(Door Willemijn) Al eerder heb ik geschreven over wat taal is en hoe kinderen een taal verwerven. In dit blog ga ik het hebben over de tweede taalontwikkeling. In het speciaal de ontwikkeling van Nederlands als tweede taal in het onderwijs. NT2-ers, kinderen met Nederlands als tweede taal, zijn kinderen met verschillende achtergronden. Het kunnen bijvoorbeeld kinderen zijn die thuis Turks of Arabisch spreken, maar ook de kinderen die thuis Fries spreken, kunnen gezien worden als NT2-ers.  

Verandering

Wanneer er een verandering is in de maatschappij, dan is deze verandering ook in het onderwijs te zien. In de afgelopen jaren zijn er veel migranten naar Nederland gekomen, hierdoor is de populatie van Nederland veranderd, het is veel gevarieerder. Er zijn veel voordelen van het tweetalig zijn, je bent vertrouwd met beide talen en kunt je daar makkelijk in uiten. Kinderen kunnen nog heel gemakkelijk een tweede taal aanleren, daarom gaat het ook vaak goed als ze op de basisschool komen en nog geen Nederlands spreken. Ze zijn dan ook nog bezig met het verwerven van hun eerste taal, maar dat moet geen problemen opleveren.

Tweedetaalverwerving

In een groep kleuters zijn er altijd verschillen in het beheersen van de Nederlandse taal. Echter wanneer het verschil tussen de niveau groepen te groot is, helpt gedifferentieerd werken niet meer. De beginners zullen een soort spoedcursus moeten volgen om zo redelijk mogelijk Nederlands te kunnen spreken voordat ze naar de middenbouw gaan.

Bij de beginnende tweedetaalverwerving is het belangrijk dat het kind onderscheidt kan maken tussen de klanken. Bijvoorbeeld het verschil tussen de /a/ en de /aa/. Als je het verschil niet hoort, kun je het verschil ook niet opschrijven, maar als je niet weet dat er een verschil ís, kun je het ook niet horen. Na de klanken is het belangrijk om de woordenschat te vergroten. Kinderen van 4 jaar zouden ongeveer 1000 woorden moeten kennen om een normaal gesprek te kunnen voeren in een kleuterklas. Wanneer ze naar groep 3 gaan, is een passieve woordenschat van 2500 tot 3000 woorden het doel. Na de woordenschat komt de grammatica. Wanneer de grammatica lijkt op dat van de moedertaal, is deze makkelijker onder de knie te krijgen.

Foto van pixabay.com

Foto van pixabay.com

In de middenbouw zijn de kinderen nog steeds bezig met het vergroten van hun woordenschat. Hier komen bijvoorbeeld figuurlijke woorden bij, maar ook woorden die niet vaak voorkomen. De woordenschat wordt niet alleen vergroot, maar ook verdiept. Een woord kan meerdere betekenissen hebben, of een betekenis meerdere woorden om te omschrijven. Ook bij de grammatica wordt het moeilijker. De zinnen worden langer en er worden nuances toegevoegd. Bij de gevorderde tweedetaalverwerving komt ook het lezen en schrijven aan bod. In de bovenbouw moeten zij teksten van zaakvakken kunnen begrijpen, maar wordt er ook van de leerlingen verwacht dat zij een tekst kunnen schrijven.

Didactiek

Er zijn een aantal tips voor leerkracht die met veel NT2-ers werken. Het spreken op langzaam tempo en het gebruiken van veel herhaling is belangrijk. Als je een taal nog niet beheerst, heb je nog veel energie nodig om woorden te onderscheiden in de klanken die je hoort. Bij het langzaam spreken is het ook belangrijk dat er goed wordt gearticuleerd en dat het duidelijk is wanneer een zin stopt. Gebruik in je zinnen de belangrijkste inhoudswoorden en herhaal deze. Voorbeeld bij mij uit de klas: “Het gebouw is hoog. Groot, lang, hoog. Niet laag, maar hoog.” Door deze zin nog 3x te herhalen, snappen de meeste kinderen wat hoog is, mede dankzij het feit dat ze weten wat groot en lang is. En dat ik als een gek uit sta te beelden wat het verschil tussen hoog en laag is ;-).

Ook is het belangrijk dat taal gekoppeld wordt aan een context. De context kan met voorwerpen, handelingen, afbeeldingen of een gebeurtenis worden gegeven. Wanneer er nieuwe woorden worden aangeleerd, leer ze er dan niet te veel tegelijk aan, cluster ongeveer 5 woorden. Het woordenschatonderwijs moet niet alleen aandacht krijgen in groep 1-2, maar ook in alle groepen daarna. Hoe je dat kunt doen, zal ik in een andere blog vertellen.

In de praktijk

Ik werk op een school waarbij bijna alle leerlingen NT2-ers zijn, soms wel NT3-ers of NT4-ers, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Ik zie dat dat bij de kleuters veel soepeler gaat dan bij mij in groep 4/5. De leerlingen die geen Nederlands spraken, kregen 1 à 2 uurtjes extra NT2-les, maar meer konden we ze niet bieden. Gelukkig spraken zij wel Engels en was het sociale aspect op school geen probleem. Er is besloten geen kinderen meer aan te nemen die geen Nederlands spreken, maar toch zijn er weer 5 tot 10 kinderen hier doorheen geglipt. Zij krijgen volgend jaar nog meer NT2-les. Ik adviseer ouders om hun kinderen op allerlei Nederlandse clubjes te doen: voetbal, karate, zingen, dansen, etc. Zodat ze op andere plekken dan school hun Nederlands kunnen oefenen.

Bronnen

Bovenstaande informatie heb ik gehaald uit het boek Portaal van Harry Paus.

Uitgelichte foto: Shutterstock

BewarenBewaren