer jongen van dieren weten, bijvoorbeeld van een leeuw. Je kunt hier ook plastic dieren bij gebruiken.

Tellen

Zet voor peuters 5 en voor kleuters 20 dieren op de tafel.
Vertel dat het geitje wil tellen hoeveel dieren er op de boerderij wonen. Vraag de kinderen hoe ze het geitje kunnen helpen. Tel de dieren hardop met de kinderen. Laat de kinderen een van de dieren te kiezen uit het boek om te spelen. Vraag telkens een aantal dieren naar voren te komen.
Bijvoorbeeld: ‘nu wil ik graag alle kippen tellen.’ Of: ‘nu mogen alleen de varkens komen’. Tel hardop met de andere kinderen hoeveel dieren er naar voren komen. Laat bij de kleuters het cijfersymbool zien dat hier bij hoort. Pak het boek erbij en leg de dieren telkens weg als ze bij een pagina aan beurt zijn geweest. Tel hardop terug als een dier geweest is.

Dagritme van het geitje

Vertel dat het geitje nog maar klein is. Ze wil graag leren hoe een dag van een geit verloopt. Bespreek met de kinderen wat het geitje zoal doet op een dag. Maak met de kinderen een dagplanning voor het geitje, zoals er in de klas hangt. Peuters: vraag de kinderen naar de juiste volgorde van de activiteiten en teken deze zelf. Kleuters: laat de kinderen een onderdeel van de dag van het geitje kiezen waar zij een tekening bij maken. Hang samen met de kinderen de dagplanning van het geitje goed op. Speel het een keer na met het geitje of met alle kinderen tegelijk.

Bewegingsles

Geef de tikker een lintje. Vertel dat de kinderen allemaal kleine geitjes zijn. Iedereen moet dus springend door de zaal heen gaan. Als je mens roept, mogen de kinderen weer rennen. Roep je geitje, dan mogen de kinderen alleen springen. Als een kind getikt is, gaat het op de bank zitten. Als de vierde op de bank komt zitten, mag de eerste weer het veld in.

Ik doe een dier na

Doe met de kinderen de dieren uit het boek na met bewegingen en geluid. Bijvoorbeeld: Spring en hinnik als een paard. Loop zwaar en loei als een koe. Klim en blaat als een geit.Laat de kinderen om de beurt een dier uitbeelden. Dit mogen dieren uit het boek, maar ook een ander dier, zoals een olifant zijn. Laat de andere kinderen raden welk dier er uitgebeeld wordt.

Naambordje maken

Vertel de kinderen dat de dieren van de kinderboerderij een naambordje bij hun hok hebben staan. Voor het geitje is er nog geen een, de kinderen mogen er een maken. Bedenk samen namen voor het geitje. Laat de kinderen een naambordje maken van het papier. Ze mogen zelf bepalen hoe groot het is en of ze het uitprikken of knippen. Laat ze met potlood of stift de naam voor het geitje opschrijven. Juist ook als ze moeite hebben met schrijven, krabbels zijn ook goed.

Peuters

  1. Praat over de dieren die je nog meer in het boek tegen komt. Dit zijn: poes, vogel, ooievaar, uil, slak, vlinder, eekhoorn, eend, kikker, pad, worm, muis. Welk geluid maken die dieren?
  2. Vul een tas met de plastic dieren: geit, koe, paard, kip, konijn, biggetje, varken, mens. Laat de kinderen kijken in de tas met de dieren. Laat de kinderen nadenken wat de volgorde van de dieren was die voorbij komen in het boek en steeds het juiste dier uit de tas halen. Als je dit spel een aantal keer hebt gespeeld en ze de dieren een aantal keer hebben gevoeld, kun je ze laten grabbelen zonder te kijken.

Hoeken

Huishoek

  1. Maak een dierenwinkel van je huishoek. Leg alle plastic dieren erin met prijsjes eraan. Zet een kassa neer met wat geld erin. De kinderen kunnen de dieren in de dierenwinkel kopen.
  2. Maak een kinderboerderij van je huishoek. Compleet met kaartjes en een kassa om entree te betalen voor de dieren. Bouw stallen van blokjes of laat de kinderen dat doen.

Zandtafel

  1. Leg hooi, stro, voer en plastic boerderijdieren in de zandtafel (let wel op met allergieen).
  2. Laat het zand in de zandtafel en zet de plastic dieren erin. Laat de kinderen hokken bouwen in het zand met houten blokjes.

Hokken bouwen

  1. Laat de kinderen hokken bouwen in de bouwhoek voor de dieren van de kinderboerderij. Laat ze daarbij goed meten. Een koe heeft een groter hok nodig dan de kip.
  2. Laat de kinderen hokken maken voor de broertjes en zusjes van de geit. Hoeveel hokken kunnen ze in totaal bouwen?

Kleuters

  1. Vul een tas met de plastic dieren: geit, koe, paard, kip, konijn, biggetje, varken, mens. Laat de kinderen kijken in de tas met de dieren. Laat de kinderen nadenken wat de volgorde van de dieren was die voorbij komen in het boek en steeds het juiste dier uit de tas grabbelen zonder te kijken.
  2. Vertel de kinderen dat er gerijmd wordt in het boek. Zet het geitje in het midden van de kring. Leg het papier en de stift ernaast. Schrijf groot het woord ‘geit’ op het vel papier en laat de kinderen woorden bedenken die hierop rijmen. Schrijf de woorden op het vel en teken er de plaatjes bij.
  3. Vertel dat de kinderen dat ze gaan rijmen met de dieren uit het boek.
    Laat de kinderen versjes afmaken.
    Bijvoorbeeld:De koe is …                                                   moe
    Hij moet naar bedje …                                toe
    Het paard heeft een lange …                     baard
    Er ligt een kei in de …                                 wei
    De kip zit op de …                                       wip
    En kijkt een beetje …                                  sip
    Konijn vindt het …                                      fijn
  4. Laat de kinderen zelf versjes verzinnen, zoals de koe is moe en moet naar bedje toe. Het paard heeft wat taart in zijn staart.
  5. Laat de kinderen zinnen bedenken die rijmen op het woord geit. Bijvoorbeeld: de geit loopt met de meid. De geit geeft een poot aan de majesteit. Geit is zijn mama kwijt (leuke verwijzing naar een eerder prentenboek van het jaar ;).
  6. Zet het geitje in de kring. Vertel dat het geitje graag de namen van de dieren wil leren. Hij wil alle klanken van de namen van de dieren van de kinderboerderij horen en daar gaan de kinderen hem bij helpen. Zeg dat jij als leerkracht het voor doet. Hak en plak samen met de kinderen alle dierrennamen uit het boek. Zet ter ondersteuning voor elke klank een blokje neer. g-ei-t krijgt dus vier blokjes.
  7. Laat de kinderen zelf een vlaggenlijn maken voor bij het hok van het geitje. Laat ze een patroon bedenken waarin ze de vlaggenlijn maken.
  8. Maak een patroon met de plastic dieren. Bijvoorbeeld: dier met jong telkens om en om.
  9. Op elke plaat staan verschillende soorten vogels. Je kunt samen praten over de soorten die je ziet.
    Dit zijn:
    Duif, huismus, koolmees, roodborstje, groenling, zwarte kraai, pimpelmees, meeuw, hop, merel, uil, ooievaar.
  10. Er zijn dieren die je op elke bladzijde ziet, zoals de ooievaar, de slak en de vlinder. Praat over hun gedragingen en belevenissen in het boek.
Bee-bot

De bee-bot is een prachtig apparaatje voor kinderen om te leren programmeren.

  1. Zet de plastic boerderij dieren neer in de ruimte. Laat de kinderen de route van Mik lopen met de bee-bot. Eerst naar de koe, dan naar het paard, etc. Eindig met het geitje.
  2. Je kunt de dieren ook op de plastic mat zetten die erbij hoort. Zo kunnen de kinderen het aantal vakken tellen voor de route.
  3. Zet meerdere dieren van de illustraties neer en laat de bee-bot de juiste route langs alle dieren lopen.
  4. Laat de kinderen hokken bouwen voor de dieren en de bee-bot daar omheen rijden.

Nog meer tips

Lied prentenboek van het jaar Hé ga je mee

Nationale voorleesdagen: De krokodil die niet van water hield

Nationale voorleesdagen: De krijtjes staken