De kring is bij uitstek het moment om eens fijn met elkaar te praten. In gesprek gaan met kinderen vind ik heerlijk. Je hoort wat ze bezig houdt, wat ze leuk vinden om te doen en hoe het er thuis aan toe gaat.

Maar (je hoorde hem al aankomen) in de kring ben je vaak met een persoon tegelijk in gesprek. De 29 andere kinderen zitten erbij, luisteren wel, maar of ze echt bij de les zijn? 

Tenzij je coöperatieve werkvormen inzet, want dan is iedereen actief betrokken.

Waar ik het nu over heb zijn de kringgespekken waar je onderwerpen fijn in een monoloog uitdiept en met enkele kinderen in gesprek gaat. Dit doe ik zelf zo weinig mogelijk. De diepte in gaan met een onderwerp doe ik liever met een klein groepje of met een kind individueel.

Ontdekken dat ijs kan smelten is bijvoorbeeld een stuk leuker als je het zelf kunt voelen. In de grote kring springen meteen 30 kleuters naar het midden die met 60 handen in de bak graaien, niet echt handig.

Lesstof aanbieden, zoals het aanleren van woorden, doe ik heel snel. Ik vlieg door de stof, geef kort en bondig uitleg over het woord en ga weer door. Liever nog doe ik taal- en rekenspellen terwijl kinderen iets anders moeten doen.
Bijvoorbeeld alleen de kinderen die de m als beginletter in hun naam hebben, mogen hun jas halen.
Of pepernoten uitdelen terwijl de kinderen aan tafel wachten op hun tas. Waar leg ik te weinig pepernoten neer of teveel?

Kinderen en vooral kleuters, worden wiebelig als ze te lang in de kring zitten (en ik ook ;)). Ze moeten bewegen! En dus ruim ik daar zoveel mogelijk tijd voor in. In de speel/werktijd volg ik kinderen, werk ik met kleine groepjes en zorgen mijn duo en ik voor uitdagend materiaal. En daar is dan ruim de tijd voor!

Hoe lang ik dan in de kring zit? Zo’n acht minuten per keer. 
Hoe lang zit jij in de kring? En wat doe je dan?