(Door Willemijn) In een eerder artikel heb ik jullie al uitgelegd wat taal is. Deze keer ga ik het hebben over taalverwerving. In deze blog zal ik mij voornamelijk richten op het verwerven van de moedertaal. In het volgende artikel ga ik in op de verwerving van de tweede taal. 

Fasen van taalverwerving

Alle kinderen doorlopen vier fasen van taalverwerving. Bij het ene kind gaat een fase wat sneller dan bij een ander kind. Elk kind doorloopt de fasen op ongeveer dezelfde wijze. Wanneer het kind als vierjarige op school komt, zijn de fasen meestal nog niet allemaal doorlopen.

Lees ook: WAT IS TAAL?

In de eerste fase, de prelinguale periode, is er nog niet echt sprake van taal. Zoals de naam al doet vermoeden gaat het om het proces vóór de taal. In deze fase wordt veel met klanken gespeeld, gehuild en gebrabbeld.

In de tweede fase, de vroeglinguale periode, ontdekt het kind steeds meer woorden en hoe je deze uitspreekt. Het kind wijst bijvoorbeeld naar een object en kan het benoemen. Het is bezig met voorwerpen te koppelen aan woorden, dit gebeurt heel veel met aanwijzen. In deze fase zijn kinderen ook heel druk met luisteren en imiteren. Ook zullen kinderen beginnen met hun eerste zinnen. Dit zijn eerst eenwoordzinnen, daarna twee- en meerwoordzinnen.

De derde fase, de differentiatie fase, is de fase waarbij de kinderen hun taal uitbreiden. Ze leren nieuwe woorden en leggen connecties tussen de nieuwe woorden en de woorden die ze al kennen. In deze fase worden bijvoorbeeld ook nog veel fouten gemaakt in de werkwoordsvervoegingen, dit komt omdat ze de taal nog aan het ontdekken en leren zijn.

De voltooiingsfase is de laatste fase. Kinderen beginnen aan deze fase als ze tussen de 5 en 9 jaar oud zijn. In deze fase wordt vooral de grammatica verder ontwikkeld. Er is geen einde aan deze fase. Na de voltooiingsfase stopt de taalverwerving niet. Juist in deze laatste fase is het belangrijk dat kinderen via goed taalonderwijs de taal correct leren. De grootte van de woordenschat verschilt per kind. Gelukkig proberen veel taalmethodes deze woordenschat te vergroten. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen de woordbouw en zinsbouw leren.

Lees ook: 8 KEER WAT JE KIND LEERT VAN VOORLEZEN

van pixabay.com

foto van pixabay.com

Verschillen bij kinderen

Eerder noemde ik dat taalverwerving voor alle kinderen ongeveer gelijk verloopt, dat klopt in eerste instantie. De verschillen zitten in de pragmatiek en woordenschat. Welke woorden gebruikt een kind en op welke manier? Daar zit het verschil in. “Het is hier ontzettend warm.” ,“K*t, wat is het hier heet!” en “Het is hier heel warm.” zijn taalkundig hetzelfde. Het verschil zit hem in het taalgebruik. In het onderwijs is het belangrijk dat de leerkracht hierop inspeelt. De leerkracht moet aansluiten bij het taalgebruik van de kinderen, veel communiceren en veel taal aanbieden. Daarnaast hebben alle kinderen feedback nodig op hun taalgebruik.

Een heel groot gedeelte van de taalverwerving vindt thuis plaats. Het is dan ook belangrijk om een taalrijke omgeving aan te bieden. Er zijn boeken beschikbaar voor kinderen van alle leeftijden. Lees samen een boek, lees een boek voor of laat het kind zelf een boek lezen. De taal die in boeken wordt gebruikt, is vaak anders dan de taal die ouders tegen hun kind spreken. Op deze manier krijgen kinderen verschillende soorten taal aangeboden. Voor ouders met niet veel geld om boeken te kopen zijn er verschillende initiatieven. Zo zijn er Kinderzwerfboeken stations en hebben mensen een mini-bieb. Bij sommige bibliotheken kunnen kinderen gratis lid worden. Er zijn dus meerdere mogelijkheden om gratis aan boeken te komen. Dit is alleen maar voordelig!

Lees ook: HOE JE JE KIND THUIS AAN HET LEZEN KRIJGT. TIPS PER LEEFTIJDSCATEGORIE

Lezen jullie veel voor thuis? of op school?

Bronnen

Bovenstaande informatie heb ik gehaald uit het boek Portaal van Harry Paus.

Uitgelichte foto: Shutterstock

Lees vorig bericht:
BEST GELEZEN BLOGS VAN 2017
Juf Maike nieuws!

Al weken loop ik met een geheimpje rond. En nu kan ik het eindelijk tegen jullie zeggen! 

Sluiten