Tijd om een nieuwe thema voor te bereiden! Wij beginnen na de vakantie gelijk met thema winter. Nu nog hopen dat het weer ook mee gaat werken, kom maar op met die sneeuw. 

Thema winter

Opening

Wij spelen zelf regelmatig een boek na tijdens de opening.Kikker in de kou leent zich er goed voor om uit te spelen. Kikker vriest bijna dood in de winter en zijn vrienden helpen hem opwarmen. Er komt ijs voorbij in het boek, sneeuw en de kou natuurlijk. Aan het einde van het boek is de lente er, een aanleiding om over de seizoenen te praten.

Taal

  • Leg allerlei voorwerpen in de kring die met de winter te maken hebben. Schaatsen, dassen, mutsen, handschoenen en eventueel ook ijsklontjes. Laat de kinderen vertellen hoe de voorwerpen heten en waarvoor je ze gebruikt.
  • Gebruik dezelfde voorwerpen uit bovenstaand voorbeeld. Laat de kinderen een voorwerp pakken en er een zin bij benoemen.
  • Laat de kinderen een verhaaltje maken met de voorwerpen in de kring, schrijf dit verhaal op en lees het voor in de kring (bijvoorbeeld tijdens het fruit eten).
  • Hebben de kinderen wel eens geschaatst? Zijn ze wel eens op wintersport geweest? Hoe ging het daar en wat moesten ze doen?
  • Maak een woordweb met de kinderen in het thema winter. Zoek er samen plaatjes bij op de computer/digibord en plak deze erbij.
  • Rijm op allerlei woorden die bij de winter horen. Rijm bijvoorbeeld op sneeuw en ijs. Schrijf deze woorden op een vel en teken er de plaatjes bij.

Beginnende geletterdheid

Doel: Letterklanken herkennen

1. Laat de kinderen woorden die de winter te maken hebben bedenken. Laat ze allerlei woorden bedenken met een bepaalde beginletter. Bijvoorbeeld de s van sneeuw. Je kunt hier een woordspin met plaatjes van maken.

2. Laat de kinderen zoveel mogelijk woorden uit de winter opnoemen. Schrijf deze op en omcirkel de eerste letter van de woorden. Je kunt ze ook clusteren onder een bepaalde letter.

3. Als je een letter van de week hebt, kun je de kinderen deze letter laten leggen van ijsklontjes.

4. Verzamel allerlei spullen die met het thema winter te maken hebben. Maak samen met de kinderen groepjes van deze spullen met de beginletters.

Doel: Positie van een letter in een woord oefenen. (de leerkracht ontleedt het woord) K-l-a-s. Wat is de laatste letter? De middelste letter? Auditieve discriminatie

  • Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van spullen van de winter. Weten de kinderen welk woord je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord as, in plaats van ijs. Welk woord wordt bedoeld? En welke letter is veranderd?
  • Verzamel allerlei spullen die met de winter te maken hebben in de kring. Hak de woorden van de attributen met de klas. Oefen daarbij de positie van de verschillende letters.

Rekenen

Doel: Voorwerpen ordenen op basis van kenmerken: groot-klein, hoog-laag, meer-minder, dun-dik, smal-breed

  • Gebruik de voorwerpen die over de winter gaan uit het voorbeeld bij taal. Maak allerlei groepjes met de kinderen in de kring. Grote en kleine voorwerpen, hoge en lage, meer en minder, dunne en dikke voorwerpen en smalle en brede.
  • Welke eigenschappen en overeenkomsten kunnen de kinderen nog meer bedenken met de voorwerpen? Laat ze het in die groepjes leggen.

Doel: Vooruit- en terugtellen vanaf verschillende startpunten t/m 20

  • Leg de voorwerpen van de kring op een rij. Tel deze met de kinderen vanaf verschillende startpunten.
  • Leg allerlei plaatjes van het thema winter op een rij. Tel deze vanaf verschillende startpunten. Je kunt hier de getallen bij leggen, voor het getalbegrip.
  • Leg een cijfer neer en laat de kinderen het juiste aantal ijsklontjes erbij leggen.

Doel: Koppelen van hoeveelheid aan hoeveelheid (leeftijd aan vingers, rondjes aan knikkers etc) en de cijfers

  • Maak groepjes van verschillende aantallen van de spullen van thema winter. Laat de kinderen de juiste cijfers bij de aantallen leggen.
  • Geef de kinderen allemaal een aantal attributen van het thema. Laat ze iemand zoeken die 1 meer of 1 juist 1 minder heeft. Je kunt ze ook een cijfer vertellen of geven dat ze moeten zoeken.

Hoeken

Huishoek

1. Maak een iglo tent van een oud laken en hang die op in de huishoek.
2. Leg dikke jassen, sjaals, mutsen en handschoenen in de huishoek en laat de kinderen daar mee spelen.
3. Zorg voor ski’s en skipakken. Maak een helling met een bank uit het speellokaal. Laat de kinderen van de ‘helling’ af glijden.

Poppenhuis

Leg wattenbolletjes neer bij de poppetjes in het poppenhuis. Hier kunnen de kinderen bijvoorbeeld sneeuwballen mee gooien.

Rekenhoek

1. Zorg voor een plastic bakjes. Leg hier ijsklontjes in en laat de kinderen wegen met de balans.
2. Zorg voor allerlei sjaals in verschillende lengte. De kinderen leggen deze op volgorde van kort naar lang.
3. Leg allerlei verschillende wanten bij elkaar. De kinderen zoeken de juiste wanten bij elkaar.
4. Zorg voor verschillende soorten sokken. Laat de kinderen de sokken sorteren.
5. Leg zomer- en winterkleding bij elkaar. Laat de kinderen de kleding sorteren.

Bouwhoek

Laat de kinderen iglo’s bouwen met suikerklontjes.

Extra

Sneeuw maken

Maak zelf sneeuw met maïzena en scheerschuim.

Pindaslinger

Laat de kinderen een patroon maken met een pindaslinger.

Leren met ijs

De kinderen kunnen ook veel leren met ijs.

Meer tips?

Tips voor een creatieve activiteit en spelen met de sneeuw die buiten ligt.

Veel winterpret!