Het circus is in de school! Compleet met circusdirecteuren, clowns, acrobaten, goochelaars, muzikanten, kaartjesverkopers, aapjes, leeuwen, olifanten. Voor kinderen een fantastische ervaring. Hooggeëerd publiek; ik presenteer u: het thema circus!

Knutselen/taalactiviteiten
Een circusvoorstelling heeft verschillende knutsels nodig.

  • Je kunt uitnodiging voor de voorstelling maken. Laat de kinderen zelf zinnen bedenken die ze erop willen schrijven. Kinderen die al kunnen lezen kunnen zelf een uitnodiging maken en zelfstandig de zinnen erop schrijven.
  • Voor de aankondiging moeten er posters gemaakt worden. Laat alle kinderen een onderdeel kiezen dat ze op een poster gaan schilderen. Bijvoorbeeld op een poster een leeuw, op een andere poster een clown, etc. Laat de kinderen ook hier weer zelf zinnen schrijven (samen met jou of zelfstandig) voor de uitnodiging of de presentatielijst (wie komt na wie).
  • Maskers maken. Op internet vind je allerlei soorten maskers. Laat de kinderen bijvoorbeeld een masker van een dier maken, als ze dat op de voorstelling willen spelen.
  • Laat de kinderen elkaar schminken. Maak er een kleine kring van, zodat je goed kunt aansturen. Geef voorbeeldjes, bijvoorbeeld een clown. Maak het makkelijk door ze alleen iets op de wang te laten tekenen.
  • Laat de kinderen een circustent ontwerpen. Dat kan bijvoorbeeld door op het schilderpapier in de verfhoek alvast een tent voor de kinderen te tekenen. Teken hier dan ook de strepen in die een circustent heeft.
  • Hang in de klas alle letters op die de kinderen voor groep 3 moeten kennen, de lettermuur. Laat de kinderen per thema woorden kiezen die ze willen schrijven en waar ze een tekening bij willen maken. Als je de woorden van het thema op een woordmuur hebt hangen, kunnen de kinderen ook die woorden gebruiken.
Taalontwikkeling/buitenactiviteit
Teken buiten op de speelplaats een aantal vakken met een letter erin. Het is de bedoeling dat de kinderen kunstjes doen van het circus in dat vak. Het kunstje moet dan wel met die letter beginnen.
De kinderen hebben zelf nog bedacht:
teken een vak met een cijfer erin. In dat vak moet je dan zoveel keer als het cijfer een bepaald trucje doen. Bijvoorbeeld 20 keer hinkelen.
Goochelen
Op proefjes.nl vind je allerlei proefjes die je ook als goocheltrucjes kan uitvoeren. Bijvoorbeeld met een magneet onder de tafel en daardoor een punaise laten dansen over tafel.

Truc met dagritmekaarten
– De waarzegster:
Pak een bol, het liefste van glas of plastic. Sla een groot doek om je schouders. De bol staat in het midden van de kring.
Je hebt alle kaarten van het dagritme voor je liggen. Je vertelt dat je de toekomst kan voorspellen met de bol. De eerste paar kaarten doe je zelf voor. Maar dan ineens wordt het beeld wazig en moeten de kinderen mee denken en voorspellen wat ze allemaal gaan doen die dag. De kinderen mogen het hierna een paar keer zelf ervaren. Geef de bol en het doek ook een mooi plekje in de huishoek.
– De goochelaar
Er is een boef langs geweest bij het circus en hij heeft zo alle kaartjes van het dagritme door elkaar gegooid. Nu moet de goochelaar ze allemaal weer terug toveren met een toverspreuk. Geef de goochelaar een mooie cape en een hoge hoed. Laat de andere kinderen in de kring helpen bij het terug toveren.

Drama

  • Schimmenspel: welke figuren kun je maken met je handen? Hoort ook bij het goochelen. Nodig: groot doek met een lamp erachter.
  • Het publiek van het circus naspelen. Welke emoties komen voorbij?
  • De voorstelling naspelen in stukjes. Hoe bewegen de clowns zich? Hoe presenteer je als circusdirecteur? Etc.
 Trucjes oefenen voor de voorstelling (dramales)

Begin:
We lopen allemaal als onderdelen van het circus door elkaar.
Als ik een ander onderdeel roep, lopen we als dat onderdeel.
Voorbeelden: clown, accrobaat, circusdirecteur, apen, leeuwen, olifanten. Laat de kinderen ook de types aan elkaar zien. Hoe loop je eigenlijk als circusdirecteur?
Midden:
Trucjes oefenen. We doen elkaar na.
Ik begin met voordoen, de kinderen doen het na.
Hinkelen, huppelen, over een touw lopen, in de hoepels springen, de hoepels laten ronddraaien om je buik. Op elkaar stapelen als menselijk bouwwerk.
Daarna doen we een paar kinderen na.
In groepjes trucjes oefenen. Elk groepje krijgt een attribuut waarmee ze trucjes mogen oefenen.
Even stilleggen om ernaar te kijken. Ik geef alle groepjes een tip, bijvoorbeeld de hoepelkinderen kunnen ‘dieren’ door de hoepel laten springen.
De kinderen spelen zelf de dieren en de dierentemmers. Wellicht kan ook een groepje de andere kinderen presenteren?

Eind:
We presenteren de trucjes aan elkaar en wellicht ook bij de voorstelling.

Rekenen

  • Kaartjes maken voor de voorstelling en deze verkopen. Het bedrag moet er dus ook op. Speel het kaartjes kopen ook na. Hoeveel kost het als je meerdere kaartjes koopt? En hoeveel moet je dan terug geven?
  • Geld maken voor het betalen van het circus.
Huishoek
  • Kassa om het circus te betalen met een echte kaartjesverkoper.
  • Allemaal dozen met knuffels erin: de dieren van het circus; hoe verzorg je ze?
  • Een ruimte en attributen om allerlei trucjes te oefenen en te ontdekken. Bijvoorbeeld met een touw om over te lopen en attributen voor de proefjes. Hoepels om rond te draaien om je buik of pols, om erin te springen (parcours) of om er doorheen te springen als dier.

Werkblad

Memory van circusfoto’s 

Werkblad circus, wat hoort bij elkaar?

Begrijpend lezen werkblad voor kinderen die al kunnen lezen

Prentenboek circus