Beginnende geletterdheid is belangrijk in het onderwijs aan de onderbouw. De kinderen doen letterkennis op en maken een begin met het lezen van de letters. Belangrijk om de stof van groep 3 aan te kunnen. Hier vind je lestips voor de beginnende geletterdheid bij het thema groot en klein, dieren. De activiteiten zijn opgedeeld in de leerlijnen voor groep 1/2. Thema groot en klein, lente: beginnende geletterdheid

Doel: Letterklanken herkennen

  • Kunnen de kinderen nieuwe namen verzinnen voor de dieren? Laat de namen allemaal met dezelfde letter beginnen. Bijvoorbeeld alleen namen met een e.
  • Laat de kinderen allerlei dieren noemen met een beginletter. Bijvoorbeeld alleen dieren met een t. Laat de kinderen een tekening maken van alle dieren die met die letter beginnen. Schrijf (of laat de leerling het schrijven) de grote letter op het blad en laat de kinderen de dieren eromheen tekenen.
  • Laat de kinderen de letter die je hebt aangeleerd op de grond leggen met kuikentjes, eitjes, of dieren. Kunnen ze ook een woord schrijven met de eitjes?
  • Laat de kinderen met stoepkrijt hun lievelingsdier tekenen op het plein. Schrijf samen met hen de naam van het dier erbij. Benoem daarbij goed de verschillende letters.
  • Verzamel alle dieren met de letter die je net hebt aangeleerd. Leg ze allen in het midden van de kring. Benoem goed de beginletter en het dier zelf.
  • Maak de aangeleerde letter met het poep van de dieren. Maak dit dan bijvoorbeeld met een papje van ontbijtkoek of met dropjes (keuteltjes).

Doel: Kunnen benoemen van de eerste klank in een woord als het woord door de leerkracht wordt ontleed in klanken (k-l-a-s). De eerste letter is k. Auditieve discriminatie 

  • Kunnen de kinderen nieuwe namen verzinnen voor de dieren? Laat de namen allemaal met dezelfde letter beginnen. Bijvoorbeeld alleen namen met een e.
  • Laat de kinderen allerlei dieren noemen met een beginletter. Bijvoorbeeld alleen dieren met een t. Laat de kinderen een tekening maken van alle dieren die met die letter beginnen. Schrijf (of laat de leerling het schrijven) de grote letter op het blad en laat de kinderen de dieren eromheen tekenen.
  • Verzamel allerlei dieren in de kring. Hak de namen van de dieren met de klas. Oefen daarbij de beginletter.

Doel: Klankzuivere woorden ontleden, m-k-m –woorden, m-m-k-m of m-k-m-m. Hakken met de hand op de tafel van links naar rechts

  • Hak en plak de verschillende dierennamen. Oefen verschillende namen en begin bij de m-k-m-woorden, zoals m-ie-r. Maak het steeds een stukje moeilijker. 
  • Laat de kinderen andere namen verzinnen voor de dieren. Hak en plak deze dieren samen.

Doel: Positie van een letter in een woord oefenen. (de leerkracht ontleedt het woord) K-l-a-s. Wat is de laatste letter? De middelste letter? Auditieve discriminatie

  • Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van een dier. Weten de kinderen welk dier je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord mier, het woord moer. Welk dier wordt bedoeld?
  • Voeg twee dieren samen, schrijf de namen achter elkaar op en laat de kinderen de klanken ontleden. Teken dan het nieuwe dier samen. Welke dieren willen de kinderen samen voegen? Laat ze dit dier samen tekenen. Schrijf samen met hen de klanken ervan op.
  • Weten de kinderen nog dat ze baby waren? En weten ze nog hoe ze vroeger woorden op een gekke manier uitspraken? Hoe gingen die woorden dan? En hoe moet het dan wel? Welke letters horen er nog bij?
  • Verzamel allerlei dieren in de kring. Hak de namen van de dieren met de klas. Oefen daarbij de positie van de verschillende letters.

Doel: Bewustwording van onderscheid tussen letters, woorden, en zinnen.

  • Voeg twee dieren samen, schrijf de namen achter elkaar op en laat de kinderen de klanken ontleden. Teken dan het nieuwe dier samen. Welke dieren willen de kinderen samen voegen? Laat ze dit dier samen tekenen. Schrijf samen met hen de klanken ervan op.
  • Weten de kinderen nog dat ze baby waren? En weten ze nog hoe ze vroeger woorden op een gekke manier uitspraken? Hoe gingen die woorden dan? En hoe moet het dan wel? Welke letters horen er nog bij?
  • Je kunt ook samen op de lettergrepen het dier nadoen. Stamp door de ruimte als een olifant op o-li-fant.
  • Zinnen met dieren splitsen in letters, woorden en zinnen.
  • Schrijf samen met de klas een zin over de dierentuin op. Hang deze op en hang het woord -de zin- erboven. Schrijf de zin nogmaals op en knip nu alle woorden los. Hang ook die op met -de woorden- erboven. Schrijf nog een keer de zin en knip alle letters op. Hang ook op met -de letters- erboven.

Doel: Rijmen

  • Rijm met de dierennamen. Begin bij de makkelijke, m-k-m-woorden. Maak de rijmwoorden steeds moeilijker. Rijmt de naam van een kind in de klas op een dier? 
  • Zoek plaatjes van dierennamen die op elkaar rijmen. Geef elk kind een kaartje met het dier erop. Laat de kinderen rondlopen en hun rijmdier zoeken. Wissel een aantal keer van kaartjes.

Kijk voor lestips bij dit thema voor rekenen op thema groot en klein rekenen. Voor meer lestips en leuke prentenboeken over dieren kijk je op lessenserie vlinders. Op lestips bij ‘De allereerste zoen’. En bij lestips ‘De allergrootste, de gevaarlijkste en andere bijzondere dieren’.