De kersttijd is sfeervol en gezellig. Hier hoort knutselen zeker bij! Maar wist je dat je ook heel goed aan andere doelen kan werken tijdens het knutselen? Ik beschrijf een knutselopdracht met de doelen waar je aan kunt werken met de kinderen. 

Knutselen

Kerstboom

Kerstboom

Benodigdheden

Papier
Verf
Kwast

Wat moet je doen?

  1. Verf een zwart of bruin rechthoek aan de onderkant van het papier. Dit is de stam van de boom.
  2. Schilder of plak drie groene driehoeken van verschillende groottes op het papier en boven de stam van de boom.
  3. Verf met een kwast of je vingers slingers in de boom. Maak hier mooie boogjes van.
  4. Zet met een kwast of met je vinger in verschillende kleuren punten op de boom.

De doelen

Natuurlijk is er de plezierbeleving en het kunnen uiten in het knutselen. Daarbij laat je de kinderen vrij hoe ze bijvoorbeeld de ballen en de slingers maken. Maar er zijn nog meer mooie doelen waar je bij stil kunt staan.

Woordenschat

Tijdens het schilderen praat je met de kinderen over de boom. We noemen het een kerstboom, maar het is eigenlijk een den.
De stam van de boom is bruin of zwart.
De den bestaat uit allemaal naalden. Aan de takken met de naalden hang je de kerstballen. Kerstballen zijn rond, glanzen vaak en hebben een haakje om ze in de boom te kunnen hangen.
Een kerstboom heeft lichtjes in de boom. Soms zijn dit echte kaarsjes, maar omdat mensen bang zijn dat de boom verbrand door het vuur, is dit meestal een slinger van kleine lampjes.
Er hangen ook vaak slingers in de boom. Ballen en slingers kunnen alle kleuren van de regenboog hebben.

Vormen

De boom bestaat uit groene driehoeken. De stam is een rechthoek. De balletjes zijn rond en dus eigenlijk cirkeltjes.

Begrippen

De groene driehoeken liggen op volgorde van groot naar klein of van klein naar groot als je van bovenaf kijkt.
De boom begint smal aan de bovenkant en wordt steeds breder. De onderkant is het breedst.
Als de bomen in de klas verschillende groottes hebben, kun je ze op volgorde leggen van smal naar breed en van klein naar groot.
Bespreek weinig en veel. Wanneer vinden de kinderen dat er weinig ballen in de boom hangen? En wanneer is het veel?
En wie heeft minder ballen dan de ander? En wie meer? Is dat ook een meer of minder?
Je hebt een boom en een bal. Heb je dan genoeg of te weinig ballen voor de boom?

Tellen en getalbegrip

Je kunt goed de ballen tellen. Tel de ballen in verschillende kleuren. Maak groepjes, van vijf ballen, van twee ballen, van tien ballen, etc. Wijs de getallen hierbij aan voor de cijferkennis.
Vraag de kinderen om een bepaald aantallen ballen in een van de driehoeken te verven. Laat hier het cijfer bij zien.

Schrijven

Het verven van de slinger is een goede schrijfoefening.

Kleuren

Bespreek alle kleuren van en in de boom. Welke ballen hebben de kinderen thuis? En welke kleur slingers?

Wat een doelen komen voorbij! Heb jij nog doelentips? Schrijf het in een reactie!