Door Judith. In iedere klas zitten wel leerlingen die hun werk niet op tijd af hebben, of die moeite hebben met de organisatie van hun huiswerk en hun timemanagement. Vaak zijn dit de leerlingen die moeite hebben met de executieve functie flexibiliteit. Welke problemen hebben deze leerlingen precies en hoe kun je deze leerlingen op school helpen?

Timemanagement- Executieve functies

Executieve functies

Onze executieve functies maken het mogelijk om efficiënt en effectief te werken. Dit doen ze door onze emoties te reguleren en ons gedrag te monitoren. Er zijn twee verschillende soorten executieve functies. De eerste soort zijn denkvaardigheden die ons helpen een doel te bepalen en te bepalen. Daarbij bepalen ze ook hoe dit doel gehaald kan worden.

In vorige blogs zijn er al meerdere executieve functies beschreven, de denkvaardigheden:

Vervolgens zijn er echter ook andere executieve functies nodig. Deze executieve functies helpen ons om het gedrag te sturen of aan te passen. Hierover verschenen de volgende blogs:

Als leerkracht mogen wij geen onderzoeken naar executieve functies afnemen. Vaak wordt door een bevoegd onderzoeker de BRIEF afgenomen. Als leerkracht mag je wel de BRIEF screener gebruiken. Ook zijn er een aantal boeken (de boeken van Peg Dawson en Richard Guare) waarin handige scoorlijstjes zitten waarmee je duidelijkheid krijgt welke executieve functie van de leerling minder goed is ontwikkeld.

Wat is timemanagement?

Timemanagement is de vaardigheid om de tijd in te kunnen schatten die je voor een taak nodig hebt en tijd te kunnen verdelen over diverse opdrachten die je moet doen. Ook is het de vaardigheid om om te gaan met deadlines en het inplannen van werkzaamheden tot deze deadline, zoals een boekbespreking, spreekbeurt, werkstuk of het leren van een (uitgebreide) toets.

Welke problemen hebben leerlingen die moeite hebben met de executieve functie timemanagement?

In de groep vallen leerlingen die problemen hebben met timemanagement vaak op doordat ze niet op tijd klaar zijn met hun werk. Ze lijken het dagelijkse rooster nooit te kennen. Ook onderschatten ze vaak de tijd die ze voor een opdracht nodig hebben. Deze leerlingen vinden het vaak ook moeilijk om van de ene activiteit naar de andere activiteit te gaan. Op het plein zijn dit vaak de leerlingen die na de bel niet direct in de rij komen staan. Ook zijn dit de bovenbouw leerlingen die vaak te laat komen.

Wat mag je van een leerling verwachten?

Bij jonge kinderen is de volwassen ouder diegene die de tijd in de gaten moet houden. Wel kan de volwassene het kind aansporen om de jassen en tassen van de gang te halen binnen een bepaalde tijd (bijvoorbeeld met de time-timer). Als volwassene help je een kind zo om gevoel voor tijd te ontwikkelen. In de onderbouw moeten leerlingen leren binnen een bepaalde tijd een activiteit te doen (aangegeven met de time-timer). Denk hierbij aan lunchen op school, een werkje afmaken e.d. Leerlingen in de middenbouw beginnen te voelen wanneer ze in tijdnood komen en kunnen dan een taak sneller afronden door harder door te werken. De meeste kinderen leren in groep vier klokkijken. Deze vaardigheid helpt kinderen om het timemanagement te ontwikkelen. Ze hebben dan meer zicht op hoe lang een minuut duurt.

In de bovenbouw zou een kind moeten kunnen bedenken hoeveel tijd nodig is om een taak af te maken. Daarnaast zou het kind een huiswerkplanning moeten kunnen aanpassen aan andere activiteiten (zoals sport of feestjes) en een lange termijn project moeten kunnen inplannen, zoals een boekbespreking of een weektaak.

Lees meer op de site van SLO

Ondersteunen van leerlingen met problemen bij timemanagement en timemanagement trainen

  1. Het begint vaak met het aanleren van bepaalde vaste dingen op vaste momenten, zoals in deze tijd het Sinterklaasjournaal om 18.00 uur of het avondeten om deze tijd. Dit kunnen kleuters ook al vrij snel door hebben wanneer er gebruik gemaakt wordt van een duidelijke klok met voor het kind leesbare cijfers (dus geen Romeinse cijfers of streepjes). Het helpt dan ook om gebruik te maken van vaste tijdstippen voor terugkerende activiteiten.

2. Kondig als leerkracht aan hoe lang een taak gaat duren. Help deze leerlingen door de time-timer op je (digi)bord te gebruiken. Op deze manier is het voor de leerlingen zichtbaar hoe de tijd langzaam voorbijgaat en hoeveel tijd de leerling nog heeft om zijn of haar taak af te maken.

3. Daarnaast helpt het om het dagritme op te hangen in de klas en gebeurtenissen die al zijn geweest door te strepen of met een pijl mee te wijzen waar jullie nu zijn in de dagplanning. Op deze manier is voor de leerlingen ook duidelijk hoe de tijd verstrijkt en wat er allemaal nog gaat gebeuren voordat de schooldag voorbij gaat. Op die manier krijgt de leerling ook meer begrip en houvast in het begrip tijd.

4. Plan met leerlingen samen. Laat tijdens dit plannen de leerling inschatten hoe lang hij of zij over een afgebakende taak gaat doen. Help de leerling om grote klussen (zoals een werkstuk) op te delen in kleine stukken, en kies voor ieder stuk gezamenlijk een deadline. Dit kan door als leerkracht een aantal momenten te prikken waarop een hoofdstuk af moet zijn.

Bronnen en leestips

Dawson, P & Guare R. (2019) Executieve functies bij kinderen en adolecenten. Een praktische gids voor diagnostiek en interventie. Amsterdam: Hogefre

Dawson, P & Guare R. (2009) Slim maar…… Help kinderen kun talenten benutten door hun executieve functies te versterken. Amsterdam: Hogefre

Zon, A van (2017) Kind aan het stuur. Executieve functies; het ontwikkelen van zelfsturing.

Uitgelichte Afbeelding van Prostock Studio/Shutterstock