Door Yvonne. In deze blog kun je lezen over wennen op de peuterspeelzaal met tips hoe je het kunt opbouwen als het niet meteen goed gaat.

Wennen op de peuterspeelzaal

Vanaf dat je kind 2 jaar wordt en peuter genoemd kan worden, mag het naar de peuterspeelzaal.
Sommige peuters komen de peuterspeelzaal in, gaan spelen, nemen afscheid van papa en mama zonder problemen en blijven zonder problemen spelen tot het weer ophaaltijd is. Soms heb je peuters die het afscheid nemen en het weg zijn van papa en mama moeilijker vinden.
Hoe kun je de peuters en ouders goed begeleiden als het wennen niet zo makkelijk gaat?

Huisbezoek

Vanuit de gemeente en opvangorganisatie waar ik werk gaan we altijd op huisbezoek om kennis te maken met de ouders en de peuter. Tijdens dit bezoek vertellen we door middel van een fotoboek meer over de dagelijkse gang van zaken op de peuterspeelzaal. Het fijnste is het als de peuter tijdens het gesprek aanwezig is. Je kunt dan alvast kennismaken in de eigen omgeving. Ik neem altijd de tijd om even grapjes te maken met de peuter en aan te sluiten bij waar het op dat moment mee bezig is. We vertellen over het dagschema, de hoeken, maar ook punten als eten en drinken meenemen, gebruik van de luizenzak, etc. worden besproken. We laten een folder achter met de belangrijkste informatie. Mocht je geen huisbezoek doen, dan houd je vast een intakegesprek voor de eerste dag op de peuterspeelzaal en kom je ook meer te weten over de nieuwe peuter.

Vragen stellen

Verder nemen we een vragenlijst door om een goed beeld te krijgen van de peuter die bij ons op de groep komt. Zijn er bijvoorbeeld bijzonderheden in de (taal)ontwikkeling? Komt de peuter al bij andere organisaties met betrekking tot de ontwikkeling? Wat vinden de ouders het leukst aan hun peuter? En wat het lastigst? Ook is het belangrijk te weten of de peuter al naar een kinderopvang of gastouder gaat (of is gegaan). Het is dan al gewend om (buiten de familie die oppast) zonder papa en mama ergens te zijn. Bespreek ook de wijze waarop gewerkt wordt aan het wennen op de peuterspeelzaal (mocht dat nodig zijn). Laat ook weten dat de peuter in het begin best een knuffel of troostdoekje mee mag nemen.

Lees hier hoe een ochtend op de peuterspeelzaal eruit kan zien

Alvast komen kijken

Als de ouders nog niet eerder op de peuterspeelzaal is geweest, nodigen we de ouders en peuter uit om een ochtend even te komen kijken. Er is geen eerder moment om te wennen op de peuterspeelzaal,  dus vanaf het moment van plaatsing mag de peuter de hele ochtend komen.

Eerste keer op de peuterspeelzaal

Op de eerste ochtend op de peuterspeelzaal zorgen wij dat een kapstokje voorzien is van de naam en een herkenbaar plaatje voor de peuter. De luizenzak ligt klaar. We wijzen de ouders waar het eten en drinken mag staan. De inloop is dan al gestart en de ouders kunnen met de peuter kijken waar ze gaan spelen.

Afscheid nemen

Nieuwe ouders hoeven zich niet aan de inlooptijd van een kwartier te houden, maar vaak is het wel verstandig om niet te lang door te spelen en een ‘goed’ moment te kiezen om weg te gaan. Feit is dat dit goede moment voor elke peuter (en ouder) weer anders is. Leidsters en ouders moeten daarin hun eigen gevoel volgen. Geef bij de ouders aan dat als het niet gaat, dat je dan zeker belt. En als ze zelf willen weten hoe het gaat, dat ze dan mogen bellen. Kinderen voelen het aan als de ouders niet zeker zijn van hun zaak om afscheid te nemen. Ze voelen de onzekerheid van de ouders.

Ouder-leidster relatie

Al bij het huisbezoek kun je een goede ouder-leidster relatie opbouwen, zodat de ouders weten bij wie ze hun kind achterlaten en dat ze vertrouwen kunnen hebben dat het goed is. Na een kus zwaait de peuter (vaak samen met een van de leidsters) bij het ‘grote’ raam naar de ouders. Dus dat kan het beste op de eerste dag ook geïntroduceerd worden.

Als de ouders weg zijn

Als de peuter het afscheid nemen goed heeft opgepakt, gaat het daarna vaak wel zelfstandig weer verder spelen. Peuters die meer moeite hebben met het afscheid nemen probeer je af te leiden met speelgoed waarvan je weet dat ze dat leuk vinden. Dat ben je namelijk al in je gesprek tijdens het bezoek thuis te weten gekomen. Als de peuter wel bij je wil zitten en zich laat troosten, dan blijf je meespelen tot jullie gaan opruimen voor de rest van het dagschema.

Ga eventueel wat soepeler om met het dagschema. Speel dan wat langer door om de peuter op zijn of haar gemak te laten wennen op de peuterspeelzaal. Voor veel kinderen geeft het dagschema houvast. Benoem het dagschema en geef daarbij aan wat jullie nog gaan doen voor mama of papa weer komt. En houd de peuter de rest van de ochtend bij jou in de buurt. Je geeft het kind door jouw aanwezigheid een veilig gevoel.

Een verdrietige peuter

Wil de peuter niet bij je zitten, omdat het ontroostbaar en/of boos is, dan is dit lastiger. Blijf in de buurt, maar dwing het kind niet om op je schoot te zitten. Vaak willen deze kinderen ook niet afgeleid worden en duwen al het aangeboden speelgoed weg. Het is erg belangrijk dat je je realiseert dat je niet tegen de peuter zegt dat het niet moet huilen. Huilen mag en is een emotie die er ook mag zijn. Zeg liever ‘Ik snap dat je huilt, maar mama komt je straks weer halen’.

De ouder bellen

Schat zelf in wat de beste tijd is om de ouders te bellen als de peuter blijft huilen. Het kan zijn dat een ander deel in het dagschema de peuter troost biedt (in de gymzaal of buiten spelen vinden peuters soms erg leuk als ze net wennen op de peuterspeelzaal) of rustiger maakt. Werkt dat niet, wacht dan zeker de eerste keer niet te lang met bellen, zodat de ouders de peuter weer kunnen ophalen. Vaak moet de peuter merken dat de ouders niet ‘voor altijd’ weg zijn, maar ze altijd weer hun kind komen ophalen.

De tweede keer

Als de peuter voor de tweede keer komt, herhaal je het afscheid nemen op dezelfde manier.
Je observeert de reactie van het kind en speelt daarop in net als de eerste keer.
Blijft het kind nu, ondanks het meespelen ook erg verdrietig, dan bel je de ouders na een tijd weer op om de peuter te laten ophalen. Je maakt dan een afspraak met de ouders om de volgende keer erbij te blijven als de peuter komt spelen. Spreek af dat er dan maar één van de ouders bij blijft. Dat is voor de peuter het rustigst en duidelijkst.

Wennen met een ouder erbij

Doel van het erbij blijven is dat de peuter niet meer huilt bij het brengen (nu de ouder erbij blijft) en dat de peuter ontspannen speelt op de groep en daarna door de ouder weer wordt meegenomen. Om te starten kan de ouder 45 á 60 minuten op de groep blijven. Dit kunnen jullie doen tot de peuter ontspannen binnenkomt, lekker speelt en (liefst onder protest) weer naar huis gaat.

Lees hier over scheidingsangst.

De ouder gaat steeds langer even weg

Daarna komt de ouder mee, maar gaat na even gespeeld te hebben voor een afgesproken aantal minuten weg. De duur hiervan is afhankelijk van de peuter. Schat de tijd liever iets te kort in dan te lang. Laat de ouder op de gebruikelijke manier afscheid nemen. De peuter zal misschien gaan huilen, maar de ouder zal binnen een korte tijd weer terugkomen en hopelijk de peuter zo het vertrouwen geven dat zijn ouder hem weer komt ophalen. Dit ga je in de volgende dagdelen steeds iets meer uitbreiden, of je houdt dezelfde tijd aan als dat nodig is. Doel is dat de ouder uiteindelijk het hele dagdeel weg kan blijven. Een paar tranen bij het afscheid kan nog best, maar als de peuter daarna stopt met huilen en gaat spelen dan is dat goed.

Wat als het wennen niet lukt?

Als het wennen op bovenstaande wijze niet werkt? Ga dan in gesprek met de ouders. Wat is verstandig? Het hele stappenplan weer opnieuw gaan proberen? Of is de peuter nog erg jong (net 2 jaar), dan kan het soms beter zijn om het weer even paar maanden terug op de wachtlijst te plaatsen.  Het wennen zou dan weleens geen probleem meer kunnen zijn. Maar eerlijk gezegd, in de 12 jaar dat ik op een peuterspeelzaal werk zijn deze gevallen op één hand te tellen.

 

Peuterspeelzaal; Tips voor het wennen