Een moeilijk onderwerp, seksualiteit en sociale veiligheid in het onderwijs. Zeker in het speciaal onderwijs speelt dit wel een rol. Hellen doet een oproep om het onderwerp bespreekbaar te maken. 

Vanaf 1 augustus 2015 zijn scholen in het primair- en voortgezet onderwijs verplicht om zorg te dragen voor een veilige school. Daardoor zijn scholen wettelijk verplicht om een actief veiligheidsbeleid te voeren en te monitoren. En er moet een coördinator sociale veiligheid worden aangesteld.

De sociale veiligheid op school

Hoe is het eigenlijk gesteld met de sociale veiligheid op een school voor speciaal onderwijs?!

Laat ik voorop stellen, dat ik mijn eigen ervaring m.b.t. de sociale veiligheid op basisscholen voor speciaal onderwijs, beschrijf. Ik probeer geen statement te maken voor alle basisscholen voor speciaal onderwijs, aangezien ik daar geen zicht op heb.

Ik zie regelmatig dingen gebeuren op het gebied van sociale veiligheid waarvan ik denk dat er meer aandacht aan besteedt moet gaan worden.

De seksuele ontwikkeling

Éen van de aandachtsgebieden is seksualiteit. Een deel van de kinderen in de basisschoolleeftijd maakt een sprong in de seksuele ontwikkeling in groep 7  of 8. Met andere woorden de hormonen beginnen alle kanten op te vliegen. Dat is al lastig voor kinderen waarvan de kalender – en ontwikkelingsleeftijd gelijk is. Er gebeurt zo veel in het lichaam en wat moet je als kind met al die gevoelens. Er verandert ook heel veel,  zoals het krijgen schaamhaar, borsten, erecties, etc.

Verschillen in kalender- en ontwikkelingsleeftijd

Bij kinderen met een verschil tussen kalender- en ontwikkelingsleeftijd kan de seksuele ontwikkeling gelijk lopen aan de kalenderleeftijd. Het kan dan zo zijn dat ze een hormonale sprong maken als ze 10 jaar zijn en dat de ontwikkelingsleeftijd 2,5 jaar is. Een kind van 2,5 jaar is nog erg gericht op de eigen behoeften en kan heel erg de eigen zin willen doordrijven. De wereld draait geheel om het kind. Dat kan problemen met zich mee gaan brengen.

De bloemetjes en de bijtjes

Zodra het kind (bijv. kalenderleeftijd 10 jaar / ontwikkelingsleeftijd 2,5) een dusdanig grote sprong in de ontwikkeling aan het maken is, is seksuele voorlichting noodzakelijk. Dat moet aansluiten bij het niveau van het kind, wat natuurlijk heel ingewikkeld kan zijn. Daar waar je met een peuter over praat (wat mag wel / wat niet etc) is vooral gericht op het aangeven van grenzen en verschillen tussen jongens en meisjes. Dat hangt samen met de belevingswereld van een peuter, het is nog niet heel zinvol om aan een peuter uit te gaan leggen wat seks, menstrueren, zwangerschap, of een soa is.

In gesprek

Met kinderen waarbij de ontwikkelings- en kalenderleeftijd gelijk is, kan het gesprek daar wel over gaan. Zij kunnen vaak benoemen wat zij voelen in hun lichaam. Zij hebben de mentale leeftijd om te kunnen begrijpen hoe een vrouw zwanger kan worden. Ook wat maatschappelijk acceptabel is en hoe belangrijk het is om behoeften uit te kunnen stellen.

Basale gevoelens

Een peuter is heel primair in het uiten van gevoelens, en kunnen nog nauwelijks de behoeftebevrediging uitstellen. Wat ook acceptabel is voor die leeftijd en daar wordt vaak ook rekening mee gehouden.

Het wordt een ander verhaal als een 12 jarig meisje zich hetzelfde als de peuter gedraagt op het gebied van behoeftebevrediging . Zeker een meisje die menstrueert, en volledig fysiek ontwikkeld is. Dan is het gedrag zeer onwenselijk, en maakt het haar kwetsbaar.

De rol van de leerkracht / assistent

Wat is nou eigenlijk de rol van de leerkracht of assistent op het gebied van seksualiteit op school?

Het is als eerste van belang dat een leerkracht / assistent voldoende kennis en inzicht heeft in de algemene seksuele ontwikkeling van een kind. Ik merk dat het een onderwerp is wat snel weggewuifd wordt, en vooral heel erg wordt verkleind. Daarin wordt dan de ontwikkelingsleeftijd als leidraad genomen i.p.v. de kalenderleeftijd. Er wordt meestal vanuit gegaan dat bepaalde gedragingen, zoals bovenop een ander kind liggen op het schoolplein, gewoon kinderlijke manieren van spelen of stoeien zijn. Het gaat hier over bovenbouw kinderen, waarbij de hormonen soms over het schoolplein knallen. En toch wordt het niet als zodanig gesignaleerd.

Op kleuterniveau de seksualiteit benaderen

Ook worden verliefdheden afgekapt, en is de insteek vaak op kleuterniveau, ‘handen bij jezelf’, ‘jullie vinden elkaar lief’ of ‘op school hebben we geen verkering’ en daarmee is het dan klaar.

Zodra een kind een ander kind heeft aangeraakt in de schaamstreek, aan de billen of borsten, wordt er benoemd dat het niet mag en dat het kind wat betast is moet zeggen ‘stop hou op’ . Ze hebben vaak geen idee wat ze dan fout doen, afgezien van dat ze zich niet aan een regel houden.

Zo zijn er ook kinderen die zich terugtrekken in een klimhuisje om elkaar stiekem te knuffelen of om kusjes te geven. Vaak wordt dit niet gezien, en zolang er niemand begint te protesteren, zal het wel goed zijn.

Maar veel kinderen kunnen hun grens niet aangeven, omdat ze die zelf niet weten. Zodra zij worden aangeraakt in de schaamstreek, borsten, of billen en het voelt prettig dan laten ze niet van zich horen. Het ‘stop hou op’ zinnetje is zo geprogrammeerd bij veel kinderen, terwijl sommige echt geen idee hebben wat het inhoudt. Er wordt nauwelijks ingegaan op het écht aangeven en voelen van grenzen, en waarom bepaalde gedragingen niet acceptabel zijn.

Afstemmen & zelfreflectie

Tuurlijk is dat moeilijk. Afgezien van het afstemmen op het niveau van een kind, is het voor velen een gevoelig onderwerp. Een leerkracht / assistent moet zich er prettig bij voelen om het onderwerp seksualiteit open te bespreken in de klas. Door het afkappen verdwijnen de gevoelens niet. De kinderen stoppen daardoor zeker niet met het aanraken van andere kinderen in de schaamstreek, aan de billen of borsten.

De kinderen moeten leren wat grenzen zijn, eigen grenzen en die van een ander. De gevoelens die zij hebben, zijn heel normaal. Afkappen maakt dat het gevoel alleen maar groter wordt. Ze moeten daarin begeleid worden, want hoe moeten ze anders leren wat wel of niet acceptabel is.

Ouderparticipatie

Daarin is het van belang om ouders te betrekken. Hoe staan zij erin, wat zien zij thuis en hoe reageren ze? Wat vinden ouders belangrijk en wat vindt de leerkracht belangrijk? Op die manier kan er dan samen gezorgd worden voor een adequate begeleiding van kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Een pasklaar plan is er (nog) niet, dus zal seksualiteit bij elk kind bewust besproken moeten gaan worden met ouders.

Durf je over seksualiteit te praten?!

Stap 1 is in mijn ogen kennis verbreden en nagaan wat jouw eigen normen en waarden zijn. Op welke manier neem je die mee naar school? Wat zijn jouw grenzen, en wat vind je belangrijk? Dit heeft namelijk een zeer grote invloed op de kijk naar kinderen en of iemand het onderwerp seksualiteit kan of wil bespreken.

De school is verantwoordelijk voor het opstellen van een eenduidige werkwijze. De leerkracht / assistent is verantwoordelijk voor de uitvoering. Een eenduidige werkwijze kan alleen tot stand komen als er openlijk gepraat wordt over seksualiteit, en over eigen normen en waarden.