Deze week was ik bij de standaardbepaling van Kleuter in beeld. Wat deed ik daar? Hoe zit het nieuwe observatie-instrument in elkaar? En ik geef antwoord op jullie vragen in het blog. 

Standaardbepaling Kleuter in beeld

Deze week was ik uitgenodigd om mee te denken over Kleuter in beeld tijdens de standaardbepaling. Het doel van deze bijeenkomst was om samen met andere onderwijsprofessionals te bepalen, voor de verschillende taalaspecten, wat doorgaans gezien wordt bij een kleuter eind groep 1 en eind groep 2. Het gemiddelde van onze grenzen hiervoor wordt (samen met andere data) gebruikt om een standaard te bepalen. Geen vergelijkingen met andere kleuters in Nederland dus, maar wel een standaard om te bepalen of ze bepaalde leerlijnen halen, of dat ze eronder of boven zitten.

Ik dacht mee voor net op de leerlijn of net onder eind groep 2. Maar voordat ik daar wat meer over kan vertellen, leg ik eerst uit hoe ver Kleuter in beeld is.

Ontwikkelen van een observatie-instrument

Want naast dat ik het interessant vond om eens op het kantoor van Cito rond te lopen, heb ik ook een inkijkje gekregen in hoe zo’n observatie-instrument ontwikkeld wordt. Daar gaat nogal wat tijd overheen met onderzoek, ontwikkelen, checken bij expertgroepen en screening op scholen. Al in 2013 is Cito begonnen met veldbijeenkomsten om te onderzoeken wat het veld nodig heeft om daarna het ontwikkelproces in te kunnen gaan.

In het najaar van 2019 komt Kleuter in beeld taal uit.
Volgend jaar Kleuter in beeld rekenen.
De intentie is om daarna motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling te integreren of uit te brengen.

Waarom observatie-instrument?

De vraag voor een nieuw observatie-instrument kwam vanuit het veld, wij als leerkrachten vroegen er naar, maar ook directies en IB’ers. In plaats van de kleutertoetsen die afgeschaft zijn, is men op zoek naar een observatiesysteem waarin de ontwikkeling van de kleuters goed gevolgd wordt.

Verplicht door OCW

Ook OCW wil een objectieve manier om kinderen te kunnen volgen. Vanaf 1 januari 2021 mag dit niet meer met (schoolse) kleutertoetsen maar moet dit wel met een observatie-instrument. Op de site van Expertgroep Toetsen PO lezen we het volgende:

Deze instrumenten moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. De observatie-instrumenten dienen genormeerd te zijn en inhoudelijke, diagnostische informatie op te leveren over de ontwikkeling van een kleuter. Daarnaast dienen zij goedgekeurd te zijn door de Expertgroep PO.

Cito werkt er hard aan om zo’n instrument te ontwikkelen.

Samen met het veld

Kleuter in beeld komt tot stand door co-creatie: experts, maar ook zeker met het veld. Wij als leerkrachten (en IB’ers en directies) kunnen meedenken met de ontwikkeling van het instrument, maar ook dus de standaardbepaling waar ik aan mee heb gewerkt.

Kennis voor ontwikkeling

De kennis, ervaring en wensen van het veld werden meegenomen en de uitdaging voor de ontwikkelaars is om hier een goed evenwicht te vinden tussen dat wat het veld wil, de inhoud en de psychometrie.

Leerlijnen

Kleuter in beeld is gebaseerd op de meest recente leerlijnen, waaronder die van SLO. Ik heb tijdens de bijeenkomst gevraagd of hier nog wijzigingen op komen. Bijvoorbeeld door curriculum.nu of door nieuwe inzichten in (onderwijs)onderzoek of vanuit de kennis over de ontwikkeling. Er was toevallig iemand van SLO aanwezig en zij verwacht geen wijzigingen op de leerlijnen. Kleuter in beeld gaat hier dus vanuit.

Niet vanuit de leeftijd

In mijn vorige blog over Kleuter in beeld vroeg ik me al af of ik de leerlijnen ook naast de leeftijd kan leggen. Dat is helaas niet zo. Alleen de leerlijnen zijn nu ontwikkeld in het instrument, niet de leeftijd. Je krijgt straks inzicht in waar het kind staat in de leerlijn en de rapportage laat je zien of dit naar verwachting is. Maar als kijken vanuit de leeftijd van het kind een wens is uit het veld, kan het wel ontwikkeld worden.

Kleuter in beeld leerkrachtroute of kindroute

De meeste vragen tijdens de standaardbepaling gingen over het verschil tussen de leerkrachtroute of de kindroute. Voor de standaardbepaling keken we naar de opdrachten en observatiepunten voor de kindroute.

De leerkrachtroute zou ik in mijn praktijk inzetten: dit is voor kleuterleerkrachten met ervaring die wel weten op welk niveau de kinderen zitten. Het kind hoeft dan niks te doen en de leerkracht vult digitaal een observatielijst in op basis van het beeld dat hij of zij al van het kind heeft (= indirecte observatie).

Bij de kindroute staat het kind centraal: per domein zijn er opdrachtjes (papier of digitaal) óf activiteiten die je samen met het kind doet waarbij je als leerkracht observeert. Het grote verschil met de kleutertoetsen: het is individueel, niet bedoeld voor hele klas of alle domeinen én leidt dus niet tot A-E of I-V rapportage. Opdrachtenboekjes worden dus niet in een schoolse setting gemaakt.

De opdrachtboekjes zijn heel erg veranderd ten opzichte van de CITO toetsen. Speelser en makkelijker uit te leggen in het gebruik. Ook kun je het weer digitaal afnemen. Ik zou niet zo snel kiezen voor een opdrachtboekje, omdat ik niet zo van werken in het platte vlak houd bij kleuters. Maar vanuit het veld was hier wel vraag naar begreep ik.

Je kunt ook observaties doen tijdens bijvoorbeeld een gesprek waar je concreet materiaal bij kunt gebruiken. De observaties tijdens het gesprek zijn al veel speelser. Ook dit is vast heel fijn voor startende leerkrachten, zodat je weet hoe je zo’n activiteit kunt inzetten en kunt kijken wat een kind kan. De opdrachten doe ik zelf al veel in de praktijk, dus ik heb zo’n kindroute waarschijnlijk niet nodig om de kinderen goed in beeld te brengen.

De standaardbepaling Kleuter in beeld

Ik mocht dus meewerken aan het bepalen van de grens door bij alle opdrachten en observatiepunten bij de activiteiten te oordelen of een kind eind groep 1 en eind groep 2 dit wel of niet zou kunnen. Ik mocht grenzen voor beginnende geletterdheid aangeven bij de subdomeinen oriëntatie op geschreven taal, oriëntatie op boek en verhaal, receptieve letterkennis en fonologisch bewustzijn.

Het was heel interessant om de grenzen voor een risicoleerling eind groep 2 te bedenken. En ook best moeilijk: want wat vindt zo’n leerling nou lastig? Geen objectieve mening, maar daarom was de discussie over opvallende zaken tussen de deelnemers ook zo interessant. Soms werden de gegevens uit het kwaliteitsonderzoek erbij gepakt.

Door de mening van experts, leerkrachten en intern begeleiders erbij te betrekken en dit naast leerlijnen en psychometrische gegevens te leggen, kunnen er toch objectieve standaarden bepaald worden die zijn gebaseerd op inhoud. Het is bij dit nieuwe instrument dan ook expliciet niet meer de bedoeling om een normering te maken door kinderen met elkaar te vergelijken (bijv. A t/m E), zoals eerder bij de toetsen gebeurde.

Opdrachtboekjes en observatie activiteiten

We konden zowel opdrachtboekjes scoren als observatie activiteiten. Ik scoorde vooral op oriëntatie op boek en verhaal een stuk hoger dan de rest van de groep. Hier komt natuurlijk een mooi gemiddelde uit, maar wel interessant om te zien. Alles staat en valt met het aanbod van de leerkracht en ik denk dat ik hier veel in doe en dus ook veel van de kinderen uit mijn klas mag verwachten.

Inzicht in leerlijnen

Door mee te doen aan de standaardbepaling en door het observatie-instrument krijg je heel goed inzicht in de leerlijnen. En dat is natuurlijk van essentieel belang voor je aanbod in de klas.

Op de hoogte blijven

Kleuter in beeld is nog volledig in ontwikkeling en de onderdelen rekenen en wellicht sociaal-emotioneel komen pas later aan bod. Ik raad je dan ook aan om op de hoogte te blijven van het proces door naar een regiobijeenkomst te gaan of je in te schrijven voor de nieuwsbrief. Je kunt ook nog meedenken met de standaardbepaling van 12 juni.

Dit is een #jufmaikeadd