Suzanne schreef al eerder over meervoudige intelligenties. Nu zoomt ze in op werkvormen meervoudige intelligentie bij kleuters. 

Enige tijd geleden schreef ik een blog over meervoudige intelligentie (MI). Hoewel deze manier van werken volgens sommigen al lang achterhaald is, denk ik dat de verschillende talenten van kinderen een zeer sterk uitgangspunt zijn wanneer het gaat om lesgeven.

In tegenstelling tot wat vaak gesuggereerd wordt, gaat het bij het werken met MI niet enkel om de talenten van kinderen die sterk ontwikkeld zijn. Er wordt naast het matchen (het werken vanuit de sterke intelligentie) juist ook aandacht besteed aan het stretchen (het verder ontwikkelen van minder sterke intelligenties).

En dan nu naar een aantal werkvormen om in de kleuterpraktijk toe te passen. Omdat wij op school uitgaan van de meervoudige intelligenties, noemen wij het MI-werkvormen, maar ze worden ook wel coöperatieve werkvormen genoemd.

Werkvormen Meervoudige Intelligentie bij kleuters

Binnenkring/buitenkring

Een heel handige werkvorm om voor de weekendkring te gebruiken. Als je een kleutergroep hebt waarin 30 enthousiaste kleuters hun weekendavonturen willen vertellen dan kom je al snel tijd tekort. Om ervoor te zorgen dat iedereen zijn verhaal kwijt kan en zich gehoord voelt, zet ik regelmatig deze werkvorm in.
De kinderen zitten al in de kring, dus het enige wat je hoeft te doen is te zorgen dat er een binnenkring en een buitenkring is. Dat kost even wat oefening, maar na een paar keer hoef je alleen nog maar de werkvorm te noemen en de kinderen weten wat er moet gebeuren.
Je laat de leerling naast je zijn of haar stoeltje tegenover de leerling naast hem of haar zetten. En vervolgens gaat de leerling daarnaast weer tegenover zijn of haar klasgenootje zitten. Om en om blijft er dus een kind zitten en de volgende gaat weer tegenover de buurman of buurvrouw zitten.

kleuters meervoudige intelligentie

Als iedereen klaar zit, zet ik de timer op het digibord aan en mag de binnenkring of de buitenkring vertellen over het weekend. Na één of twee minuten wisselen we om. Tussendoor vraag ik degene die geluisterd heeft naar wat de ander heeft verteld en tijdens het praten kan ik observeren welke kinderen nog moeite hebben met luisteren of vertellen en hier en daar de gesprekken op gang helpen. Als beide kinderen klaar zijn met vertellen, laat ik één van de twee kringen twee  plaatsjes opschuiven, zodat iedereen een nieuwe gesprekspartner heeft (en niet toevallig net al met de buren mee heeft geluisterd). Dit kun je een aantal keer herhalen.
Natuurlijk laat ik kinderen ook gewoon zelf vertellen wat ze graag willen delen. Maar bij deze werkvorm merk ik dat juist ook de stillere kinderen eerder hun verhaal doen en dat kinderen die sneller afgeleid zijn beter hun focus kunnen behouden.

Meng en wissel uit

Bij deze werkvorm gebruik ik altijd muziek. De kinderen mogen door de klas wandelen zolang de muziek aan staat. Wanneer de muziek stopt, staan de kinderen stil. Ze vormen een tweetal met het kind waar ze het dichtste bij staat door elkaar een high five te geven. Vervolgens krijgen de kinderen een opdracht of vraag die zij samen gaan bespreken. Een voorbeeld uit een les: Wie horen er allemaal bij jouw gezin? De leerkracht geeft aan welk kind van het tweetal mag beginnen met vertellen, de kleinste of de grootste bijvoorbeeld. Na een minuut draaien we de rollen om en mag de ander vertellen.

De kinderen oefenen op deze manier naar elkaar te luisteren, maar ook om over zichzelf te vertellen.

Tweepraat

Deze werkvorm is goed toe te passen bij een open vraag waarop zoveel mogelijk antwoorden moeten worden gezocht. Bijvoorbeeld: Noem zoveel mogelijk dieren  die je in het bos tegenkomt. Het vormen van tweetallen doe ik hierbij op dezelfde manier als bij “meng en wissel uit”. Eerst de muziek aan, stopt de muziek dan geef je degene die het dichtst bij staat een high five. Het verschil tussen “meng en wissel uit” en deze werkvorm is dat de kinderen nu om de beurt een antwoord op de vraag mogen geven. Steeds één antwoord, dan gaat de beurt naar de volgende. Heel handig om deze in te zetten voor het vullen van een woordveld. Na de werkvorm gaan we in de kring en is het woordveld binnen no time gevuld.

In de rij

De naam zegt het al; de kinderen maken om te beginnen een rij. Bij de kleuters is in een rij gaan staan van klein naar groot al een hele opgave, dus dit vergt wel weer wat oefening en is aan het begin van het schooljaar vaak nog te moeilijk. Als alle kinderen in de rij staan, vouwen we de rij dubbel. Degene die achteraan staat, gaat tegenover het voorste kind staan de een na laatste tegenover de tweede in de rij, enzovoorts. Op die manier worden er tweetallen gevormd en kun je vervolgens een opdracht geven die ze in tweetallen uit kunnen voeren. Ik laat de kinderen bijvoorbeeld op deze manier samen kiezen tijdens het speelwerkuur, zodat ze ook een samenwerken met iemand waar ze misschien niet zo snel mee spelen.

Bovenstaande werkvormen worden bij de kleuters ingeoefend bij mij op school. In de volgende leerjaren komen daar steeds werkvormen bij en worden de geleerde werkvormen herhaald. Het voordeel van deze werkvormen is dat alle kinderen actief betrokken worden bij de les. Er is niemand die niet aan bod komt en het is een prachtig moment om juist die pure kleuterpraatjes te beluisteren.

En ook al wordt er op jouw school niet met meervoudige intelligenties gewerkt, dan nog denk ik dat je bovenstaande werkvormen prima in kunt zetten. Misschien doe je dat al of heb je andere werkvormen die bij de kleuters prima inzetbaar zijn. Deel ze vooral met ons!

Bekijk ook: KAARTJES COÖPERATIEVE WERKVORMEN