Het is rustig in de klas. Overal wordt hard gewerkt en gespeeld. Een groepje jongens bouwt een dierentuin met de Kapla. Twee jongens worden geopereerd in de huishoek door een vrouwelijke chirurg. Drie meiden maken Olafjes van nog overgebleven Frozen klei. Een groepje meiden knutselt wat voor hun moeders. En een werktafel ligt vol zelfbedacht lego autootjes. Vier jongens bouwen ferm door met het kleine spul.

Verder is de klas helemaal leeg, op wat gniffelende spoken na.

Een mooi moment voor mij om kopje koffie te halen. De koffiekamer is om de hoek en ik heb wel trek in dat dat door leerkrachten o zo graag geziene bakkie pleur. Als ik terug kom in de klas zie ik nog net een leerling onder de tafel schieten. Verder is de klas helemaal leeg, op wat gniffelende spoken na.

Onder de computertafel zwiept een lange vlecht. Het digibord blijkt ineens twee benen te hebben. Achter het kledingrek in de huishoek zie ik een truiachtig monster. Een groot boek heeft blonde stekels gekregen.
En onder alle tafeltjes zie ik grote zwarte schaduwen.
‘HUH?’ roep ik verbaasd uit. ‘Waar zijn alle kinderen uit mijn klas nou? Ik ging alleen even koffie halen en nu is iedereen weg. Hoe kan dat nou?’
Alsof koffie het codewoord was, springen de kinderen tevoorschijn. Ze lachen keihard. De ‘aanstichtster’ roept overenthousiast ‘Dat heb ik bedacht juf!’
‘O gelukkig!’ roep ik uit en ik veeg met mijn hand langs mijn hoofd. ‘Ik was even bang dat ik jullie allemaal kwijt was. Nou, gelukkig zijn jullie wel in de klas, kun je ook weer aan het werk.’ Ik begin te tellen en voordat ik bij drie ben zit iedereen op zijn plek en is weer aan het werk. Alsof ze niet van hun plek af zijn geweest.

Heerlijk die kleuters.