Dingen die wij leerkrachten zeggen, terwijl we iets anders denken.
21 keer wat de leerkracht zegt vs wat de leerkracht denkt

21 keer wat de leerkracht zegt vs wat de leerkracht denkt

1. ‘Doe allemaal mee! We liggen nu op de grond als een tijger die sluipt naar zijn prooi!’
Ik lig ineens op de grond in een vreemde positie en ik heb geen idee hoe ik weer kan opstaan. 

2. ‘Ik weet al wat er is gebeurd, ik wil het alleen nog van jou zelf horen.’
Ik hoop maar dat dit werkt, ik heb geen plan B. 

3. ‘Misschien komt dit op de toets.’
Laat het misschien maar weg, heel goed opletten nu dus!

4. ‘Dat is niet grappig.’
Whahaha, die is echt zo grappig! Die moet ik aan mijn vrienden vertellen. 

5. ‘Dat wordt nablijven.’
Ik ben nu echt zo boos, ik kan beter even afkoelen voordat ik je toespreek. 

6. ‘Je mag niet slaan.’
Maar het werd wel eens tijd zeg. Wat kan hij treiteren! 

7. ‘Vandaag hebben we een leuke les.’
Het is vijf minuten leuk, voor de rest van de les gaan we gewoon in het werkboek werken. 

8. ‘Vandaag doen we het een beetje anders.’
Ik ben zo moe dat ik jullie een uur lang een educatief programma laat kijken. Kan ik een beetje uitrusten en de koffie eindelijk eens warm opdrinken. 

9. ‘Waarom ben je zo laat?’ 
Waarom nam je überhaupt nog de moeite om te komen? 

10. ‘Het gaat van je eigen tijd af.’
En van die van mij. Ik had nou net zo’n zin in mijn welverdiende pauze met kop koffie en zelfgebakken cake die in de teamkamer ligt.

11. ‘Toen ik jouw leeftijd had…’
Deed ik precies dezelfde domme dingen. 

12. ‘Waarom? Omdat ik het zeg!’
Ik heb er geen duidelijke reden voor, doe het nou maar gewoon. 

13. ‘Tuurlijk, ik leg het nog een keer aan je uit.’
Hoe vaak moet ik het nog zeggen?!

14. ‘Als het zo grappig is, kun je het ook wel tegen de hele klas zeggen.’
Blijf alsjeblieft zitten. 

15. ‘Spuug die kauwgom maar uit.’
Waarom hebben we die regel eigenlijk? Ik wil ook wel een kauwgumpje tegen die vieze na-de-koffie-smaak in mijn mond. Is de klas vast ook blij mee. 

16. ‘Waar is je huiswerk?’
Ik hoop maar dat het niet in je tas zit. Ik heb geen zin in nakijkwerk vandaag. 

17. ‘Ik heb al nee gezegd.’
Ik twijfel nu zelf ook, maar ik moet consequent blijven hè. 

18. ‘Ik denk dat we een fijne dag samen zullen hebben vandaag!’
Doe je best maar, ik ben al chagrijnig. 

19. ‘Ja, zeg het maar?’
Bloed je? Heb je pijn? Nee? Ga zitten!

20. ‘Het was een goede dag vandaag!’
Hoera! Geen broekplassers, gekots of gehuil! 

21. ‘Ik weet dat jullie supersnel kunnen opruimen! Laat maar zien.’
O nee, is het alweer zo laat? Dat wordt in recordtempo opruimen. 

Vul maar aan!